Verhalen

Sat 21-Sep-19 - 02:38:40

<=== Naar de Inhoudsopgave

Einde of doorstart?

Datum: Sun 01 August 2004
Door: Henry Haggard
Dit Verhaal gaat over: Nachtelfen

Aan de rand van het bos, waar een weg richting de hoge bergen gaat staat een herberg, genaamd De Stalen Kruik. Het is al laat in de avond als de deur open gaat. Vier personen, gehuld in een donker-blauwe cape, komen binnen. Er is weinig volk in de gelagkamer en de herbergier is niet echt verrast. Er komt wel meer vreemd volk binnen. Volk dat de bergen in wil trekken, of er juist uit terugkomen. Ook weet hij dat er in de bergen zelf flink wat dwergen gehuisvest zijn en dat aan de andere kant van de bergen het land der trollen ligt. Maar deze vier personen zijn een stuk groter dan dwergen en zij zien er, ondanks hun hullende cape, met een kap tot ver over de ogen getrokken, een stuk leniger uit. De voorste persoon kijkt even in het rond en wijst naar een lege tafel in een hoek. De persoon erachter knikt, waarna zij allen naar de tafel toe wandelen. Twee van hen gaan zitten, de anderen twee blijven staan, alsof zij de wacht houden. De herbergier meent een symbool te zien, een zilveren driehoek met twee gele sterren erboven. Hij meent het symbool te herkennen, maar hij is niet zeker.

De herbergier loopt behoedzaam naar het viertal toe. Met zijn armen enigzins wijd open, om te tonen dat hij geen wapens draagt, vraagt hij: "Mag ik u vragen of u wat drinken wilt?" De twee wachters reageren allert. Degene met het symbool laat een sshhht-klank horen, waarna de twee wachters op de plaats rust nemen.

Dan antwoordt de symbool-drager de herbergier. Het is een vrouwenstem. "Wij willen graag een kruik met Oloth Orbben, als u dat heeft." De herbergier knikt en weet nu genoeg. "Ik zal een kruik voor u brengen.Wat brengt u hierheen, als ik u vragen mag? Wij hebben vanavond luxe kamers beschikbaar. De omgeving is rustig en ik verwacht geen onheil."

De vrouw antwoordt: "Wij hebben vernomen dat er hier regelmatig een zeer belangrijke dwerg komt. Vanavond zou hij hier weer zijn, maar zo te zien hebben we hem gemist." Er klinkt een lichte teleurstelling in haar stem. De herbergier zegt: "Er komen hier regelmatig een aantal dwergen. En enkelen zijn belangrijk voor deze omgeving. Maar waar zij nu zijn, weet ik niet." Hij draait zich om en gaat terug naar de toog.

Er klinkt een opgewonden discussie bij de tafel. De vrouw fluistert: "We zijn te laat, hij is al vertrokken." De andere stem, van een man antwoordt: "We kunnen in ieder geval hier overnachten. Wanneer zou hij weer komen?" De vrouw: "Over twee weken weer. Dan is het te laat. Dan is Moeder al gestorven." De man: "We zouden in de bergen kunnen zoeken."

Inmiddels is de herbergier alweer bij de tafel aangekomen. Hij zet de kruik met vier bekers op de tafel. Dan zegt hij: "Als u me de naam van die dwerg vertelt, kan ik wellicht verder naar hem informeren." De vrouw antwoordt: "Wij kennen zijn naam niet, maar we weten dat hij goede raad kan geven." De herbergier zegt: "Het spijt mij dan dat ik u daarmee niet verder kan helpen. Wilt u wellicht kamers voor vanavond?" De vrouw: "Nee, dank u. In dat geval vertrekken we vannacht nog."

