De Kilometer Heffing

Tue 21-May-19
21:23:14

Petities TEGEN de kilometer heffing (tot april 2007).



Verslag van vaste commissie Financie-en (Deel 1/2)

Datum: Mon 02 November 2009

Zoekterm: "kilometerheffing"

ONGECORRIGEERD STENOGRAM

(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)

  • 0: OSV
  • 1: 2009-2010
  • 2: 8
  • 3: WordXP
  • 4: Stenografisch verslag van een wetgevingsoverleg van de vaste commissie voor Financiën <1>
  • 5: Maandag 2 november 2009
  • 6: 09.45 uur
  • 7: <Geef Vetnummer> <Geef Vette titel>
  • 8: Nr. <Vul het Stuknummer in>
  • 10: 1 Samenstelling:

    VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG

    De vaste commissie voor Financiën <1> heeft op 2 november 2009 overleg gevoerd met staatssecretaris De Jager van Financiën over het Belastingplan 2010.

    Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

    De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Blok

    De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Berck


    Voorzitter: Blok

    Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bashir, Blok, Cramer, Omtzigt, Remkes, Sap, Tang, Van Dijck, Van der Vlies,

    en de heer De Jager, staatssecretaris van Financiën, die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.

    Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2010) (32128);
  • het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) (32129);
  • het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale vereenvoudigingswet 2010) (32130);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet belastingen op milieugrondslag in verband met de afschaffing van de vliegbelasting (32132);
  • het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale onderhoudswet 2010) (32133).

    De voorzitter:

    Ik open de eerste termijn van het wetgevingsoverleg over het Belastingplan 2010. Ik heet van harte welkom de staatssecretaris, de aanwezige ambtenaren, de belangstellenden op de publieke tribune en degenen die meeluisteren. In verband met problemen met de trein zijn de heren Omtzigt en Van der Vlies verlaat, maar wel onderweg. Mevrouw Ko?er Kaya laat zich verontschuldigen in verband met haar werkzaamheden voor het parlementaire onderzoek kredietcrisis.

    Wij hebben rond laten delen een indeling in zeven blokjes met daarbij de indicatieve spreektijden. U kunt die tijd zelf verdelen over de blokjes, maar ik zal er in ieder geval op wijzen als u op een zevende van de spreektijd zit. Ik ga maar gewoon de rij af en geef het woord als eerste aan de heer Remkes van de VVD-fractie voor het eerste blokje onder de fraaie titel Algemeen.

    1. Algemeen

    De heer Remkes (VVD):

    Voorzitter. Het is niet de eerste keer dat de VVD-fractie er een punt van maakt dat de Tweede Kamer geen stempelmachine is. Daar moet de staatssecretaris misschien nog even aan wennen. Ik sta in die kritiek niet alleen. De Raad van State maakte er eveneens opmerkingen over en de NOB deed dat deze keer ook. Ik moet zeggen dat ik met enige verbijstering de reactie van de staatssecretaris op dit onderdeel gelezen heb. Een paar citaten: "door de verschillende maatregelen onder te brengen in maar liefst zes verschillende wetsvoorstellen is de Kamer tegemoet gekomen". Dat laat natuurlijk onverlet dat deze Kamer op één en hetzelfde moment vijf van die wetsvoorstellen gelijktijdig in behandeling neemt. Het begint helemaal een jij-bak te worden als de staatssecretaris zegt: "al decennia verleent het parlement medewerking onder dankzegging aan deze procedure" en "de Kamer heeft het zelf besloten". Dat is wat mij betreft in ieder geval aanleiding om na afloop van het overleg van vandaag en van volgende week maar eens even naar deze procedure te kijken. De maat was bij mij helemaal vol toen mij bleek dat op ieder wetsvoorstel inmiddels al twee nota's van wijziging zijn verschenen, met op onderdelen ingrijpende voorstellen. Ik vind alles prima, maar zaken die niet strikt in het Belastingplan met de budgettaire consequenties voor 2010 thuishoren, horen wat mij betreft niet aan de orde te zijn in deze ronde. Als de staatssecretaris dat wil, kan hij daarvoor ook rustig een andere procedure kiezen. Ik vond het sowieso al aardig om in het stuk te lezen -- daar weet ik toevallig iets meer van -- dat het eveneens als tegemoetkoming aan de Kamer wordt gezien dat het fiscale stelsel BES in een apart wetsvoorstel aan de Kamer zal worden voorgelegd. Het zou er nog bij moeten komen dat dit ook in dit stapeltje stukken was beland. Dat was helemaal te gek voor woorden geweest.

    Ik heb nog een tweede algemene opmerking, ten einde niet iedere keer geconfronteerd te worden met dat punt. Er ligt van de VVD-fractie een amendement met betrekking tot de zogenaamde aanrechtsubsidie. Als wij dus financiële wensen hebben, dan ligt daarin de dekking voor die financiële wensen. Dat amendement zal overigens mevrouw Sap, als ik mij dat goed herinner, ook zeer aanspreken.

    De voorzitter:

    Mevrouw Sap voelt zich aangesproken.

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    Uiteraard, voorzitter. Dat amendement spreekt ons tot op zekere hoogte aan, maar de VVD-fractie gaat wel heel stoer te werk en wil de aanrechtsubsidie in een klap helemaal afschaffen. Ik vind niet dat die subsidie voor alle generaties nu meteen moet worden afgeschaft. Wij hebben er vorig jaar zelf een amendement voor ingediend om wat sneller tot afschaffing te komen, maar ook om realistisch te zijn en de positie van oudere vrouwen op de arbeidsmarkt niet uit het oog te verliezen. Dat doet de heer Remkes volgens mij wel.

    De heer Remkes (VVD):

    De geleidelijkheid van 15 jaar blijft erin zitten, maar de uitzonderingen worden inderdaad afgeschaft.

