Verhalen

Tue 19-Mar-19 - 03:02:02

<=== Naar de Inhoudsopgave

De Strijd Tegen De Mechanische Draak

Datum: Sat 04 March 1995
Door: Henry Haggard
Dit Verhaal gaat over: Ad&d Sessie

Het was 4 Winter Deep (Dark-Deep), het was ochtend en het vroor licht. We bevonden ons in de Sylvanate Bossen, een woud met loofbomen. De bomen waren kaal in dit koude jaargetijde.

Wie zijn wij? Even voorstellen. Wij zijn:

  • Miriam Blaylock. Zij is een Sylvan Elvin Blade-Singeress, 126 jaar oud, 1.75 meter lang en 68 kg zwaar. Zij is tevens een zus van Owyn.

    Zij heeft groene ogen, zilver-wit haar en een knap gezichtje. Verder heeft ze een lichte huid. Zij draagt een Elvin Magic chainmail.

    Zij vecht met een Magisch Sword, de Bastard Sword en heeft als specialiteit Blade-Sing-Fighting-Style. Dat is met het zwaard verdedigen en met de vrije hand een spell casten. En de two-handed fighting style is haar favoriet om eens flink te hakken.

    Haar Blade-Singers gedeelte geeft haar wel een beperking. Ze MOET mede Elves verdedigen, desnoods tot haar dood.

  • Norkor Ironfist. Hij is een Dwarf Kraft-Priest, 72 jaar oud, 1.44 meter lang en 85 kg. Zijn god heet Reorx.

    Hij heeft bruine ogen, bruin haar en een typische Dwarf-baard. Hij is niet echt mager, en ook niet gespierd. Echt een gemiddelde Dwarf. Hij is dol op allerlei soorten wapens.

    Zijn trots is zijn Throwing Hammer, die na elke worp weer bij hem terugkomt.

    Zijn voornaamste levensdoel is het maken van een machtig wapen of armour, dat minstens net zo beroemd wordt als de Hammer van Kharas

  • Owyn Blaylock. Hij is een Sylvan Elf munchkinner, 124 jaar oud. Hij is tevens de broer van Miriam.

    Hij heeft groene ogen (dezelfde kleur als Miriam) en lang zwart haar, die meestal los hangen, maar soms in een staart gebonden is. Hij ziet er voor een Elf vrij lang uit en heeft een slanke bouw.

    Hij ziet er heel erg gespierd uit. Zijn specialiteit is het vechten met 2 Long Swords (simultaneous). Hij heeft een paar Gauntlets van Ogre-Power aan, die zeker extra schade toebrengen bij gevechten.

    Owyn heeft alles over voor zijn zus Miriam.

  • Timain Kobach. Hij is een sylvan Elf ranger van 123 jaar, 1.70 meter lang en 56 kg. Hij is geboren in Balinost, op Krynn.

    Hij heeft bruine ogen en zwart haar tot aan zijn schouders. Hij is gekleed in een bruin vest, groene broek en bruine zachte laarzen. Op zijn hoofd heft hij een groene hoed op. Hij ziet er redelijk lenig uit. Hij is gewapend met een Long Sword en heeft, net als Owyn, een paar Gauntlets van Ogre-Power aan.

    Spoorzoeken en overleven in de bossen is zijn specialiteit.

  • Trees Chikquip, Zij is een sylvan Elvin van 118 jaar, 1.68 meter lang en 55 kg. Ze is geboren vlak bij The Axe-Wood, op GreyHawk en ze heeft daar het houtsnijden geleerd.

    Ze heeft bruine ogen en lang blond haar, die tot 2 vlechten zijn samengebonden. Ze is schaars gekleed, ze draagt slechts een kort bruin rokje, een bruin bovenstukje en bruine schoenen. Ze is eigenlijk TE schaars gekleed voor dit jaargetijde.

    Voor een Elvin ziet ze er gespierd uit en ze is heel lenig. Haar lenigheid is haar schild. Aan haar middel bungelen een aantal gevaarlijk uitziende messen, waarvan er drie heel bijzonder zijn. Ze is niet voor niets Throwing Mistress.

    Trees heeft, vanuit haar jeugd, een enorme hekel aan Dwarves.

Er heerste al vanaf het begin een spanning tussen Trees en Norkor. Er vonden ook de nodige scheld partijen plaats van Trees tegen Norkor.

Tussen Miriam en Owyn heerst de sterke familie-band, die specifiek is voor Elves.

Het avontuur begint.

Het was net nacht geweest. Norkor had een Continual Light Spell op Owyn's zwaard gecast. Dat was onze lichtbron. Toen het weer licht was, stak Timain het zwaard in zijn schede en was het licht "uit".

Opeens hoorden we een geritsel in de bosjes. Het was een bang jongetje, die ons om hulp vroeg. Verderop had hij enge Gnolls gezien en hij wist zeker dat die zijn dorp gingen overvallen. Uiteraard gingen wij met hem mee naar het dorp.

Het dorp heette Belonte. Daar sprak het dorpshoofd, Ardin genaamd, met ons. Verderop naar het noorden lag een fort Piek Branaz, gelegen op een gelijknamige heuvel. Maar nu die Gnolls zo dicht in de buurt waren, hadden de dorpelingen nooit genoeg tijd om allen daarheen te gaan. Aan ons werd gevraagd of wij die Gnolls konden verslaan, of in ieder geval konden vertragen.

