Verhalen

Sat 19-Jan-19 - 13:58:56

<=== Naar de Inhoudsopgave

De belegering - 2.

Datum: Sun 01 May 2005
Door: Henry Haggard
Dit Verhaal gaat over: Elfen

Trees was op pad naar een afspraak met haat vriendin Tan, als ze bij het afgesproken dorp Utsehut, midden in eenbelegering terecht komt. Als eenvoudige boself is ze daar niet op voorbereid. En om zomaar Tan in het dorp achter te laten, kan ze ook niet.

Kabafff. Weer vliegt er een hut in brand en weer rennen er paniekerige mannetjes in een poging om ook deze hut te blussen. Maar er zijn te weinig personen en op dit moment te veel brandende hutten. Vanaf veilige afstand meent Trees jammer-geklag te kunnen horen. Wel ziet ze dat de dorp-bewoners zich naar het hoge gebouw begeven.

Opeens ziet Trees dat er vanaf het hoge gebouwen een felle kronkelige straal schuin naar boven toe gaan, richting de aanvallers, om daar vervolgens uit te waaieren. Enkele brandende voorwerpen dalen naar beneden. Maar de aanvallers, die dwergen, letten daar niet op. Nog een keer wordt dekata;ult aangetrokken. En weer gaat er een brandende pot naar het dorp. Trees volgt de pot en deze keer komt hij in de buurt van het hoge gebouw terecht.Maar het lijkt of de pot daat niet rechtdoor naar beneden gaat, maar licht teruggeketst lijkt te worden. Alsof er iets is, op enige afstand van het hoge gebouw die de pot tegenhoudt.

En weer schiet er een felle kronkelige straal van het hoge gebouw naar boven. Ook deze keer waaiert de straal boven aanvallers uiteen. Deze keer met meer succes. Enkele brandende voorwerpen komen op de katapult terecht. En ondanks dat deze nog geen vlam vat, deinsen de aanvallers enkele meters terug van hun katapult.

Een onduidelijk geschreeuw, maakt dat de aanvallers weer naar de katapult toegaan en deze nog een keer aanspannen. Een derde straal van het hoge gebouw gaat weer richting de katapult. Deze keer geen fel-witte, maar een donker-rode. Boven de aanvallers waaieren deze nu in een kleinere omtrek uiteen. De katapult, bijna helemaal aangespannen, wordt nu bijna helemaal overspoelt met het effect van de rode straal. De meeste aanvallers spatten weg bij de katapult. Zonder munitie klapt de katapult terug in zijn ruststand, wat niet alleen een heftige klap veroorzaakt, maar ook een versplinterende lepel.

Uit het hoge gebouw verschijnt nu een blauwe straal, recht omhoog. Daar worden enkele wolken gevormd van waaruit het begint te regenen. Dit doet de diverse brandende hutjes doven. Maar voor de dorpelingen is het nog niet voorbij. De aanvallers besluiten om het dorp over een brede linie te bestormen. Plots ziet Trees dat er van tussen de hutjes aan haar zijde een groen gewaad persoon vandaan komt. Onmiddelijk staan er enkele dwergen om deze persoon heen. "Tan", schiet het door Trees heen. Ze bedenkt zich geen moment meer. Ze sprint er naar toe, met haar messen in haar handen. Met een luide kreet komt ze daar aan. De dwergen die Tan inmiddels omsingeld hadden, worden erdoor afgeleidt, maar gaan niet zomaar opzij.

Tjak, daar wordt een mes naar een dwerg gezwaaid. Mis. Met haar andere hand, zwaait Trees een mes naar een andere dwerg. Onderwijl doet Tan pogingen om een spreuk te doen, maar deze mislukt. Daar, net genoeg ruimte voor Trees om tussen Tan en de dwergen te gaan, nog steeds driftig zwaaiend met haar messen.

"Waar was je nou", is het eerste wat Tan zegt.

Trees antwoordt: "Terug, tussen de hutten. Hier redden we het niet."

Achteruit wandelend gaan ze terug, terwijl de aanvallers hun volgen. Tan zegt, licht paniekerig: "Maar die dorpelingen dan."

Trees schreeuwt: "Naar dat hoge gebouw, daar is iets, wat we misschien kunnen gebruiken."

Tan: "Nee, niet daarheen. Die staat op springen."

Trees: "Wat? Wat is er allemaal aan de hand."

Tan antwoord: "Nu niet. We moeten hier weg. Vlug, daarheen."

Ze wijst een kant op. Trees kijkt die richting op.Tan roept richting de doprelingen: "Hierheen."

