Verhalen

Fri 22-Mar-19 - 14:02:07

<=== Naar de Inhoudsopgave

De geschiedenis van de Nachtelfen.

Datum: Wed 01 January 2003
Door: Raptor
Dit Verhaal gaat over: Nachtelfen

Het verhaal over het ontstaan van de nachtelfen is in een nog grotere duisternis gehuld dan de rijken waarin zij leven. Wat wel bekend is, is dat zij gemeenschappelijke voor-ouders met de elfen hebben (de eldars). Vanuit deze voor-ouders zijn alle elfen groepen voortgekomen.

De nachtelfen ontwikkelde zich op een ander vlak dan hun elfen broeders en zusters. Deze ontwikkeling, samen met hun drang naar perfectie, leidde tot de vervreemding, die weer leidde tot angst. En deze angst leidde weer tot de jaloezie en haat tussen de nachtelfen en de andere elfen. Het gevolg was een lange pijnlijke oorlog, die vele eeuwen duurde.

Deze oorlog was van het begin af aan al een bekeken zaak. De nachtelfen waren sterker, slimmer en in de meerderheid. Hun verschijning alleen al liet weten dat zij de winnaars zouden zijn. Dit was hun recht. Dit was hun beloning. Totdat zij werden verraden en moesten vluchten.

Verdreven van hun huizen, dorpen, steden en landen trokken zij zich steeds verder terug, totdat ze niet meer verder konden. Ze konden nergens meer heen, ze konden zich nergens op Plantasiax meer vestigen. En ze zouden allen zijn uitgemoord, als een groep niet besloten hadden om onder de grond te gaan.

Onder een berg trokken de nachtelfen zich terug. Hier was een enorme grot-ingang, met daar achter een groot grotten-stelsel, groot genoeg om alle overgebleven nachtelfen te beschermen tegen hun "broeders" en "zusters".

Het offer.

Allen gingen ze het grottenstelsel in, op duizend nachtelfen na. Dit was Het Offer. Deze duizend bleven achter en zouden verder vechten, om daarmee tijd te kopen die de anderen nodig hadden om van de aardbodem te kunnen verdwijnen. De duizend nachtelfen hielden het twaalf dagen vol en stierven allen in de strijd.

Deze duizend bleven achter en begonnen de omgeving klaar te maken voor het gevecht. Na twee dagen was er in de opening van de grot een stenen vesting gebouwd, waar dwergen trots op zouden zijn geweest. Twee grote toren aan weerszijden met een kleinere naast het pad. Een smal oplopende weg van de bodem naar de immens hoge muur, die met houten spietsen was bewerkt. De duizend hadden niet veel tijd om voorraden in te slaan, want al de derde dag zagen ze de eerste scouts van de achtervolgende elfen. Wat er verder allemaal gebeurde, is bekend geworden dankzij de geschriften van Cognirr.

"... op zich genomen. Ik hoorde hem tegen anderen zeggen dat het niet lang meer duurt. Onze jagers zijn niet meer terug gekomen en de bossen branden nog niet. Ik denk niet dat ze gevlucht zijn, zoals anderen hebben gezegd, maar één had toch terug moeten komen."


Onze jagers zijn terug. Ze worden gedragen door onze broeders., die ze aan grote lansen gespiest of gebonden hebben. Sommige kan ik nog herkennen. Van de twintig jagers leven er nog drie. Onze broeders vinden het schijnbaar leuk om ze te martelen.

Dag zes.

Selinnat heeft vannacht onze laatste jagers gedood. De elfen probeerden daarom vanochtend al of ze nieuwe martelgangers konden krijgen. Ik heb niet kunnen zien hoeveel er kwamen, maar dank zij onze pijlen gingen er geen meer weg.

Dag zeven.

De elfen hebben katapulten, die ze blijven gebruiken. Onze pogingen om ze te vernietigen zijn mislukt. Gelukkig bleef er geen leven, die ze konden martelen. Nu onze pijlen op zijn, zouden we ze niet uit hun lijden kunnen verlossen.

Dag acht.

Er zijn nog maar een paar honderd van ons over. Ik weet dat we het niet lang meer volhouden, maar ik ben ..... Hopelijk gaan we snel de grot in.

Dag negen.

Selinnat is vandaag door een pijl getroffen en ging neer. Als we nog genezers hadden, denk ik dat hij er wel bovenop gekomen zou zijn. We hoeven ons geen zorgen meer te maken om te verhongeren.

Dag tien.

Vandaag zou Thalack het commando overnemen, maar Selinnat liet zich aan een mast vastbinden om te blijven staan. Ik denk dat onze elfjes hem herkennen. Het viel op hoe weinig zijn kant op gingen.

Dag elf.