Dat wilden wij wel en wij vroegen om strijdvaardige dorpelingen. Er bleken er 20 te zijn, het dorpshoofd meegerekend, die ons konden helpen. Allen niet echt strijdvaardig, maar wel dapper en sterk. De rest van het dorp ging dan op weg naar het fort.

Langs de zuidkant van dit dorp stroomde een beekje, waar de dorpsweg over een stenen brug ging. Midden in het dorp was de weg zo breed, dat hier het dorpsplein was. Op dit plein stond een waterput. Een aantal meters naar het oosten was een oversteekplaats met keien. 2 kilometer naar het westen lag ook zo'n waadplaats. Het dorp zelf had 5 huizen aan de westkant en 7 huizen aan de oostkant (waarvan er 2 verder van de weg aflagen). Er was nog een watermolen in de zuidwest hoek van het dorp. In het dorp zelf waren nog 3 houten karren te vinden en een behoorlijke stapel met houten palen.

We hadden ongeveer 2 uur de tijd voordat de Gnolls bij het dorp zouden zijn. Eerst werd er met de houten palen een soort omheining om de weg gemaakt bij de stenen brug. Hierin konden we de Gnolls insluiten. Een kar aan elke kant zou de in- en uitgang blokkeren. Toen die klaar was, hadden we nog een half uur over. In die tijd ging Timain bij de oostelijke waadplaats staan met 5 dorpelingen. Trees nam de westelijke waadplaats voor haar rekening, ook met 5 dorpelingen. Bij de karren zouden elk 5 dorpelingen staan, die de karren tenslotte voor de doorgangen zouden rollen. Miriam ging als lokaas de Gnolls "ophalen". Owyn en Norkor zouden de Gnolls, die in de omheining zouden komen, opvangen en verslaan.

In de verte was reeds trommelgeroffel te horen. Volgens plan kwam Miriam er al aangerend met de Gnolls achter haar aan. Ze hadden Bogen, Zwaarden en Morning Stars. Toen Miriam door de omheining heen gerend was, werd de ingang aan de dorpskant dichtgemaakt. Even later werd de andere kant aan de brug ook dicht gemaakt. Helaas zaten niet alle Gnolls binnen de omheining.

Het gedeelte in de omheining werd eerst ruim voorzien van lampenolie. Daarna caste Norkor een Produce Flame Spell op de olie. De olie begon te branden en verbrandde de Gnolls.

Daarna begon Norkor de Gnolls, die nog buiten de omheining waren, te bestoken met vuur en met zijn Hammer, die iedere keer weer terugkwam. De overblijvende Gnolls, kozen voor de oostelijke waadplaats. Daar werden ze door Timain in de pan gehakt.

Ondertussen hoorde Trees niets in haar richting komen, terwijl er wel veel vechtgeluiden klonken bij de brug. Daarom rende ze terug. Toen ze echter aankwam, was de strijd al gestreden. Alle Gnolls waren verslagen, op 1 na, welke bewusteloos was en gevangen genomen werd. Er waren twee dorpelingen gewond geraakt.

Norkor heeft, door aanroepen van zijn god Reorx, de gewonden van onze party voor een groot deel hersteld.

Het fort.

Daarna gingen we op weg naar het fort, maar niet nadat Norkor nog een fire-trap op de deur van de molen had gemonteerd. Op de derde kar van het dorp legden we de twee gewonden en de bewusteloze Gnoll (vastgebonden uiteraard). Norkor ging ook op de kar mee. Want als Dwarf kon hij lang zo snel niet lopen als de 4 Elves. Er zat tenslotte een leger van ruim 200 Gnolls achter ons aan.

Norkor heeft op de kar de gewonden verzorgd. Miriam probeerde de gnoll nog bij bewustzijn te krijgen door hem een stel duimklemmen om te doen. Maar daar bezweek hij aan. Toen hadden we hem maar van de kar afgegooid.

Onderweg kregen Trees en Norkor ruzie. Timain probeerde Trees te overreden dat ze niet zo tegen Norkor moest schreeuwen. Trees begon Timain uit te dagen, waarop Timain zijn Gauntlets of Ogre-Power uittrok om Trees een zachte klap in haar gezicht te geven. Hij wilde haar weer tot kalmte brengen. Dat was voor Miriam het teken om Timain aan te vallen (Trees is namelijk een Elf en Miriam moet Elves verdedigen, ongeacht het ras van de aanvaller). Trees begon ook zichzelf te verdedigen. Owyn wilde zijn zus helpen, maar hij was wijs genoeg om zich niet met het geweld te bemoeien.

Resultaat van deze interne party-fight: Trees raakte licht gewond, Timain was echter zwaarder gewond. Tijdens dit geruzie is Norkor van de kar afgegaan en is hij doorgelopen. Hij had weinig zin om door 200 Gnolls ingehaald te worden.

Daarna begon de groep zich uit een te splitsen. Miriam, Owyn en Timain gingen vooruit naar het fort. Norkor bleef bij de kar en de dorpelingen. Trees bleef ook bij de kar, omdat zij Norkor niet vertrouwde. Na verloop van tijd kwam ook de groep met de kar bij het fort aan. Net op tijd overigens.