    Voorzitter. Mijn derde algemene opmerking betreft een vraag waarop de staatssecretaris geen echt helder antwoord geeft. In de afgelopen jaren zijn er, overigens op goede gronden, bij de Belastingdienst zeer omvangrijke investeringen in ICT geweest. Daarover is in deze Kamer ook regelmatig gepraat. Daarbij is sprake van vereenvoudiging, waarvoor de staatssecretaris zij geprezen. Linksom of rechtsom moet dat tot personele en formatieve consequenties bij de Belastingdienst leiden. Dat aspect mis ik in de stukken. Misschien kan de staatssecretaris hierop nader ingaan. Als hij zegt dat die operatie onderdeel is van de wat bredere financieel-economische discussie die wij in maart tegemoet gaan, waarbij ook de Belastingdienst nader onder de loep wordt genomen, vind ik dat op zichzelf prima. Er worden nu echter wel heel veel slagen om de arm gehouden.

    Mijn vierde opmerking gaat over de studiecommissie. Ik heb begrepen dat er nu sprake is van een voorstudie en dat er essays worden geschreven. Mag ik daaruit afleiden dat dit kabinet daarin in ieder geval geen nadere keuzes zal maken, en dat de nadere keuzes gemaakt zullen moeten worden bij een kabinet dat mogelijkerwijs in 2011 aantreedt? Het kan ook eerder, en het begint er steeds meer naar uit te zien dat het eerder zal worden. Dat kan bijvoorbeeld een centrumlinks kabinet zijn, bestaande uit CDA, PVV en SP.

    De heer Bashir (SP):

    Daarvan zou ik geen voorstander zijn, maar natuurlijk wel van de SP in de regering.

    De heer Remkes (VVD):

    Het zou allemaal kunnen, maar bereid u er mentaal op voor dat u misschien in een dergelijke combinatie terechtkomt; maar daar zal ik verder niet over speculeren.

    In verband daarmee leeft bij mij de volgende vraag; misschien kan de staatssecretaris daarop een verduidelijking geven. Is het de bedoeling dat die operatie budgettair-neutraal plaatsvindt? Als dat zo is, voorspel ik op dit front een totale mislukking, want eerdere operaties, bijvoorbeeld de operatie 2001, waren natuurlijk politiek alleen mogelijk als er enig geld bij gelegd werd. Dat ontbreekt in ieder geval in de brieven die wij nu gezien hebben. Misschien kan de staatssecretaris daar nog nader op ingaan. Ik zie daarbij natuurlijk wel het algehele financieel-economische probleem als achtergrondmuziek. Deze vraag speelt daarbij voor mij echter wel een rol.

    Ik zal bij deze gelegenheid niet duidelijk maken dat de VVD-fractie in een aantal opzichten fundamenteel andere keuzes maakt dan het kabinet. Dat is natuurlijk al uitvoerig uit de doeken gedaan bij de algemene politieke en de algemene financiële beschouwingen. Dat zal ik bij deze gelegenheid verder terzijde laten. Ik kan de staatssecretaris zeggen dat wij bij dat voornemen ook -- nu citeer ik de staatssecretaris -- "geluisterd hebben naar geluiden in de samenleving".

    De heer Bashir (SP):

    De groei van de belastinginkomsten loopt al vele jaren achter bij de groei van het bruto binnenlands product. Tussen bijvoorbeeld 2001 en 2008 was de groei van de belastingopbrengst per jaar gemiddeld slechts driekwart van de groei van het bruto binnenlands product. Dit jaar lijkt de verhouding tussen de belastingopbrengsten en de economische groei weliswaar positief uit te vallen, maar dat komt natuurlijk omdat wij te maken hebben met heel bijzondere economische omstandigheden. Volgend jaar is bijvoorbeeld de verhouding tussen de groei van de belastinginkomsten en de economische groei 0,2, waardoor het begrotingstekort nog groter wordt. Ik wil van de staatssecretaris weten hoe hij verklaart dat tussen 2001 en 2008 de verhouding tussen de groei van de belastinginkomsten en de groei van het bruto binnenlands product 0,75 was. Is dat er mede de oorzaak van dat wij nu nog kwetsbaarder zijn als het even tegenzit? Het kabinet doet het een beetje voorkomen alsof wij te maken hebben met een natuurverschijnsel, waarbij het af en toe flink tegenzit en wij er keihard tegenaan moeten gaan, zodat het dan weer beter moet komen.

    Volgens mij heeft dat ook een beetje te maken met de visie die we daarbij moeten ontwikkelen. Hebben in het verleden dingen niet te vaak te optimistisch geraamd? Vaak kom je daar niet achter. Soms blijkt dat de dekking niet klopt van zaken die bij een wetsvoorstel behandeld zijn. Die gegevens worden niet per wetsvoorstel bijgehouden.

    Mijn tweede vraag in dit blokje is of de staatssecretaris zelf ook niet denkt dat het goed zou zijn om consequent terug te kijken naar de verschillende wetsvoorstellen en te bekijken of daarbij de ramingen zijn gehaald, om zo lessen te trekken voor de toekomst. Daarnaast is het natuurlijk de vraag of de inkomstenontwikkeling via belastingen niet te maken zou kunnen hebben met het feit dat grote bedrijven steeds meer mogelijkheden hebben gekregen om de belasting te ontwijken.