Ik heb nog nooit zoveel elfen bij elkaar gezien. Thalack en Selinnat hebben een woordenwisseling gehad. Thalack wilde terug de grot in en Selinat wil dat we een uitval doen. We mochten stemmen. Ik stemde voor de uitval. We hebben te weinig om het nog een dag vol te houden. En als we de grot in gaan, vinden de elfen misschien de rest. Zelfs Thalack stemde voor het idee van Selinnat. Ik hoef niet mee te helpen met de vallen. Soms heb je geluk bij een ongeluk. Ik ben niet bang voor de dood. Morgen komen ze er achter hoe een nachtelf sterft.

De tijd die de duizend ons bezorgde was ruimschoots genoeg om in veiligheid te komen. Later zijn er nachtelfen naar de plek van Het Offer gegaan om te kijken wat er gebeurd was. Hier vonden ze de aantekeningen van Cognirr en de restanten van zestig nachtelfen die in de opening staan. Het is niet zeker of het een belediging was, of een eerbetoon aan de laatste zestig, dat zij zelfs in de dood de grot-opening nog bewaken.

De Nachtelfen waren verdreven van de bovenwereld, maar de woede die bij de nachtelfen brandde om het verraad en het onrecht wat hen was aangedaan, brandde hen zo, zodat hun huid zwart werd en hun ogen bloed rood. De pijn die ze voelden voor het verlies dat zij leden, zorgde ervoor dat hun haar wit werd. Vanaf dat moment was er een duidelijk verschil tussen nachtelfen en elfen.

De Nachtelfen hebben zich onder de grond net zo ver verspreid als de overige elfen en misschien zelfs verder. Niemand weet tot hoever hun ondergrondse verblijven uitstrekken, maar het is bekend dat zij tot zekere hoogte beschikken over rituelen om lange afstanden te overbruggen. Zij haten het licht en ze hebben uitvoerig allerlei manieren onderzocht om het zonlicht tijdens hun reizen te vermijden, of te kunnen doorstaan.

De Grote Splitsing.

Het huis Plantasiax is het Eerste en tevens het enige huis op de gelijknamige planeet. In het eerste licht na De Grote Strijd waren de nachtelfen talrijk en zonder tegenstanders, zonder uitdaging verveelden zij zich mateloos (het is beter om nachtelfen tegen te komen die je willen doden, dan nachtelfen die zich vervelen). Om de gelederen enigszins rustig te houden organiseerden ritualisten allerlei expedities naar onbekende gebieden. Hoe vijandiger en gevaarlijker, hoe vaker het werd bezocht. Dit ongeacht de verliezen. Het probleem was dat na verloop van tijd zelfs de meest vijandigste plaatsen vreedzaam werden en daardoor niet langer interessant (hooguit voor priesteressen die een saaie en ongevaarlijke omgeving wilden hebben om er een eigen stad of huis te beginnen).

Storm Silverhorn wist van het probleem en gaf de ritualisten de taak om vier gevaarlijke gebieden te zoeken, waar er niet alleen de wezens, die daar leefden, een geduchte tegenstander konden zijn, maar ook de elementen zelf een bedreiging konden vormen. Storm stuurde twintig groepen met nachtelfen naar verschillende gebieden en vaak ging zij zelf ook mee om te kijken of het genoeg mogelijkheden kon geven, tot het moment dat zij vier werelden had gevonden.

Vier werelden die bedreigd werden, die gevaarlijk waren, die hulp wilden hebben en een uitdaging vormden. Deze werelden zijn:

  • Het brandende Zarr;
  • Het koude Nall;
  • Het stormende Tsingg;
  • De boswereld Or'tss.

    Vier priesteressen werden uitgezocht. Deze mochten uit alle steden, uit alle gebieden honderd twintig priesteressen kiezen en samen met hun en mannelijke nachtelfen gingen zij naar de verschillende gebieden op Zarr. Dit ging door, totdat alle vier de werelden groepen met nachtelfen hadden die de wereld konden helpen en bevolken. Dit was De Eerste Splitsing.

    In het Tweede Duister, na het grote succes op alle vier de werelden, besloot Storm om twaalf andere werelden te zoeken die de ultieme uitdagin konden leveren aan de nachtelfen. En dit keer gingen er maar twee per wereld, maar zij kregen wel tweehonderd priesteressen met zich mee, plus wat mannelijke nachtelfen. Dit, de Grote Splitsing genaamd, is nu drie periodes van Licht achter ons en op bijna alle werelden die gekozen waren, bloeit er een nachtelfen cultuur. Verschillend van elkaar, gevormd door hun wereld en diens bewoners. Maar toch lijken zij op elkaar, in passie, hun geloof, hun ideaal en hun verlangen. Het is goed om te weten dat nu afgevaardigden van deze nachtelfen samen komen en vechten tegen gezamelijke tegenstanders (al is het nog niet onder één vlag) op de wereld die Hèt schijnbaar heeft uitgekozen.

  • <=== Naar de Inhoudsopgave