Nadat het geruzie af was gelopen, werd Norkor al snel weer ingehaald door de rest en klom hij weer op de wagen, waar hij de verwondingen van Timain herstelde. Na enige tijd haalden we de groep vrouwen en kinderen (en andere bejaarden) in. Deze groep kwam niet zo snel vooruit. Hier werd besloten op te splitsen (niet helemaal het idee van Norkor. Hij had liever gehad dat er eentje snel vooruit zou gaan om het fort te waarschuwen. Dan kon de rest bij de bejaarden blijven om ze te beschermen tegen eventuele verkenningspatrouilles van de Gnolls.

In het fort waren er al flinke vorderingen gemaakt met de verdedigingswerken. In het noorden waren er troepen HobGoblins met Morning Stars. Zij waren versierd met mensenbotten. Zij werden ook wel de Bottenwerpers genoemd. In het westen waren er BugBears met Hellebaarden. Zij droegen donker roodbruine kleding en werden ook wel Duivelskoppen genoemd. In het oosten waren er Thanois met Battle Axe. Ook wel De Zwarte Tanden genoemd. In het zuiden, waar wij vandaan kwamen, waren er Gnolls met Bogen, Zwaarden en Morning Stars.

In het fort hoorden we dat het forthoofd De Baron was, Koreola genaamd. Hij vertelde ons dat al die monsters buiten het fort geleid werden door een Reus, Thorgal genaamd. Hij werkte samen met een grote Magier en hij had een Draak.

Buiten het fort waren de troepen begonnen met de aanval. Tijdens dit gevecht hebben we onszelf maar door het fort rondgeleid, alwaar we in de kelder 3 wijnvaten aantroffen. 2 waren er vol, 1 was er leeg. Er waren in deze kelder geen secret-doors te vinden. Trees hakte het lege vat open, want uit een vorige ervaring had ze in een leeg wijnvat ooit een uitgang gevonden. Maar dit lege vat bevatte geen uitgang.

Plotseling kwamen er twee wachters de wijnkelder binnen. Zij vroegen ons wat wij hier te zoeken hadden. Timain probeerde nog met de wachters te praten en kwam er achter dat de gevechten buiten waren gestaakt. We liepen met de wachters mee naar buiten en hoorden nog net een gesprek tussen de baron en 1 van die personen buiten. Het was trouwens niet verwonderlijk dat we dit hoorden, want die persoon schreeuwde vanaf de ene kant van de muur, naar de baron aan de andere kant.

Zo kwamen we erachter dat de Reus met zijn Draak in aantocht was en binnen enkele dagen het fort zou aanvallen. Hij zou uit het zuiden komen. Na een gesprek met de baron, boden wij hem onze hulp aan. Hij zei dat hij ons rijkelijk zou belonen. Na veel gezeur liet hij eindelijk de schatkamer zien. Daar kwamen we achter dat de beloning bestond uit kisten met vele GoldPieces.

Helaas is op deze wereld (DragonLance) Staal meer waard dan Goud. Maar Trees, die van een andere wereld (GreyHawk) komt, vond het goud zo mooi glimmen, dat zij die GoldPieces best wel wilde hebben. Ondanks alles besloten we de baron toch te helpen. Hij zou ons een geheime uitgang wijzen na onze overnachting.

Na een rustige nacht te hebben, vertelde de Baron wat hij van ons wilde. We moesten die Reus en die Draak uitschakelen, uiteraard tegen een beloning.

We verlieten het fort door een geheime gang. Deze gang zou ons achter de troepen brengen. We gingen naar de kerkers van het fort. Via een luik kwamen we in die gang terecht. Het luik was echter alleen aan de binnenkant te openen. De adviseur van De Baron, Kervin genaamd, moest met ons mee. Hij kent ook de omgeving het best.

Terug naar het dorp.

Eerst gingen we terug naar het dorpje. Onderweg kwamen we een groepje Gnolls tegen. Standaard taktiek van Trees is altijd 'klim een boom in en versla de vijand van daar uit'. Trees is EN sylvan EN handig EN ze is een geoefende climber. Van daaruit kan ze gemakkelijk op haar tegenstander springen en een mes in zijn rug steken. Helaas, maakte ze een misrekening. Ze miste haar gnoll. Hij miste haar echter niet en hij sloeg haar knock out. De overige party-members versloegen de troep Gnolls.

Daarna probeerde Miriam Trees te healen, helaas mislukte dat. Norkor had echter meer succes, alwaar Trees uit levensgevaar kwam, maar nog enige tijd bewusteloos bleef.

In het dorp aangekomen, bleken alle lijken van de Gnolls weg te zijn. We besloten ons te verschansen op de boven verdieping van de watermolen. Aan de deur te zien was de fire-trap afgegaan. De molen zelf was vrij leeg. Maar we waanden ons veilig genoeg om daar te verblijven. Voor de zekerheid haalden we de trap naar beneden weg.

Van Kervin vernamen we (Trees was nog steeds buiten bewustzijn) dat we op het gebied van de reuzen waren. Er was eerder een poging gedaan om de Baron te vermoorden. De Reus had jaren terug de zoon van de baron ontvoerd en hield hem gevangen. De Baron zou eeuwig dankbaar zijn, wie zijn zoon terug kan brengen. We zouden dan kunnen rekenen op een stuk landgoed. De zoon is te herkennen aan een tatoeage van een cobra op zijn arm.

