Verhalen

Sat 19-Jan-19 - 13:23:36

<=== Naar de Inhoudsopgave

De harnas verzameling.

Datum: Mon 01 December 2003
Door: Henry Haggard
Dit Verhaal gaat over: Ondoden

Kloing ... kloing ... kletter kletter - kloing ... Daar gaat hij dan, terwijl hij zijn zelf bij elkaar gesprokkelde verzameling achter zich aan probeert te slepen. Hij weet vaag nog hoe hij aan het eerste stuk kwam. Dat was niet zo lang geleden en het was een beenstuk. Het zag er een beetje verroest uit, maar het voorkwam veel pijn, wanneer hij weer met dat been tegen een uitstekende boomstronk aankwam.

Het tweede en derde stuk lagen iets vaster in zijn geheugen, twee stalen schoenen. Maar dat kwam ook omdat hij ze weer zo snel mogelijk kwijt wilde. Ze belemmerden alleen maar zijn vlucht, nadat hij, geheel per ongeluk overigens, bijna een feetje "wilde" leren vliegen. Helaas, ze kon al vliegen. En ondanks dat, ze was ook nog de konegin. Okee, die feetjes hadden hem daarna goed te grazen genomen en een jaar lang van hun pest-geintjes "genieten", was wat minder. Maar daarna begon hij van die schoenen te houden, alsof het zijn redding was. Tenslotte kwam hij er ongedeerd mee door de prikkel-barri¨re, die de goblins gebruikt hadden in de omsingeling van het feetjes- ... euh ... gebied.

Bij de goblins vond hij het volgende stuk. Een kleine ronde gouden schijf, waarop een prachtig portret stond. Dit schijfje wilde hij gebruiken als versiersing, nadat hij een geschikt borststuk gevonden had. Maar er zat een klein nadeel aan dat schijfje, een nadeel in de vorm van een hand. En aan de andere zijde van die hand zat een arm, welke weer aan een hele dwerg bevestigd was. Deze brulde de hele tijd dat hij zijn goud nooit los zou laten. Dus dit schijfje haalde zijn beginnende verzameling niet. Ook omdat de harnas verzameling van die dwerg veel groter was dan die van hem.

Daarna ging het hard. Onderweg kwam hij langs heel veel lawaai. Typisch dat lawaai dat een beginnend slachtveld aankondigde. Vanaf de rand van een dichte struik kon hij goed zien hoe de toekomstige uitbreidingen van zijn verzameling achteloos door de lucht gingen, soms nog inclusief een verse homp vlees. Maar hij luste geen elfenvlees. En ook geen vlees van die andere grote wezens. Bovendien waren er nog te veel pottekijkers aanwezig, die hem vast zouden beletten om zijn nieuwe uitbreidingen te bekijken. Hij besloot om te wachten tot het strijdgewoel wat getemperd was, om daarna te wachten tot de grote, trage en lompe overwinnaars ook vertrokken waren. Voordeel was wel dat deze veel van dat vlees verorbend had, zodat menig stuk bescherming er kaal bijlag, klaar voor het oppakken. Vanuit zijn schuilplaats kon hij al zien dat er een geruime keus was. Op het borststuk en rugstuk na, had hij passende onderdelen om zijn lichaam te kunnen bedekken.

Hij probeerde nog om van twee rugstukken één te maken, maar dat lukte helaas niet. Hij wist niet of dat nu kwam door zijn onkundige gestuntel bij het verbouwen, of dat het kwam omdat zijn hoofd gewoon boven zijn romp zat en niet aan een zijkant, waar de hoofd-uitsparingen van de twee dwars-gedraaide rugstukken waren. Hij besoot om ze toch mee te nemen. Hij had nu tenminste een dubbelen, welke hij wellicht kon ruilen op een speciale harnas-beurs, of een jaarmarkt.

Maar zover kwam het niet. Al spoedig kwam hij een geïnteresseerd persoon tegen, die zijn rugstukken graag wilde hebben. Achteraf twijfelde hij of het wel een goede ruil zou worden. Er kwam tenminste flink wat gekibbel aan te pas, gevolg door enkele rake argumenten en steekhoudende tegen-argumenten. Helaas verloor hij deze onderhandelings-ronde. Wellicht dat dat ook kwam door de vele vrienden van die ander, die zich er nu met veel gekletter mee gingen bemoeien en om hen heen begonnen te staan. Allen met de tanden bewapend. Hij raakte niet alleen zijn borst- en rugdelen kwijt, ook een elleboog- en kniebeschermer wisselden van eigenaar. Stekels op een harnas is dus niet handig, concludeerde hij al gauw.

Afijn, na een sportieve sprint was het verlies nog enigzins beperkt gebleven. De anderen moesten hem goed kunnen volgen, een rennend harnas maakt tenslotte behoorlijk wat kabaal. Maar misschien dat zij hun gewonde makkers toch belangrijker vonden. Zo hard had hij ze toch niet getroffen? Een heupworp hier en een borst steek daar. Menig skellet moest zoiets kunnen overleven. En misschien kwam het ook doordat de anderen hun thuisplek niet mochten verlaten, of doordat hij nu de begraaf-plek verliet.

Bij een klooster vroeg hij of hij er mocht rusten. De dienst-doende deurmonnik vertelde dat men daar geen bezwaar tegen had, op voorwaarde dat hij zijn verzameling buiten zou laten. Hij wist dat hij deze deur-monnik gemakkelijk kon overrompelen. Maar toen hij meer monniken binnen zag rondwandelen, besloot hij om toch ergens anders te overnachten.

In een nabijgelegen bos zetelde hij zich tussen de wortels van een grote boom. En terwijl hij zich voorbereidde om de nachtrust te beginnen, hoorde hij een houten gekraak en gekreun achter hem. Nieuwsgierig ging hij op onderzoek uit, maar hij vond niemand. Wel leek een winderige stem te zuchten: "Weer zo'n persoon met staal. Nog meer pijn in mijn oksels." Toen daarna ook nog enkele grote takken plotseling boven zijn hoofd heen en weer zwaaide, dacht hij: ` Hier moet ik niet wezen.' Zo snel als hij kon rende hij weg, op weg naar een struikgewas enkele honderden meters verderop. Daar kon hij van de nachtrust genieten.

De volgende ochtend werd hij wakker en zag hij dat achter het struikgewas een stuk afgebrokkelde muur was. Hij volgde de muur, totdat hij bij iets kwam wat op de ingang leek. Iets verderop was er een trap naar beneden, diep de duisternis in. Nieuwsgierig liep hij de trap af, totdat hij zijn voet voelde wegglijden. Hij kon zijn evenwicht niet meer houden en kletterde met harnas en al met veel kabaal de veel te lange trap af. Nog voordat hij de onderste trede van de trap bereikt had, raakte hij al bewusteloos. En als hij zich nu niet zo verwondde, had hij nog wakker kunnen worden. Maar helaas, verliep het voor hem anders.

Na zo'n vijf maanden daar gelegen te hebben, voelt hij dat hij kan opstaan. Hij voelt geen pijn, maar zijn harnas is wel te groot geworden voor zijn lichaam van alleen maar botten. Hij probeert zich te herinneren wat er gebeurt is, maar veel verder dan een trap naar boven, komt hij niet. Dan maar naar boven.

Kloing ... kloing ... klikkerde klik klik - kloing ... Daar gaat hij dan, proberend zijn zelf bij elkaar gesprokkelde harnas-verzameling achter zich aan te slepen.

<=== Naar de Inhoudsopgave