Verhalen

Sat 21-Sep-19 - 03:31:48

<=== Naar de Inhoudsopgave

De belegering.

Datum: Wed 01 December 2004
Door: Henry Haggard
Dit Verhaal gaat over: Elfen

In de verte hoort Trees diverse zware donderslagen. Ze kijkt omhoog maar er is geen enkel wolkje aan de lucht wat onweer aanduidt. Ze voelt zich ook niet helemaal op haar gemak, vooral niet omdat ze dwars door dwergengebied trekt. Maar dit is de kortste route naar de herberg in Utsehut. En ze zou en moest beloven om morgen op tijd te komen op de afspraak met haar vriendin Tan. Oooh, wat haat ze het hier.

Ondertussen is ze weer bij een stenenpaal terecht gekomen. De zoveelste op deze tocht. En deze is ook grauw grijs. Tan heeft verteld dat het afstandpalen waren. De dwergen plaatsen ze op vaste afstand langs belangrijke routes en je kan daarop aflezen hoever het nog was. Maar wat er precies op staat, is altijd weer een mystery voor Trees. Ze is de tel ook allang kwijt geraakt. `Waarom doen die dwergen nou altijd zo dwars. Waarom geen afstand systeem wat een eenvoudige elfin ook begrijpt', zo gaan haar gedachten. En ze wandelt verder tot het duister wordt.

Na nog een uurtje wandelen hoort ze van verre losse steentjes op het pad kraken. In een reflex rolt Trees enkele meters in het gras, naast het pad en ze maakt zich zo laag mogelijk. Ze wacht een tijdje. In de verte ziet ze duidelijk een groepje kleine persoontjes, dwergen. Ondanks hun gezette bouw zien de dwergen er niet zwaar bewapend uit. Ze maken ook veel lawaai bij hun gesprek. En ondanks dat het in hun eigen dwergentaal is, verstaat Trees duidelijk wat ze zeggen. "Dat was weer een gigantische klap." "Hiermee krijgen we dat dorp morgen wel klein." "Dat zal die necro leren om zich met onze helden te bemoeien."

Trees is onzichtbaar in de duisternis. De dwergen zien haar niet eens.Trees wacht ook tot de dwergen ver van haar af zijn, voordat ze voorzichtig opstaat en haar weg vervolgt. Eerst enkele tientallen meters over het gras en later weer over het pad. Ondertussen vraagt ze zich wat wat die dwergen bedoelen. Dat dorp in de verte? Die necro? Het verklaart wel die donderse slagen in de verte. En een necro voorspelt niet veel goeds. Afijn, ze zal het wel merken. Eerst moet ze op tijd zien te wezen in Utsehut.

Na nog een rustpauze genomen te hebben komt de zon in de verte op. Voor het middag-uur moet Trees aanwezig zijn. Hoe lang zal Tan wachten? En hoe ver is het nog. De weg is leeg. Zelfs in de verte is geen enkel persoon te zien. Weer komt Trees bij zo'n grauw grijze afstandpaal. Deze is echter anders van vorm. En er staat op dat het nog 5 kilometer is naar Utsehut. Maar Trees kan dit niet lezen. Zuchtend kijkt ze in de verte of ze al iets van een dorpje kan herkennen.

Dan hoort Trees achter zich het lawaai van staal op staal. Snel springt Trees van het pad af en kijkt in de richting waar het vandaan komt. Een ruiter met chainmail komt haar kant op. Trees denkt wat het beste is om te doen. De ruiter opwachten en vragen naar de lokale omstandigheden? Of zal ze hem voorbij laten gaan? Ze kan hem ook proberen te treffen met 1 van haar messen. Maar dat laatste plan verwerpt ze meteen weer. Ze besluit om aan de zijkant van het pad de ruiter op te wachten en zien of hij stoppen wilt.