Tegen de avond kwam Trees bij en werd ze op de hoogte gebracht. Ook werd haar uitgelegd dat Norkor haar geheald had. DAT geloofde zij niet. Een Dwarf die een Elf helpt. DAT kan niet, volgens Trees. Maar, het zij zo. Daarna ging Trees alleen op pad om voedsel te zoeken. In het hele dorp was geen enkel voedsel te vinden, zelfs niet in de kelder van de watermolen. De 4 beschimmelde broden, die ze in een huis vond, niet meegerekend. Die broden nam ze mee om in het bos te gooien. Trees vond nog wel een oude deken. Eindelijk had ze meer bescherming tegen de kou. Daarna ging ze terug naar de boven verdieping en nam daar een voedselpakket uit haar rugzak.

Die dag was er niets gebeurd. We verlieten dit dorp en trokken langs de rivier naar het zuiden. De rivier maakte een bocht die wij dwars door het bos afsneden. Onderweg vingen we een paar konijnen, die door Miriam klaar werden gemaakt. Even later kwamen we in het dorp Verterive aan. Deze bleek ook al geplunderd te zijn. We kwamen daar wel 2 Bugbears tegen met Hellebaarden. Deze werden door Owyn en Miriam gedood.

Daarna trokken we weer naar het noorden, waar nog een dorp moest liggen, genaamd Haltius. Ook deze was reeds overvallen door de Gnolls. Er was een breed spoor van vernieling en zwart geblakerde bomen.

Buiten dit dorp sloegen we ons kamp op. Owyn en Trees gingen een boom in, alwaar ze heerlijk tegen elkaar (zucht, zwijmel, droom) lagen, elkaar warm houdend. Het was ondertussen 10 graden gaan vriezen en de wind was aangewakkerd tot windkracht 9 tot 10. Op de grond werd een kampvuur gemaakt, alwaar Norkor, Miriam en Kervin bij gingen zitten. Timain ging de wacht houden.

De volgende dag gingen we weer op pad. En opeens hoorden we weer geritsel in de bosjes. Timain liep er op af om te kijken wat het was. Opeens hoorde hij iets door de lucht schieten. Hij liet zich vallen, maar het was al te laat. Hij werd getroffen door 3 van de 6 pijlen die op hem werden afgevuurd. We waren omsingeld, 3 Gnolls in het bosje en 6 Gnolls achter ons. Trees ging weer een boom in. Nu lukte haar sprong vanuit de boom en kon ze een gnoll doden. 4 andere Gnolls werden gedood. De 4 andere sloegen op de vlucht.

Na dit gevecht gingen we weer rusten. Er werd algemeen wapen onderhoud gepleegd. Trees begon, in een boom zittend, een takje te bewerken tot een mooi versiert houtsnijwerkje. Er werd hier overnacht.

De volgende dag (het was 6 Winter Deep (Dark-Deep)) was het nog steeds koud. De wind woei nog steeds hard met windkracht 9. Maar het was ook nog steeds sneeuwloos. We volgden het brede spoor verder naar het noorden. Opeens sloeg het spoor af naar rechts, verder van de rivier vandaan. Kervin vertelde dat het spoor nu richting de Antreciet mijnen gingen. Even later ging het spoor weer naar het noorden.

Het kamp en de draak.

Tenslotte kwamen we bij het kamp aan. Het kamp besloeg zo'n 500 meter in doorsnede. Aan onze kant waren een groep tenten afgeschermd met een eenvoudige afscheiding tegen de rest van het kamp. Hierin zaten de elite-troepen. Midden in het kamp was een dichte omheining. Verder naar het noorden een afgraving. Aan de west- en noordkant van het kamp waren de tenten van de overige huurlingen geplaatst. Aan de oostkant was de Draak. Hoewel, het was een statisch gevaarte. Er zaten ook deuren in. Een dubbele deur aan de voorkant en deuren aan de zijkanten. Het was een grote NEPDRAAK. De buitenkant bestond uit staal. Om de Draak heen waren wachters geplaatst.

We moesten een plan maken, om in die Nepdraak te komen. Er werd geopperd om een deel van het kamp in de fik te steken. Er zou verwarring ontstaan, waardoor we gemakkelijk de Draak konden benaderen. Hierop gaf Trees haar bovenstukje af, om het vuur aan te maken.

Daarna werd er een plan voorgesteld om Kervin als "gevangene" het kamp in te brengen. De Elves waren het er met wel over eens dat hij ons meer last bezorgde dan nut, dus zo erg vonden ze dat ook weer niet. Dit laatste plan vonden we beter dan het vorige. Dus werd dit uitgevoerd.

Kervin kreeg een mes mee in zijn laars, waarmee hij de gevangenen kon proberen te bevrijden. Kervin werd vervolgens vastgebonden en zo liepen we het kamp in, op weg naar het slavendeel. Daar werd Kervin afgegeven. Nu gingen we op ons gemak het kamp bekijken. Tussen al die huurlingen viel een aantal vreemde personen niet gauw op. Een BugBear zei zelfs: "Ik wist niet dat Thorgal ook Elves aannam", maar hij deed verder niks bijzonders. Er bleken 15 Thanoi te zijn, die de orde handhaafden.