    De overheid is inmiddels heel wat miljarden aan overheidsinkomsten misgelopen, door belastingen geen gelijke tred te laten lopen met het bruto binnenlands product. Mijn derde vraag in dit blokje is daarom of de staatssecretaris het met mij eens is dat belastinginkomsten over de lange termijn gemiddeld gezien gelijk moeten oplopen met de economische groei. Wil hij dat ook uitgangspunt maken van zijn beleid? Vanochtend werd via het ANP het bericht verspreid dat Nederland op de vijftiende plaats staat op de ranglijst van de 60 meest ondoorzichtige belastingparadijzen ter wereld. Al eerder noemden de Verenigde Staten ons een belastingparadijs. Zembla kwam recent met een uitzending hierover. Naar aanleiding van de uitzending van Zembla heb ik een debat aangevraagd.

    De heer Remkes (VVD):

    Ik heb de uitzending van Zembla ook gezien, maar zou niet in de eerste plaats de vraag beantwoord moeten worden of dit meer zegt over de kwaliteit van de publieke omroep dan over de kwaliteit van ons fiscale klimaat?

    De heer Bashir (SP):

    Ik heb met belangstelling kennis genomen van de uitzending van Zembla. Ik vond het een heel goede uitzending. Volgens mij werd voor het eerst in jaren op een heel duidelijke en begrijpelijke manier voor iedereen duidelijk gemaakt hoe Nederland als belastingparadijs precies in elkaar zit. Op die manier hebben we het grote publiek ermee kennis laten maken.

    Ik heb het debat aangevraagd, maar tegelijkertijd stel ik vast dat ik daarvoor helaas geen meerderheid heb gekregen. Blijkbaar wil de Kamer daarover geen apart debat voeren, maar wil zij dit in de marge van de bespreking van het wetsvoorstel doen. Dat raakt mij toch wel.

    De heer Tang (PvdA):

    De heer Bashir geeft een heel vreemde voorstelling van zaken. Het is prima om een debat te voeren. Het enige wat de Kamer heeft gevraagd -- ik zou het op prijs stellen als de heer Bashir dit goed verwoordde -- is of zij dit jaar een wetsvoorstel kan verwachten. Ik reken daar een beetje op, staatssecretaris. De staatssecretaris kan even knikken als dat zo is. Als het wetsvoorstel snel komt, wordt het probleem aangepakt. Daar gaat het om, niet om de vraag of de SP een debat aanvraagt.

    De heer Bashir (SP):

    Volgens berekeningen van een universiteit ontlopen multinationals 16 mld. Dat is een gigantisch groot bedrag. Dit rechtvaardigt volgens mij een apart debat. Natuurlijk kun je dit bespreken in de marge van de behandeling van een wetsvoorstel over renteaftrek, maar dan krijgt het niet de aandacht die het verdient. Hetzelfde geldt voor de aanpak van trusts. Daar valt nog wel het een en ander op af te dingen. De behandeling daarvan sneeuwde flink onder bij de behandeling van de wetgeving over successierechten.

    Ik ga in op de uitzending van Zembla. Voor de berekening die ten grondslag ligt aan de uitzending, heeft de Universiteit Utrecht gebruikgemaakt van het verrekeningsstelsel. Het is niet onlogisch om dat te nemen als basis voor berekeningen. Dat model is ook in Japan gebruikelijk. Als bedrijven zich in belastingparadijzen met zeer lage belastingen vestigen en slechts het doel hebben om belasting te ontwijken, veroorlooft de Japanse regering zich het recht om de winsten die via belastingparadijzen lopen, deels te belasten. De staatssecretaris zegt dat er een trend bestaat om van het verrekeningsstelsel af te stappen. Hij brengt het alsof er een nieuw wereldwijd inzicht is ontstaan. Maar juist bij de voorbeelden die hij noemt, namelijk Engeland en Japan, is enorm veel druk van buitenaf uitgeoefend.

    De woorden van de staatssecretaris over het beleid in Japan spreken voor zich. In antwoord bijvoorbeeld op schriftelijke vragen op dit punt in de Eerste Kamer stelt de staatssecretaris zijn partijgenoten gerust dat hij druk uitoefent op Japan om het verrekeningsregime af te schaffen: "Verder zijn de Nederlandse zorgen over de Japanse CFC-regelgeving door het kabinet bij herhaling onder de aandacht van de Japanse regering gebracht. De staatssecretaris zei daarbij letterlijk "Naarmate meer landen besluiten tot een tariefsverlaging zal de druk op Japanse bedrijven toenemen om zijn CFC-regelgeving aan te passen. Die druk komt van die landen, internationale organisaties en het Japanse bedrijfsleven. Eigenlijk geeft de staatssecretaris daarin gewoon toe dat er sprake is van een zeer sterke lobby van multinationals. Laten we eerlijk zijn: de bakker om de hoek zal de Japanse regering niet aanspreken op haar CFC-regime, en wat "die landen" betreft, er zijn natuurlijk Nederland en een aantal andere landen. Je hoeft ook geen doctorstitel te hebben om te weten om welke landen het gaat en welke staatssecretarissen hiervoor verantwoordelijk zijn.

    De staatssecretaris zegt overigens dat het bedrag van 16 mld. te laag is in verband met de binnenlandse deelnemingen en de verwachtingen dat in het buitenland toch nog wel wat belasting wordt geheven over die deelnemingen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of hij kan aangeven hoe hoog het bedrag dan wel moet zijn? Op vragen over concrete bedragen hoor ik de staatssecretaris iets te vaak zeggen dat het niet te berekenen is. Als dat zo is, zeg dan maar precies welke gegevens ontbreken en hoe we deze kunnen achterhalen, dan gaan we daarvoor gewoon wet- en regelgeving maken. Want laten we eerlijk zijn: de staatssecretaris zou toch heel goed inzicht moeten hebben in de omvang van de grondslag van buitenlandse deelneming van Nederlandse ondernemingen? Je kunt niet aan de ene kant zeggen dat het bedrag van de universiteit te laag is, maar vervolgens niet zegen om welke bedragen het dan wel gaat. Als je een eerlijk beeld wilt kunnen schetsen wat de effectieve belastingen van multinationals zijn, kun je je niet blijven verschuilen achter het argument dat het een zaak zou zijn van het buitenland.