De herbergier knikt en loopt weer terug naar de toog. Na enige tijd gaan de twee wachter bij de tafel zitten en ze hebben een zachte conversatie. Terwijl de herbergier de overige tafels leeg ruimt, vertrekken de laatste bezoekers naar hun kamers. De herbergier is druk doende met het schoonmaken van de toog, wanneer de deur open gaat en er een oude dwerg binnen komt. Hij roept uit: "Goedenavond een ieder." Hij stapt naar het viertal toe. De twee eerdere wachters springen op, tussen de dwerg en de tafel in. Terwijl ze elk twee glanzende zwarte zwaarden trekken, gaan hun cape af. Een zwart-gehuide man en een vrouw staan klaar voor een tegen-aanval. De herbergier duikt van schrik achter de toog. De dwerg mompelt echter iets onvertsaanbaars en hij vervolgt met: "Rustig, mijn nachtelfen, rustig. Jullie waren op zoek naar mij?"

De zittende vrouw en man kijken elkaar even aan, waarna de twee wachters bevolen worden om weer aan tafel plaats te nemen. Tegen de dwerg wordt gezegd: "Kom erbij zitten. Tenminste als u Echt degene bent die wij zoeken." De dwerg neemt plaats aan het hoofd van de tafel. en zegt: "Mijn naam is Barg Steenjuweel en ik heb begrepen dat jullie met een ernstig dilemma zitten, heb ik gelijk?"

Stomverbaasd kijken de vier nachtelfen elkaar aan. De vrouw met het symbool reageert als eerste: "Wij zijn van het Huis Atah. Ik ben Hoge PriesteresNorina, hij is Griffioen Alfa Xarian en deze twee", terwijl ze op de twee wachters wijst, "zijn Alsta en Gelroor, onze `lijfwachten'. Hoe komt u erbij dat wij juist u zouden zoeken?" Barg antwoordt: "Wij Paladijnen hebben onze eigen informatie-bronnen. En ik heb vernomen dat Matron Mycia stervende is. Tevens is bekend bij de Paladijnen dat jullie Huis zwak is en voor een moeilijke keuze staat."

Norina: "Ja, inderdaad, dat klopt allemaal. Onze Matron heeft geen levende dochters meer en het Huis is in grote verdeeldheid geraakt. Als niet alle huis-leden het belang van het Huis belangrijk vindt, zou je haast denken dat ons Huis door een interne strijd ten onder zou gaan, in plaats van door het sterf-ritueel. Het Huis lijdt er al zo veel onder. Een groot deel vindt dat er geen waardige opvolger is, terwijl een ander groot deel zegt dat er wel degelijk een opvolgster is, maar dat die zich wel moet melden. Een klein deel vindt dat er een opvolgster gekozen moet worden, maar deze groep wordt door de rest genegeerd. Zo zijn de regels der Nachtelfen niet, zo houden men vol. De meesten willen toch wel dat onze Matron nog enige tijd door zou kunnen leven, zodat Zij een waardige opvolgster aan kan wijzen."

Barg reageert met: "Dus, jullie willen eigenlijk dat het sterf-proces teruggedraaid wordt? Zo'n verzoek komt wel vaker tot ons, maar daar zit een hoge prijs aan vast. Bovendien ben ik benieuwd waarom jullie deze hulp bij mij komen vragen, in plaats van bij één der nachtelf Paladijnen. Ook Zij zijn met het lot van Huis Atah begaand zijn."

Norina: "Nee nee, u begrijpt ons verkeerd. Onze Matron heeft Haar rust verdiend. Het is niet onze wens om Haar lijden nog langer te rekken. Het enige wat we willen weten is, wie een waardige opvolgster voor onze Matron is? Als er geen waardige opvolgster is, weten wij ... ook ... wat ons ... te doen ... staat." Dit laatste zegt ze erg wijfelend, alsof ze het eigenlijk niet wil uitspreken. Barg zegt: "Maar waarom bij mij, dat is mij nog niet duidelijk."

Xarian zegt: "Excuseer mij, Hoge Priesteres. Ge¨erde Barg, na lang overleg onderling, wilden wij met opzet geen advies vragen bij een Paladijn van ons ras. Zij weten hoe onze cultuur in elkaar steekt en wij meenden dat er geen onbevoordeeld advies eruit zou komen. Daarnaast, weten wij dat de dwergen ook een ras van strijd is en daarom leek U ons de juiste keus om advies in te winnen."