Norkor ging naar de wapen smidse. Als wapenfriek is dat zijn lust en zijn leven. Daar zou hij de andere wapens onklaar proberen te maken. Op de Elves kwam een human af. Hij bleek Argash te heten en hij was de tweede persoon van de commandant. Hij gebood ons om mee te gaan naar de commandant, Algrago. Die had zijn tent tussen de elite tenten staan met een aantal lijfwachten er om heen. Daar kregen we een gesprek. We vertelden dat we mee wilden doen en dat we een human als gevangene meegenomen hadden. Dit werd nagevraagd. Na bevestiging zetten we een kruisje onder het kontrakt (alleen Miriam kon lezen en schrijven) en ontvingen we een soldij van 2 staal per dag. We kregen een eigen tent, maar we moesten wel uit de buurt van die Draak blijven. Dat was het verblijf van Thorgal.

Vervolgens ging Owyn naar de smidse, om Norkor op de hoogte te brengen. Even later verzamelden we ons ergens midden in het kamp. Er liep een Thanoi vrouw voorbij, die een legertje met gesluierde vrouwen achter zich aan had. Sommige BugBears floten naar deze mooie vrouwen. Deze harem bleek naar Thorgal te gaan. Er werd geopperd dat Trees en Miriam zich in die harem zou aansluiten. Beide weigerden dat pertinent.

Daarna kwamen we bij een tent waarin een Barber zat. Er werd een gesprekje met hem gevoerd. Hij vertelde dat de Draak vuur zou spuwen, zodra iemand hem aanraakte. We zouden proberen om met zijn hulp de Draak in te komen. De Reus moest toch eens zijn haren laten knippen. De rest ging mee, om handen, voeten en nagels te verzorgen. Helaas, trapte de wachters bij de Draak daar niet in.

De Barber ging daarna naar zijn tent terug. De groep begon zich weer wat te splitsen. Norkor ging weer naar de smidse. Een aantal gingen de wacht van het slavenkamp proberen om te kopen. Dat lukte. Ze kregen een wachtronde bij het kamp. Ze slopen in het kamp en kregen Kervin te spreken.

Trees zelf ging de wapentent op zoeken en kreeg 3 messen mee. Daarna ging ze naar de achterkant van het slavenkamp en begon ze te "oefenen" met werpen. Daarna gooide ze "per ongeluk" de drie messen over de omheining heen. Trees vloekte gespeeld. Er klonk een gegil uit de omheining. Er was een slaaf geraakt, wat weer een soort oproer in het slavenkamp veroorzaakte. Daarna wandelde Trees terug naar de wapentent en zei daar: "Wat een kut messen, ze zijn veel te ongebalanceerd om een beetje mee te werpen."

Daarna verzamelden we ons weer in onze tent. Er werd een plan uitgewerkt, wat wel een redelijke kans van slagen leek te hebben.

Een plan uitvoeren.

Hierop gingen we aan de slag. We gingen de richting van de Nepdraak op. Timain trok zijn Ever Smoking Bottle open. In no-time was het kamp gevuld met een ondoorzichtige rook. Na 2 voet kon je gewoon niets meer zien. Daarna ging Norkor naar de voordeuren van de Draak. Timain sloot even zijn pot, dan had Norkor de gelegenheid om een Wyvern Watch bij die deur te casten. Vlak daarop deed Timain zijn pot weer open en weer was het kamp in rook gehuld.

Norkor maakte dat hij weg kwam, onderweg flink paniek schoppend, grote verwarring in het kamp stichtend. Owyn caste zijn Magical Dog en liet die de wachters aanvallen. Owyn en Miriam vielen buiten de mechanische Draak een aantal Gnolls aan, deze bleken echter beter dan verwacht. Miriam werd na de eerste aanval bewusteloos geslagen door een gnoll, waarna Owyn zijn aanval staakte om haar te verbinden. Owyn zette zijn aanval niet door, maar sleepte hij Miriam's bewegingloze lichaam naar een rustigere en veiligere plek toe om haar verder te verzorgen. Zij hoopten dat ze snel Norkor tegenkwamen om Miriam te healen, want zij had al heel veel bloed verloren.

Timain nam zijn pot mee, deze open latent en hij zette deze neer naast de voorste linker zijdeur. Daarna ging hij en Trees door deze deur de Draak binnen. Daar troffen ze 5 stevige personen aan, de wachters in de Draak. Binnen in de ruimte waren duidelijk de bovenkanten van de wielen te zien. Het binnenwerk bestond uit hout.

Deze wachters waren toch wel verrast toen wij binnen kwamen. Daarop trok Trees haar Magische Dagger (+3) en wierp die naar de eerste de beste wachter. Ze miste. Timain viel ook een wachter aan, maar had ook geen succes. Trees wierp nog haar Rabbit Slayer (+4). Gelukkig raakte ze daar wel een wachter mee. Daarna sloegen de wachters terug. Timain raakte knock out en Trees raakte ook aardig gewond. Met moeite kon ze Timain nog uit de Draak slepen. De wachters hadden blijkbaar alleen opdracht om iedereen uit de Draak te werken. Want ze kwamen ons niet achterna.

Buiten gekomen, was de pot nog steeds open. Trees wilde eerst Timain verbinden, maar wist niet zo goed waarmee. Haar bovenstukje had ze al eerder afgestaan en ze was vergeten om die terug te vragen. Dan maar een stuk van Timains kleren afgescheurd. Trees nam de pot mee en sleepte ook Timain weg, naar de noord richting van het kamp.