    Wat ik daarnaast ook zorglijk vind, is dat de staatssecretaris schrijft dat hij eigenlijk niet weet welke ondernemingen in Nederland een buitenlandse moedermaatschappij hebben. Je kunt niet beweren voor meer transparantie te zijn, maar tegelijkertijd niet willen weten over belastingbetaling door multinationals. Ik wacht in eerste instantie de reactie van de staatssecretaris af.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Voorzitter. Ik ben van plan ongeveer twee minuten aan dit blok te besteden.

    De ChristenUnie is tevreden met de wijze waarop de staatssecretaris werkt aan verdere vergroening van ons belastingstelsel. Ook in dit plan worden daarin weer mooie resultaten geboekt. Dat schept verwachtingen. Zo hebben we met instemming kennisgenomen van het plan van de staatssecretaris in de vergroeningsbrief om de energiebelasting op aardgas te verhogen en die opbrengst terug te sluizen via de inkomstenbelasting. De staatssecretaris lijkt echter wat teruggefloten, want in het Belastingplan komt het plan niet terug. Dat is jammer, want het voornemen van een verschuiving van directe belastingen naar energie op aardgas is budgettair neutraal en de ChristenUnie pleit al veel langer voor belastingen op verbruik en niet belastingen op het bezit of het zijn.

    De staatssecretaris betoogde destijds ook in het AO dat dit mogelijk was. Dat zou nu opeens niet meer budgettair neutraal kunnen? Dat vinden wij een merkwaardige opmerking, temeer omdat gezegd wordt dat het volgend jaar weer bekeken gaat worden. Als het nu niet interessant is, is dat volgend jaar toch ook niet interessant, dacht ik even.

    Volgens berekeningen zijn de koopkrachteffecten zeer gering, zelfs iets positief voor met name de lage inkomens, terwijl het effect heel groot is, naar verwachting wel tot een megaton minder CO2-uitstoot in 2020. Dat is toch een massieve bijdrage aan de reductieplannen? Volgend jaar pas weer verder kijken, is een weggegooid jaar. Nu zijn er diverse subsidiemaatregelen voor isolatie en dergelijke, dus nu is het ook gunstig voor mensen om daarin te investeren. Dan is het nu toch ook het moment om deze schuif te realiseren, ook gelet op het gunstige milieueffect? Graag een reactie van de staatssecretaris op deze vraag, die wat meer een systeemvraag is, en op de vraag of het toch niet verstandig zou zijn om deze verschuiving alsnog door te voeren. Tot zover mijn eerste blok, voorzitter.

    De voorzitter:

    Die twee minuten is prima gelukt!

    De heer Tang (PvdA):

    Voorzitter. He blok algemeen wil ik kort houden. Ik weet niet of ik het op twee minuten houd. Zo precies durf ik dat niet te voorspellen. Ik wil het kort houden, maar ik heb één opmerking vooraf. Als ik de blokindeling bekijk, dan zal ongeveer twee derde van mijn 48 minuten gaan over blok 2. Ik zeg het maar vast, want dat gaat gebeuren. De blokindeling is buitengewoon onevenwichtig. Blok 2 gaat namelijk en over ondernemerschap, en over vergroening, en over het inkomensbeleid. Dat zijn zo ongeveer de drie belangrijkste onderwerpen van dit Belastingplan.

    Dat brengt mij bij mijn algemene opmerking. Het Belastingplan is wat bleekjes in de zin dat het niet groen is. Het bevat veel maatregelen die al eerder zijn genomen. Het Belastingplan 2008, dat is behandeld in 2007, was zeer groen. Dat krijgt nu nog steeds uitwerking in latere belastingplannen. Er liggen echter geen nieuwe initiatieven. Vorig jaar was dat nog te begrijpen. Toen was de energieprijs hoog. Dit jaar is de situatie echt anders. Dit was het moment geweest voor de staatssecretaris om zijn vergroeningsdrift bot te vieren. Dat is helaas niet gelukt. Net als de ChristenUnie steunen wij het idee dat een verdere vergroening mogelijk is. Daar kom ik later nog op terug.

    Het is misschien niet groener maar wel eenvoudiger. Dat heeft de staatssecretaris wel voor elkaar gekregen. Ook dat heeft tijd gekost, want vereenvoudigen is niet zo eenvoudig, zo blijkt de les te zijn. Die weg is echter ingeslagen, hetgeen een compliment waard is. Toch is het Belastingplan nog niet zo eenvoudig dat het Belastingplan dun is. Het is nog steeds dik en complex. Er wordt dus wel een begin gemaakt met vereenvoudiging, maar wij zijn nog niet waar wij moeten zijn.

    Dat brengt mij bij wat er over de Kamercommissie wordt uitgestort. Dat is niet gering. Dat doet mij nadenken over de vraag of deze commissie zich niet een keer moet beraden over de manier waarop zij wil werken. Ik neem het voorbeeld van de werkkostenregeling. Het Belastingplan verschijnt. Er komt op grote schaal kritiek. Dit keer heb ik ervoor gekozen om te wachten. Die strategie betaalt zich deze keer wel uit, want vlak voor het verschijnen van het Belastingplan ligt er een brief van VNO-NCW. Die brief is poeslief, wat ik prachtig vind. Daarin omarmt VNO-NCW de werkkostenregeling. Dit soort kritiek moet er zijn. Er moet inspraak zijn van maatschappelijke organisaties. Is dat niet te organiseren, waardoor deze commissie zich kan beperken tot de hoofdlijnen? Uiteindelijk is dat geen vraag voor de staatssecretaris, maar is het aan de commissie zelf om te bekijken of de werkwijze niet anders kan, waarbij er bijvoorbeeld inspraak is. Misschien is het ook goed dat de staatssecretaris daarop reageert, want hij zal er ook aan moeten meewerken. Er moet bijvoorbeeld een inspraakronde zijn voor maatschappelijke organisaties, waarin veel vragen kunnen worden gesteld en weggenomen. Daardoor kan de politiek zich beperken tot de hoofdlijnen. Ik wil hierop graag een reactie van de staatssecretaris maar ook van de andere leden van deze commissie. Als het niet nu is, dan later in een procedurevergadering.