Trees steekt een mes terug in zijn schede en pakt Tan bij haar hand. Daarna zetten de twee elfen het op een sprinten. En ze zijn nog maar net het dorp uit, of er klinkt een zwaar gerommel vanuit het hoge gebouw. Het geluid wordt steeds luider. Zo'n honderd meter van het dorp vandaan roept Trees: "Duiken !!!"

Zelf doet ze nog twee stappen, Tan achter haar aan sleurend, voordat ze zelf op de grond duikt en haar gezicht naar beneden houdt. Vanuit het dorp klinkt een enorme explosie. Zo een wat je wel eens van een alchemist of een magi¨r hoort, wanneer hij zijn toren weer aan het opblazen is. Enkele momenten later klinken er doffe ploffen op de grond, de vallende gesteentes van het gebouw. Wanneer dat afgelopen is, richt Trees voorzichtig haar hoofd op. Tussen haar en het dorp liggen diverse personen, de dorpelingen en de dwergen, op de grond.

"En nu wil ik wel eens weten wat daar aan de hand was. En waarom ik hierheen moest. En wie die necro nou is", zegt Trees tegen Tan.

"Necro? Waar heb je het over. Ik heb je alleen gevraagd om hier gisteren op tijd te zijn. Maar ik zal beginnen bij het begin. Dat hoge gebouw, wat er nu niet meer is, daarin ontdekten we enkele weken geleden in een gang een holle ruimte achter de muren. We hebben de hulp van enkele dwergen ingeroepen om de muur te doorbreken. Daarachter liep de gang door. En aan het eind was er een trap, welke uitkwam in een grote grot, daar beneden. En wat we daar vonden, het leek wel een kerkhof, zoveel dode lichamen als dat er lagen. En van diverse rassen, heh. En de dwergen natuurlijk meteen in paniek en wegrennen."

Na een korte pauze vervolgt Tan: "We hebben vele dagen onderzoek gedaan, maar we wisten niet hoe die grot daar gekomen is en wie er allemaal voor gezorgd heeft. En ondertussen kwam er iedere keer een woordvoerder van de dwergen dat we de gang weer moesten afdichten. De slechte geesten huisden daar en zouden terug komen om wraak te nemen. Toen heb ik die boodschap naar jou gestuurd, dat je gisteren om het middag-uur hier moest zijn"

Verontwaardigd antwoordt Trees: "Ik moest hier vandaag zijn. Dat stond er echt. Dat hebben ze me voorgelezen. Tenzij ... als ik die gasten weer terugzie ..."

Tan zegt: "Rustig nou, Trees. Ik weet niet wat jhij allemaal geflikt heb, waar je was, je bent nou toch te laat gekomen. Afijn,toen je er gisteren niet was, besloten we om de gangen te vernietigen. Maar dat vergde nogal wat voorbereiding. Nou, en toen die dwergen vandaag ook nog begonnen met hun aanval, hebben we het 1 en ander aan spreuken moeten gebruiken om nog iets van het dorp te kunnen redden. Helaas is de gevaarlijke stoffen, voor de ontploffing van de gangen, in het hoge gebouw zelf terecht gekomen. We hadden geen keus dan zowel het gebwou als de gangen op te blazen. Helaas heeft de exlosie ook het dorp meegenomen, zie ik nu. Ik hoop dat iedereen het overleefd heeft en dat ze het dorp weer op gaan bouwen. Het was wel jammer, want je zou de inrichting van de herberg erg op prijs gesteld hebben."

Na dit verhaal merkt Tan dat diverse dorpelingen en dwergen om haar heen zijn komen staan en met veel aandacht naar haar uitleggeluisterd hebben. Trees voelt een vreemde rilling over haar rug gaan. Vanuit de verte komt de leider van de aanvallers aangewandeld. Dichterbij gekomen, vraagt deze: "Is het nou voorbij?"

Tan knikt. "Dit was het. En wat gaat er verder met het dorp gebeuren?"

De leider zegt:"We kunnen het opnieuw opbouwen, maar dan wel op enige afstand van deze plek. Deze plek is verdoemd."

Tan zegt: "Dat moeten de dorpsbewoners maar uitmaken. Ik ben hier maar tijdelijk."

De leider antwoordt: "Straks zullen we gaan overleggen. Wellicht kunnen enkele van mijn mannen meehelpen met opbouwen. Maar eerst houden we een pauze."

Trees probeert de aandacht van Tan te trekken. Als dat gelukt is, zegt ze: "Zullen we verder gaan? Ik wil hier vertrekken. Al dat volk hier en al die dooien ..."

Tan knikt: "Ik begrijp het. Als je vanmiddag nog kan wachten, gaan we vanavond op pad."

<=== Naar de Inhoudsopgave