Ondertussen was Norkor op zoek naar Owyn en Miriam. Zij vonden elkaar spoedig. Maar Trees liep maar midden in die rook. Ze kon niets zien. En de rook had zich ook over het gehele kamp verspreid. Owyn kwam op het idee om zijn zwaard uit en in zijn schede te doen. Trees zag die lichtbol en snapte dat dat Owyn moest zijn. En ze ging die kant op. Samen sleepten ze zowel Miriam als Timain het kamp uit, het bos in.

Daar werden de gewonden geheald. Timain deed ook zijn rookpot weer dicht. En er werd gerust. Timain en Owyn wilden extra genezing hebben. Maar de god van Norkor, was het niet echt eens met al die gratis geneesspells. Daarop vroeg Norkor een vergoeding voor de extra genezing. 10 Staal per punt healing. Bij gebrek aan voldoende geld schreef Miriam de noodzakelijke IOU's uit.

Miriam zelf weigerde te betalen voor genezing, het was graag of niet. Owyn heeft toen voor Miriam betaald en Miriam kon niet anders dan de genezing te accepteren. Ze had die namelijk heel hard nodig. Toen ze eenmaal verbonden was en een goede rust had gehad, kwam ze er weer aardig bovenop.

Tijdens het rusten, kwam Trees haar Rabbit Slayer weer vanzelf terug in zijn schede. Dat vond zij nou het mooie aan dat mes. Die kwam na verloop van tijd uit zichzelf weer terug bij haar.

Toen was het tijd voor groot beraad. WAT gingen we doen. Er waren 3 opties. Terug naar het kamp, om de opdracht uit te voeren; terug naar het fort; de hele opdracht afwijzen en een leuke herberg opzoeken.

Het fort viel af, omdat ze dan de opdracht niet hadden volbracht. Eigenlijk wilde de meerderheid wel een herberg opzoeken. Miriam was het vechten zat. Ze wilde niet naar het kamp terug. Maar Trees wilde haar Magische Dagger terug. Die lag tenslotte nog in dat drakebeest. En zo'n fantastisch wapen wilde ze niet laten liggen. Als ze die niet kwijt was geweest, zou ze ook naar de herberg willen gaan.

Plots kwam Owyn erachter dat hij wel een herberg in dit gebied wist te liggen, waar iedereen (na wat onderling gekibbel en de nodige seintjes) wel naar toe wilde. Trees was het hier ook wel mee eens, want Owyn had vlak daarvoor zijn plan via signaaltjes aan haar doorgegeven.

Verdwaald?

Owyn leidde de weg naar de herberg, maar onderweg verdwaalde hij (met opzet) en kwamen we bij het kamp uit. Toen moesten we wel doorgaan. Maar ditmaal met een ander plan. En dan met zijn allen de Draak in.

Weer in het kamp, stormden de Elves het kamp binnen. Norkor bleef even verrast achter, maar al spoedig ging hij zijn 'vrienden' achterna, een Dwarvenstrijdkreet uitschreeuwend. Het kamp werd verrast.

Timain deed zijn rookpot weer open en leidde hij ons naar de voordeuren van de Draak. Bij de ingang zette hij de rookpot neer. De voordeuren waren eenvoudig te openen en we stapten naar binnen. De 5 wachters werden spoedig verslagen. In de ruimte waren touwen en haken te zien. Met de touwen werden alle toegangsdeuren afgesloten en dichtgebonden. Nu kon niemand meer daar naar binnen.

In deze voorhal was nog een deur naar achteren en een wenteltrap omhoog. Trees zocht nog naar haar Dagger, maar die lag hier niet meer. Daarna ging zij als eerste de wenteltrap op. We kwamen in een gang met 5 deuren.

Als eerste deden we de voorste deur open. Die kwam uit op een ruimte met allerlei bergen kolen erin, een zevental geketende Gnomes en een beholder met een groot middenoor, in plaats van een middenoog. Owyn gebruikte een van zijn potjes langzaam werkend vergif op de Hammer van Norkor, waarna Norkor zijn Throwing-Hammer naar de beholder wierp en hem met het gif verwonde. Hij ving zijn Hammer weer op en deed toen de deur weer dicht.

Het zou enige tijd duren voordat zo'n beholder effect ondervond. Na de nodige tijd wachten, ging Timain naar binnen om een kijkje te nemen. Zodra Timain zag dat de beholder zich achter de deur verborgen hield, gaf hij het ding een mep met zijn Long Sword en vluchtte hij de kamer weer uit. Daarna ging Owyn naar binnen. Hij kon de beholder echter niet vinden. Toen hij zich omdraaide werd hij verrast door de beholder, die zich tegen het plafond had verborgen.

Hierna probeerde Timain het nog een keer en uiteindelijk werd de beholder verslagen. Daarna hakte Miriam de ketenen van de Gnomes door. Zij durfden alleen de kamer niet uit, dus we hadden verder niks aan ze. Norkor sprak ook de taal Gnomish. Maar hij wist alleen van ze maar los te krijgen, dat de Reus en de Magier boven waren.