Barg: "Het doet mij verdriet waarom jullie jullie eigen Paladijnen in deze questie niet in vertrouwen willen nemen. En jullie begrijpen wel dat ik ook met hun moest overleggen. - Ja, wij Paladijnen weten meer dan jullie ooit zullen realiseren en wij houden ook regelmatig kontakt met elkaar. Desondanks hebben zij mij hun zegen gegeven in het volgende advies. Dat jullie, met slechts enkele personen, alle meningen van het Huis hebben proberen te peilen, dat spreekt voor jullie groepje. Plus dat jullie voorbij de grens van jullie rijk, van jullie ras willen kijken voor een zo goed mogelijk oordeel, kunnen wij niet anders adviseren dat er wel degelijk een waardige opvolgster voor jullie Huis is." Barg kijkt hierbij naar Norina.

"Ondanks dat je niet om een proeve gevraagd heb, Norina, lijkt ons dat je bij deze bijna voor de Alfa-proef geslaagd bent. Tot zover proficiat. Er is echter nog één onderdeel die je voor deze proef nog af moet leggen. Dat is om tijdig terug te zijn voor het Ritueel der Einde. We weten allemaal wat dit ritueel betekent, dus maak maar haast om terug te keren." Met een glimlach zegt Barg: "Dus schiet nu maar op. De rekening voor de herberg komt voor mij."

Norina kijkt verbaast naar Xarian. De twee wachters kijken enigzins verheugd na het horen van dit advies. Dit betekent dat het Huis Atah een kans heeft om voort te blijven bestaan. Alle vier staan ze op en maken een zeer diepe knie-buiging naar Barg. "Kom op, opschieten, wij mogen ons er niet mee bemoeien." Norina beveelt de wachters om richting de deur te gaan. Xarian volgt hen. Norina draait zich nog even naar Barg, die haar een bemoedigende knipoog geeft. En weg zijn ze, in de duisternis van de nacht.

De tocht terug zal zwaar worden, twee volledige dagen en nachten door de bergen, met maar weinig rust. Onderweg komen ze enkele keren een groep overvallers tegen, maar die verslaan ze met gemak. De tweede dag komen ze bij de woeste rivier. Op de heen weg konden ze over een gammele touwbrug, maar in hun haast zijn ze nu vergeten dat de brug maar één personen tegelijk kan dragen. Alsta en Gelroor staan nog maar net op de brug, als de hang-touwen het begeven. Gelroor stort naar beneden. Zonder gegil, zoals het een echte nachtelf betaamt. Maar na het optrekken van Alsta realiseren ze zich dat dit een halve dag extra reizen oplevert. Een halve dag die ze wellicht niet hebben, maar die het wel kost om de dichtsbijzijnde overspanning op te zoeken en over te steken.

Eindelijk komen ze aan bij de ingang van hun grot. Vanaf dat punt hebben ze nog 6 uur te lopen, 4 uur als ze rennen. Hun besluit is simpel, ze rennen. De lange gangen door, over de ongelijke vloeren. Nog een laatste richel en daar horen ze de gezangen van het Sterf-Ritueel al. Ze weten wat dat betekent. Matron Mycia Atah ligt opgebaart en wordt door de grote nachtelf-grot gedragen. Alle Atah-leden lopen er achter aan, terwijl de leden van de andere aanwezige huizen de stoet gadeslaan. Aan het eind van die tocht zal elk lid zichzelf het leven ontnemen, waarna het Huis Atah niet meer zal bestaan, tenzij ... ze op tijd komen.

Het drietal heeft een boven grot te pakken, nog meer onnodig tijd verlies. Alsta laat een schreeuw horen, maar deze wordt niet gehoord. Als een gek moeten ze de laatste 10 meters naar beneden afklauteren, waarna een eind sprint volgt van 100 meter. Norina schreeuwt: "Wacht. Stop." De stoet stopt met hun tocht, zodat Norina de plaats van Opvolgster kan opeisen, vlak achter de opgebaarde Matron.

Ondanks de droevenis van het sterf-geval, hebben de Huis leden een gevoel van opluchting. Het Huis Atah is op het nippertje gered. De Alfa-proef is geslaagd.

... Matron Norina Atah regeert verder..

<=== Naar de Inhoudsopgave