De ruiter komt steeds dichterbij. Hij lijkt haar te zien, maar hij mindert geen vaart. Als de ruiter voorbij is, kijkt Trees verder het pad af. In de verte duikt een enorme stofwolk op. Ze wacht niet langer en vervolgt haar weg in versnelde pas. Wat het ook is die achter haar aan komen, zij komt niet uit dit gebied. Zij heeft er niets mee te maken. Zij wilt alleen maar naar Tan. Wel kijkt ze regelmatig om om te zien hoe snel de wolk nadert.

In de verte ziet Trees enkele rookslierten stijgen. Zou dat Utsehut zijn? Dat zal dan eens tijd worden. Vooral ook omdat de stofwolk achter haar toch wel langzaam, maar zeker toch dichterbij komt. Maar Trees gaat stug door in de richting van de rookslierten. De wijde grasvlakte van de omgeving biedt ook weinig bescherming en ze zal de veroorzaker van de stofwolk wel op tijd horen.

Na anderhalf uur zijn de omtrekken van een dorp te onderscheiden, een eenvoudig dorp zonder enige omheining met zo'n 20 hutten. Een hoog gebouw steekt er duidelijk ver bovenuit. Trees gokt erop dat dat Utsehut is. Het moet hooguit nog een kwartier zijn. Ze begint te rennen. Op 100 meter afstand ziet ze dat het dorp in volle paraatheid is gebracht. De lokale bevolking staat in volle bewapening. En dat zijn geen dwergen. Dat ziet ze al op deze afstand. Maar Tan staat er niet tussen. Nog 50 meter te gaan. Trees wandelt nu rustig naar het dorp toe met haar handen leeg en wijdgespreid naar voren toe, als teken dat zij geen kwaad in de zin heeft.

Helaas denken de personen buiten het dorp daar heel anders over. Zodra ze Trees zien, volbepakt met messen, rennen er twee mannen met getrokken wapens haar richting op. Trees twijfelt geen moment en spint naar rechts, terwijl ze met zowel haar linkerhand als haar rechterhand een mes trekt vanuit de riem om haar lederen rokje. Zonder om te kijken sprint ze verder en verder naar de rechterkant van het dorp, terwijl er ook van die zijde enkele mannen haar kant op rennen. Trees neemt het zekere voor het onzekere en gaat schuin terug van waar ze vandaan kwam, verder van het dorp af. Ze weet dat die stofwolk ook meer in de buurt zal komen en daar wilt ze ook niet in terecht komen.

Met een snelle blik kijkt ze achterom. De vier man zijn teruggekeert naar het dorp. De stofwolk, nu rechts-achter haar, is het dorp inmiddels genaderd tot schiet-afstand. Nu het voor Trees veilig is, besluit ze om stil te staan en de komende strijd te aanschouwen. Ze houdt wel in elke hand een mes vast, klaar voor eventuele aanvallers die alsnog haar kant op komen.

Maar de troep personen van de stofwolk staan stil. Achteraan ziet Trees een groot monsterlijk apparaat, een grote katapult. Een enkeling stapt naar voren en maakt wilde handgebaren. Een persoon van het dorp stapt naar de enkeling toe. Wat ze zeggen kan Trees niet verstaan maar het heffen van de wapens van de dorpelingen maken duidelijk dat zij niet zonder strijd de troep zullen binnen laten. Na enige tijd wandelt de enkeling terug naar zijn troep.

De arm van de katapult wordt naar achteren en beneden getrokken en er wordt een grote pot op de lepel geladen. Een torch steekt de pot aan, waarna de katapult afgevuurd wordt. Midden in het dorp spat de pot op een hutje uiteen. De brandende smurrie vloeit van het dak af en steekt de houten wanden aan. De verdediging voor het dorp valt uit elkaar. Veel rennen naar de brandende hut toe, om hem te willen blussen, maar paniek overheerst omdat men niets bij zich heeft om het vuur te kunnen blussen. De overblijvende verdedigers handhaven hun posities.

Maar dat weerhoudt de aanvallers niet om nog een keer de katapult te spannen. Nog een brandende pot vliegt door de lucht en knalt op een hutje uiteen. En ook deze hut vat brand.

Zal deze aanval dit dorp vernietigen?

Wordt vervolgd ...

<=== Naar de Inhoudsopgave