Daarna onderzochten we de linker deur. Deze kwam uit op een vergaderkamer, waarin 6 Thanois zaten. Ieder vocht tegen een Thanoi. Owyn had een eigen taktiek. Hij had een Morning Star en gooide die in de handen van zijn tegenstander. Die werd hierdoor verrast, waarop Owyn hem te vuist kon neerslaan en uitschakelen. Trees tumblede over de tafel heen en kon zo haar Thanoi neer steken. Ze raakte wel behoorlijk gewond in de strijd. Ze zou voor de rest wat achter blijven. Ze had geen zin om het loodje te leggen. Tijdens het gevecht had Timain ook de nodige wonden opgelopen. Hij verliet deze kamer samen met Miriam om zich te laten verbinden.

Na deze ruimte gehad te hebben, ging Norkor als eerste deze ruimte uit. Uit de achter deur kwamen 6 wachters. Die moesten gealarmeerd zijn. Miriam caste een web op die achter deur. Dit hield de wachters een tijd tegen. Er waren echter al twee wachters door gedrongen. Die werd spoedig verslagen door Norkor en Timain.

Terwijl Timain de overige wachters in de gaten hield en bij doorbraak versloeg, werd de rest van de deuren onderzocht. De voorste rechter deur kwam uit op een keukentje, waarin een bange vrouw zat. Zij werd door Miriam en Owyn gerust gesteld. De vrouw vertelde dat de Reus boven was. Toen we vroegen hoe hij dan boven gekomen was, had ze het over dat de reus waarschijnlijk door een magier geteleporteerd was.

De achterste deur gaf toegang tot een voorraad kamer. Van daaruit nam Trees een doos met 20 eieren mee. Altijd handig om mee te gooien, dacht ze.

Toen gingen we door de achterste deur.

Achter die deur kwamen we op een gangenkruising, waarop 4 slaapkamers uitkwamen. We gingen wederom naar boven, Timain en Owyn voorop en Trees achteraan.

De laatste ruimte.

Toen deed Owyn de deur aan de linkerkant van de Draak open. In deze ruimte was een Simitar Human Thief aanwezig, die de deur weer dichttrok. Vervolgens opende Owyn de deur meer, maar er was niemand meer te zien. Owyn wou de kamer net verlaten om dit te vertellen, maar voelde toen een mes in zijn rug dringen. Dat deed behoorlijk pijn. Na een gevecht, waarbij Owyn probeerde om de man bewusteloos te slaan met zijn vuisten, versloeg hij deze persoon met twee vuistslagen en een backstab. De persoon zelf kon daarna weinig doen met zijn Simitar en zijn Dagger, maar genoeg om Owyn toch wel te verwonden. De persoon werd beurs geslagen en hij raakte knock out.

Deze thief werd vastgebonden en, toen hij weer bijkwam, aan Miriam "voorgesteld". Enkele dreigementen later wilde hij praten. Boven was de Reus. Het was een reuze sterke Reus. Hij zelf was de wolvenhoeder. De wolven bewaakten de cellen, die hiernaast waren. Het vertrek waar hij was, was zijn verblijf. De deur aan de rechter Draakkant gaf toegang tot een kaartenkamer.

Na nog meer dreigementen, gaf hij aan Miriam een Amulet "Speak with Animals", een Potion "Animal Friendship" en een wolf's head. Dat laatste was er puur voor de sier en had geen functie. Doorzoeken van zijn verblijf leverde dat ons een Potion of extra healing en ongeveer 2 Gems op, ter waarde van 250 staal per stuk. De Potion werd gebruikt om Owyn wat op te laten knappen, na zijn gevecht.

Toen we de voorste deur van dit kleine gangetje door gingen, kwamen we in een grote ruimte terecht. In de ruimte waren aan de rechterkant allemaal grote gevechtsbogen opgesteld. De deur aan het eind aan de linkerkant leidde naar de cellen. De deur tegenover zou naar de vuurkamer gaan. Hierin zou het vuur gestookt worden door een aantal Zombies, waardoor de Draak vuur kon spuwen en rook kon blazen. Volgens de gevangene zouden er ook een aantal Hell-Hounds rond lopen. Genoeg redenen om de vuurkamer te ontwijken.

In de cellen troffen we 3 wolven aan, elk 7 tot 12 voet lang en met een schofthoogte van 5 voet. In de eerste cel vonden we een oude man met vodden aan en een grijze baard. Hij vertelde ons dat de tovenaar door de Reus werd opgevoed om zijn vader te haten. De tovenaar was de zoon van de baron, maar dat wist de tovenaar zelf niet. Op onze vraag of de oude man mee wilde, antwoordde hij dat hij nu in alle rust kon sterven, met de wetenschap dat de Reus nu verslagen zou worden. De oude man vertelde ook nog, dat als we de torch om zouden zetten, dan ontploft de boel, omdat de rook dan niet weg kan. De torch bevond zich in de kop van de Draak.

Miriam, die het amulet droeg en de Potion "Speak with Animals" gedronken had, sprak met de wolven af, dat ze vrij zouden zijn, als ze meehielpen om de Reus te verslaan.

Hierop gingen we terug naar de wenteltrap. Iedereen ging naar boven, behalve Trees. Zij dook de kaarten kamer nog in. Daarin vond ze allemaal kaarten van Krynn, die ze allemaal in haar backpack deed. Kaart lezen kon ze ook niet zo goed, maar ze zouden vast wat op kunnen brengen.