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    Voorzitter. Ik wil dit blokje ook vrij kort houden: een minuut of vier. De rest van mijn veertien minuten voor de eerste termijn gaan naar het tweede blok. Ik zou de collega's willen vragen of ik enige voorrang zou kunnen krijgen als iedereen heel veel voor het tweede blok heeft en wij diep de middag ingaan met de vergadering. Ik moet namelijk uiterlijk om 14.30 uur deze vergadering verlaten vanwege het parlementair onderzoek naar de kredietcrisis.

    Laat ik weer beginnen met de filmpjes van de staatssecretaris. Vorig jaar heb ik opgemerkt dat ik het erg aardig vond dat hij in een minuutje het Belastingplan uitlegde. Dit jaar zag ik tot mijn vreugde maar liefst zeven filmpjes op de website van Financiën: één overkoepelend filmpje en zes kortere filmpjes, waarin de staatssecretaris in een notendop uitlegt wat hij met dat Belastingplan wil. Dat is leuk. Dat maakt het voor de burger ook echt gemakkelijk. Uit die filmpjes blijkt ook dat het centrale thema van het Belastingplan is: meer en gemakkelijker ondernemen, waarbij wij het niet alleen gemakkelijker maar ook leuker gaan maken voor de ondernemers in dit land. Daar heeft de GroenLinks-fractie op zich niets op tegen, maar zij mist daarin toch een gevoel van urgentie voor de crisissen waar wij in zitten. Dan gaat het niet alleen over de economische crisis maar ook over de klimaatcrisis, de voedselcrisis en de energiecrisis. Wij hadden verwacht dat de staatssecretaris daarin zijn startpunt zou zoeken en mensen duidelijk zou maken dat er een structuurbreuk en bepaalde maatregelen nodig zijn om mensen echt tot verdragsverandering te brengen, waarin ook de staatssecretaris een rol gaat vervullen. Dat missen wij.

    Dat brengt mij op het hoofdpunt voor GroenLinks in dit Belastingplan, namelijk de fiscale vergroening. Nadat de staatssecretaris in 2008 heel goed is gestart, is er in 2009 en ook weer in 2010 eigenlijk altijd wel een reden om die verder niet al te daadkrachtig aan te pakken. Vorig jaar waren het de hoge energieprijzen en de hoge inflatie sowieso waardoor de staatssecretaris niet echt wilde doorpakken. Tussendoor kwam nog de enorme Schiphollobby, waardoor de vliegtaks op nul is gezet. In het pakket van dit Belastingplan zit het voorstel om hem helemaal af te schaffen. In dit Belastingplan zitten nog wel heel veel pagina's over vergroening, maar dat is eigenlijk allemaal klein bier. Het zijn allemaal kleine maatregelen over de auto. Die leveren wel iets op, maar veel belangrijker voor de CO2-uitstoot is de energiebelasting. Veel belangrijker is wat we met vlees gaan doen en of we proberen om mensen tot iets minder consumptie daarvan te brengen. Veel belangrijker is ook wat we in dit land met afval gaan doen. Daarvoor mis ik echt maatregelen van de staatssecretaris. De vergroeningsbrief uit mei gaf ons nog wat hoop. Daarin stonden nog een aantal punten waarvan de staatssecretaris zei: daar ga ik naar kijken; ik ga nu nog niet zeggen dat het in het Belastingplan komt, maar ik ga er wel heel serieus naar kijken. Helaas is het op al die punten "nee" geworden.

    Wij betreuren dat zeer, want het is nu al duidelijk dat het kabinet de klimaatdoelen absoluut niet gaat halen. Elke nieuwe analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving en van allerlei deskundigen op het terrein van milieu en klimaat laat zien dat de Nederlandse inzet absoluut onvoldoende is om de doelen te halen die we ons hebben gesteld op het terrein van klimaat en CO2-uitstoot. Ze laten bovendien zien dat die doelen onvoldoende zijn om ervoor te zorgen dat we hier met z'n allen op een leefbare manier kunnen leven. Het kabinet zal er dus op alle fronten scheppen bovenop moeten doen. Ik hoop dat ik met de collega's hier -- ik hoor meer kritische geluiden -- toch nog tot een aanscherping van het Belastingplan 2010 kan komen.

    Dan de twintig werkgroepen die het kabinet heeft ingesteld, en de eenentwintigste die zich gaat buigen over de belastingherziening. Ik heb al eerder opgemerkt dat het opvallend is dat de werkgroep voor de belastingherziening geen doelstelling vooraf heeft meegekregen in de zin van 20%. Bij alle andere werkgroepen moet er 20% af. Dan was het toch aardig geweest als bij de belastingherziening het doel was geweest om eens te bekijken of er 20% bij kan? Dat is echter niet gebeurd en dat betreur ik.

    De heer Remkes (VVD):

    Of er 20% bij kan?!

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    Ja. Kijk eens of er 20% bij kan en waar dat dan kan. Op de andere gebieden moet er namelijk wel 20% af.