De rest (inclusief de 3 wolven) ging dus naar boven. Na het openen van de enige deur, kwamen ze in een hoge gang uit met grote deuren, van het formaat Reus. Uit de eerste deuren links en rechts kwamen 4 humans in fullplate armor.

Miriam stuurde 2 wolven naar 1 human toe. Norkor caste een HeatMetal spell op twee humans, terwijl hijzelf zelf in de grote ruimte bleef staan. Miriam, Owyn en Timain namen daarna elk een human voor hun rekening. Hierbij caste Miriam nog een Burning Hands spell op 1 van die opwarmende humans, die nu nog meer begon te zweten.

Resultaat: Twee humans gedood. Er werd een wolf gedood. Owyn raakte bewusteloos. En Timain stierf. Daarna overleden de twee andere humans, hoofdzakelijk als gevolgd door die HeatMetal spell. Miriam kwam aardig gewond uit de strijd. Zij verbond Owyn.

Er bleven 4 Daggers liggen. Toen Trees boven kwam en die vond, stak ze die al spoedig in haar riem. Verder doorzoeken leverde een aantal Gems op met ene totale waarde van 2500 Staal.

De voorste rechter deur gaf toegang tot het verblijf van de Reus. Die deur werd snel weer gesloten, want de Reus was daar aan het slapen.

De voorste linker deur gaf toegang tot het verblijf van de Mage. Daarin was een koffer. Zodra Miriam die opende, kwam er een mond op de koffer, die luidkeels: "Thief ... Thief" schreeuwde. Norkor caste toen snel eem Silence 15'-Radius Spell, zodat de koffer al spoedig weer stil was. De stem zou de Reus niet meer kunnen wekken.

Het volgende haalde Miriam uit de koffer: een Spellbook; een Wand, een Pijl, een Boog; een Hoorn, een Mantel; Een Deck of Cards (met smerige plaatjes erop); een paar Gauntlets voor Dexterity en een zak met Gems.

Een reuzenplan.

Maar, NU kwam het grote probleem. Hoe verslaan we de Reus. Plan gemaakt. Trees kreeg de Gauntlets of Ogre-Power van Owyn. Met haar backstab ervaringen en met haar Rabbit Slayer kon ze extra veel schade toebrengen.

Norkor 'leende' de Gauntlets of Ogre-Power van Timain. Hij had ze toch niet meer nodig. Ook zou hij voor de zekerheid eerst nog een Wyvern Watch boven de Reus casten. Helaas, werd de Reus hiervan onmiddellijk wakker en was zo het verrassingselement verdwenen. Trees ging toen naar de Reus, maar ze miste haar BackStab. De Reus pakte zijn houten knuppel en sloeg een keer naar Trees. Ze was al aardig gewond, ze kon niet veel meer hebben. Ze raakte van de klap bewusteloos.

Norkor gooide zijn Hammer en hij miste ook. Miriam caste een blindness spell naar de Reus. Die lukte. Daarna vielen Miriam en Norkor samen de Reus aan. Miriam raakte de Reus. De Reus raakte Norkor. Miriam raakte de Reus behoorlijk. De Reus sloeg terug. Maar Miriam was ook al aardig gewond en kon deze klap helemaal niet hebben. Ook zij stierf. Norkor raakte de Reus en de Reus viel toen ook dood neer.

Miriam dood. Owyn zag dat. En Toen????

TOEN WERD Owyn BOOS!!!! ERG BOOS!!!!

Hij pakte zijn gauntlets of Ogre-Power weer van Trees en hij nam haar Rabbit Slayer uit haar handen. Daarna ging hij de voorste wenteltrap op, verder naar boven. Daar had de mage zich blijkbaar verschanst. Toen Owyn halverwege de trap was, was opeens de buiten lucht zichtbaar. De mage vluchtte met de drakekop, die hij op magische wijze door de lucht kon manoevreren.

Toen Owyn helemaal boven was gekomen, realiseerde hij zich dat de mage nu veel te ver weg was. Toen hij naar beneden keek, zag hij (tot zover de mist het niet bedekte) het grootste deel van het leger wegvluchten.

De Buit.

Toen we het verblijf van de Reus doorzochten, vonden we het volgende:

10.000 Staal aan Gems
10.000 Staal Pieces
15.000 Silver Pieces
3.000 Platina Pieces
8 Potions met een nog onbekende werking.

Plus die 3.000 staal aan Gems die we al eerder vonden, maakte dat een behoorlijke schat.

Toen Trees bij kwam, vond ze bij de Reus haar Magische Throwing Dagger (+3) weer terug.

Het was een hele slachting geweest. 2 Party-members dood.

Norkor wilde de schat voor zichzelf houden. Om zijn eigen Kraft-Hammer te voltooien. Trees en Owyn herinnerden hem aan de dood van de party-members en dat zij het belangrijker vonden om ze te laten resurrecten. Trees maakte dat op haar eigen manier duidelijk. Resurrecten kost namelijk heel veel.

Norkor moest toen wel instemmen. Tenslotte kon hij ook het stalen omhulsel van de Draak verkopen.

Nu moesten we alleen nog een hoog-priester vinden, die Miriam en Timain kende en wilde laten resurrecten. 

<=== Naar de Inhoudsopgave