    Mij is in elk geval opgevallen dat het kabinet met zijn communicatie richting gemeenten aangeeft dat het er zelf van uitgaat dat het ongeveer fiftyfifty zal worden met de 35 mld. De helft zal bestaan uit lastenverzwaring en de helft uit bezuinigingen. Op basis van die som is aan gemeenten aangegeven op welke doorwerking naar het gemeentefonds ze moeten rekenen. Is fiftyfifty ook het uitgangspunt van de staatssecretaris bij de belastingherziening? Gaat hij ervan uit dat die weliswaar geen 20%, maar toch zo'n 17 mld. meer moet gaan opleveren op termijn? Waar ziet de staatssecretaris dan belangrijke kansen?

    De heer Omtzigt (CDA):

    Begrijp ik goed dat de GroenLinks-fractie ofwel 20% algemene belastingverhoging wil -- toptarief naar 65%, doorsneetarief naar 48% of 49%, btw naar 24% -- of gewoon een ordinaire belastingverhoging van €2000 per persoon per jaar wil doorvoeren? Hoe moet ik het voorstel van de GroenLinks-fractie duiden?

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    GroenLinks heeft allerlei voorstellen voor gerichte, effectieve belastingverzwaringen voor burgers in dit land, die er ook nog eens voor zorgen dat bijvoorbeeld de woningmarkt beter gaat werken. Ik heb het over beperking van de hypotheekrenteaftrek; dat zal de heer Omtzigt niet onbekend klinken. Wij zijn ook voor een vijfde belastingschijf, zodat de zwaarste schouders in het land de zwaarste lasten dragen. Er zijn echt goede maatregelen mogelijk, waarmee je zonder problemen tot 17 mld. en nog wel meer zou kunnen komen. Mijn punt voor het kabinet is echter nu dat het onevenwichtig bezig is. Het legt namelijk wel voor de bezuinigingen vast dat er per terrein gekeken moet worden naar 20% besparen, maar het legt niet voor de belastingen vast dat gekeken wordt waar het zonder al te veel pijn een schepje meer mag zijn. Dat verwijt ik het kabinet. Ik daag de staatssecretaris nu alsnog uit om aan te geven of hij de berekening die het kabinet naar de gemeenten heeft laten gaan, waarin het uitgaat van fiftyfifty, hier wil bevestigen.

    Een van de onderdelen die daarin natuurlijk een rol kunnen spelen, is het aanpakken van belastingparadijs Nederland zelf. Ik val mijn collega van de SP bij in wat hij daarover heeft gezegd. In het debat over de Successiewet heb ik al gezegd dat een van de grootste belastingparadijzen ter wereld is gevestigd op Rokin 55. Er zijn heel wat multinationals die daar hun belastingen weten te ontduiken. Wij zullen deze discussie dus volop gaan voeren en wij zien het wetsvoorstel rentebox met heel veel belangstelling en urgentie tegemoet.

    Tot slot wil ik het in dit blokje heel kort hebben over de werkkostenregeling. Tegen de tijd dat die besproken wordt, ben ik namelijk niet meer bij dit debat aanwezig. Bij de werkkostenregeling is de ergste pijn weggehaald, omdat ondernemingen nu gedurende drie jaar een keuzeregime krijgen. Tijdens die periode kunnen ze bekijken of ze nog de oude, of al de nieuwe regeling toepassen. Voor de GroenLinks-fractie is daarmee de pijn echter nog niet weggenomen. Waar wij vooral moeite mee hebben, is dat een aantal regelingen die heel goed zijn voor de gezondheid van mensen of voor de duurzaamheid, het milieu, nu onder de forfaitaire vrijstelling vallen.

    Het gaat mij met name om de fiets, bedrijfsfitness en sport. Waarom kunnen die twee niet ook onder de gerichte vrijstelling komen? De staatssecretaris heeft nog een categorietje met gerichte vrijstellingen. Daar vallen ook reiskosten, tijdelijke verblijfskosten en meer van die zaken onder. Ik zou graag zien dat juist onder die gerichte vrijstellingen ook een aantal regelingen valt die een belangrijk maatschappelijk doel hebben, namelijk bijdragen aan de gezondheid van mensen of een beter milieu.

    De heer Tony Van Dijck (PVV):

    Voorzitter. Zoals GroenLinks het kabinet verwijt dat de eenentwintigste werkgroep niet kijkt naar belastingverzwaring, roept de PVV deze werkgroep er juist toe op om de belastingen met 20% te verlichten voor burgers. Dat zou namelijk in lijn zijn met de 20% reductie op al die andere twintig terreinen.

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    Als de heer Van Dijck de belastingen met 20% wil verlagen, wil hij dan op een bezuinigingsbedrag van 60 mld. of 70 mld. uitkomen? Wat gaat de PVV daarmee doen?

    De heer Tony Van Dijck (PVV):

    De werkgroepen voor de herbezinning bekijken waar er 20% bezuinigd kan worden. Zoals mevrouw Sap ook weet, zet de PVV erop in die bezuiniging niet alleen te gebruiken om het gat van 35 mld. in de overheidsfinanciën te dichten, maar de PVV zet er ook op in de belastingen te verlagen en daarmee de economie te stimuleren.

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    Dat was mijn vraag niet. De heer Van Dijck zegt nu dat hij dat inzet om de economie te stimuleren. Het punt is juist dat als hij de belastingen wil verlagen, hij een veel groter gat heeft dan die 35 mld. Dat realiseert hij zich toch hopelijk wel?

    De heer Tony Van Dijck (PVV):

    Ik gaf antwoord op de vraag. De PVV zet in op een bezuiniging. Wij willen die bezuiniging niet helemaal gebruiken om het begrotingstekort op nul te krijgen, maar wij willen deze bezuiniging gedeeltelijk gebruiken om de belasting te verlagen.

    De PVV-fractie heeft met zorg kennis genomen van de stortvloed aan wetsvoorstellen die rond Prinsjesdag zijn ingediend. Daarin worden veel ingrijpende maatregelen voorgesteld. De PVV-fractie is van mening dat de enorme omvang en de grote tijdsdruk een zorgvuldige parlementaire behandeling vragen. Daarmee wordt de implementatietijd voor burgers, bedrijven en de Belastingdienst ondermijnd. Bij de vele nieuwe wetten en regelingen wordt gestreefd naar vereenvoudiging. De PVV-fractie vraagt zich af of dit daadwerkelijk wordt behaald. Wij hebben bij de behandeling van de Successiewet, waarbij de staatssecretaris ook naar vereenvoudiging streefde, gezien dat dit beloond werd met 70 amendementen en een zeer ingewikkeld artikel 10. De PVV-fractie omarmt het streven van deze staatssecretaris om te vereenvoudigen, maar dit moet wel zorgvuldig en zonder grote benadeling van allerlei groepen gebeuren. Vereenvoudiging mag best wat kosten en hoeft niet altijd budgetneutraal te geschieden. Wij vragen ons af of dit wel het beste moment is om te vereenvoudigen. Leidt dit niet te veel af van de echte problemen waar burgers en bedrijven in deze crisis mee kampen? De staatssecretaris wil het dak repareren nu het buiten stormt. Volgens mij heeft deze vereenvoudiging op dit moment geen prioriteit.

    Om de werkloosheid te bestrijden worden de zogenaamde kleine banen gepresenteerd, maar dat is natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat. Dat geldt ook voor de werkkostenregeling. Het principe van vereenvoudiging is op zich toe te juichen, maar is dat nu echt belangrijk? Volgens de PVV creëert het alleen maar onrust onder het personeel dat toch al zeer nerveus is over het behoud van hun baan. Als je het dan voorstelt, moet je ook gelijk de garantie geven dat geen enkele werknemer erop achteruit gaat. Neem die onrust weg.

    Ook de vereenvoudiging van de eigenwoningregeling betekent een verdere uitholling van de hypotheekrenteaftrek. De huizenmarkt schreeuwt om stimulering en niet om verdere inperking. De PVV begrijpt niets van het kabinetsbeleid om de economie te stimuleren.

    Men zet in op vergroening, innovatie en doorgroei, terwijl juist nu sprake is van krimp en vraaguitval. Dit is fiscaal beleid voor goede tijden. Het is zinloos ten tijde van een economische recessie. Hoe gaat de staatssecretaris de vraag stimuleren, de omzet bevorderen en de banen creëren? Met een btw-verlaging voor schilderen, isolatie en schoonmaak los je de problemen in de huizenmarkt en in de bouw niet op. Het hele beleid werkt remmend op de economie. De verlaging van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting, de accijnsverhogingen en de verlenging van de derde schijf werken nu niet bepaald koopkrachtbevorderend. Met dit beleid neemt de onzekerheid bij burgers over de toekomst van Nederland eerder toe dan af. Dit Belastingplan plakt hier en daar een pleister om de crisispijn te verzachten, het herstelt en vereenvoudigt hier en daar een regeling, maar het vergeet door te pakken en fiscaal de economie te stimuleren. Al met al wordt de koopkracht ook in 2010 verder ingeperkt met 811 mln. Zo los je geen crisis op.

    De heer Bashir (SP):

    De woordvoerder van de PVV-fractie zegt dat hij voor flinke belastingverlagingen is, maar tegelijkertijd heeft zijn fractievoorzitter tijdens de algemene beschouwingen een belastingmaatregel aangekondigd: de "kopvoddentaks", om het in zijn bewoordingen te zeggen. Kan hij daarop ingaan? Gaat hij nu een amendement indienen om die taks in te voeren?

    De heer Tony van Dijck (PVV):

    Onze fractievoorzitter heeft het voorstel voor belasting op hoofddoekjesgebruik aangekondigd, maar wij hebben dat niet doorgerekend. Ik weet ook niet hoeveel dit zal opleveren. Het was gewoon een voorstel …

    De heer Remkes (VVD):

    Het was niet serieus.

    De heer Tony van Dijck (PVV):

    Jawel, het is serieus, maar het is niet doorgerekend. Ik kan er daarom geen amendement over indienen.

    De heer Bashir (SP):

    Dan neem ik aan dat de heer Tony van Dijck nu aan de staatssecretaris zal vragen wat de budgettaire consequenties van zijn voorstel zijn, wat de lastendruk ervan is en wat alle andere bijkomende aspecten in dat verband zijn. Wij kunnen hem nu niet weg laten lopen nadat hij aan de ene kant een belasting wil invoeren, maar aan de andere kant helemaal niet met een voorstel komt om die belasting daadwerkelijk in te laten gaan.

    De heer Tony van Dijck (PVV):

    Via de heer Bashir wil ik dat graag aan de staatssecretaris vragen.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Voorzitter. Dank ervoor dat u mij alsnog als laatste het woord geeft. Ik was tijdens de reis hier naartoe even opgehouden met een treinvertraging van anderhalf uur.

    Ik dank de staatssecretaris voor het buitengewoon uitgebreide pakket antwoorden dat hij ons schriftelijk heeft doen toekomen. Namens de CDA-fractie heb ik een paar opmerkingen vooraf. Natuurlijk zijn het Belastingplan en de aanpalende wetsvoorstellen altijd een behoorlijk grote operatie, maar ook wij voelen op bepaalde momenten toch enige tijdsdruk in de behandeling van dit grote pakket maatregelen. De heren Remkes, Tony van Dijck en Tang hebben hierover ook opmerkingen gemaakt. Wij vernemen graag van de staatssecretaris voor de tweede termijn een voorstel over welke termijnen gehandhaafd dienen te worden bij het indienen van wetsvoorstellen en welke zaken er wat hem betreft in het Belastingplan zouden kunnen meelopen en welke de volgende keer misschien niet. Het moge volstrekt helder zijn dat 80% van wat daarin zit, gewoon in het Belastingplan thuishoort, zoals alle fiscale faciliteiten, maar waarom zouden boetebeleid of navorderingen in het Belastingplan moeten worden opgenomen, of hoe komt het dat de brief over de btw op CAM-artsen pas afgelopen donderdag op de mat ligt? Daardoor zal ik in mijn termijn slechts in de gelegenheid zijn om een aantal vragen te formuleren. Er zit bij mij namelijk geen fractievergadering in het weekend. Wij hadden die kunnen houden tijdens het congres, maar ik heb daarvan afgezien. Dit maakt het allemaal gewoon iets lastiger in de behandeling. Graag zien wij een lijstje tegemoet met zaken die wij in het Belastingplan zouden moeten behandelen, zaken die daarbuiten vallen en welke termijnen gehandhaafd dienen te worden. Wij hebben dit punt de afgelopen twee jaar immers ook opgebracht.

    Wij zien reikhalzend uit naar hetgeen de staatssecretaris heeft toegezegd over de herziening van het Nederlandse belastingstelsel. De 21ste commissie is belangrijk, ook al is het de laatste. Wij hebben er 20 en dan is de 21ste de belangrijkste. Zo hoort dat in de belastingwetgeving.

    Wij waren vooral gecharmeerd van het feit dat waarschijnlijk de rechtsvormneutrale onderneming in de winstbelasting wordt meegenomen. Kan de staatssecretaris toezeggen dat die zeker wordt meegenomen in zijn voorstellen? Dat zou zeker ook een hoop zaken die nu in dit wetsvoorstel zitten, over ib-ondernemers, ab-ondernemers en inbrengfaciliteiten, de volgende keer een heel stuk makkelijker maken. Het zou helpen om het werkelijk eenvoudiger te maken. Juist die vereenvoudigingsagenda spreekt de CDA-fractie van harte aan. Zij neemt wel afstand van ideeën als zou Nederland een belastingsparadijs zijn. Ook al wordt er een aantal verlagingen doorgevoerd in dit Belastingplan, toch zijn wij daar zeker nog niet aangekomen. Ik ben in ieder geval nog niet op straat aangeklampt door mensen die zeiden dat wij hier zulke lage belastingen hebben dat het feestelijk wordt.

    2. Hoofdstukken 2 t/m 4 Belastingplan 2010 (32128) + notitie ondernemerschap (bijlage 1)

    De voorzitter:

    Ik heb bij niemand hoeven aan te geven dat een zevende van de spreektijd opgebruikt is. Ik stel voor dat ik dit blok aangeef wanneer twee keer een zevende is gebruikt. Op die manier houdt u een beetje gevoel voor de voortgang van de tijd. Ik stel voor om met mevrouw Sap te beginnen. Die is dan vast voor 14.30 uur klaar.

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    Dat is bijzonder sympathiek van u, maar van mij mag het in de gewone volgorde.

    De voorzitter:

    Dan begin ik vanuit een oogpunt van rechtvaardigheid met de heer Bashir, want de heer Remkes is al een keer begonnen.

    De heer Bashir (SP):

    Voorzitter. Ik zal beginnen met vergroening en mobiliteit, waarover de heer Cramer daarnet een opmerking heeft gemaakt. In de vergroeningsbrief van afgelopen juli heeft de staatssecretaris nog een voorstel voor een verhoging van de energiebelasting met enkele terugsluisvarianten doorgerekend. Mijn fractie heeft toen aangegeven met een dergelijk doorschuiven van directe belastingen naar energiebelasting in te kunnen stemmen als de progressiviteit in de inkomstenbelasting niet aangetast zou worden en de lage inkomens er niet op achteruit zouden gaan. Ik kan mij nog herinneren dat de heer Tang mij daarop toen interrumpeerde. Mijn reactie was dat ik het heel belangrijk vond dat er echt rekening mee wordt gehouden dat de inkomstenachteruitgang niet alleen mensen met een laag inkomen treft. Volgens twee van de drie doorgerekende terugsluisvarianten zouden de lage inkomens er zelfs enigszins op vooruitgaan. Nu zegt de staatssecretaris deze verschuivingen niet in te willen voeren, vanwege de negatieve koopkrachteffecten voor de lage inkomens. Dat is natuurlijk heel goed van de staatssecretaris, maar het is tegelijkertijd vreemd dat het in de berekeningen positief uitpakte voor bepaalde inkomenscategorieën. Ik vraag mij af hoe dat kan. Is de staatssecretaris tussentijds tot nieuwe inzichten gekomen? Graag hoor ik een toelichting.

    In het vergroeningsdebat van afgelopen juli heb ik de staatssecretaris ook nog gevraagd naar meer differentiatie in de energiebelasting door een lager tarief in te voeren voor het verbruik onder de 3000 kWh, het gemiddelde verbruik in Nederland, en een hoger tarief bij een verbruik tussen 3000 kWh en 10.000 kWh. De staatssecretaris is daarop in dat overleg niet ingegaan. Ik ben daar op de een of andere manier ook niet verder op ingegaan. Daarom vraag ik de staatssecretaris of hij bereid is om dit te onderzoeken. Kan hij bekijken of dit op een passende manier kan worden vormgegeven? Ik herinner de staatssecretaris er ook nog aan dat minister Van der Laan ons in januari 2007 heeft verwezen naar de staatssecretaris van Financiën.

    De heer Tang (PvdA):

    Ik heb een vraag voor de heer Bashir, uit nieuwsgierigheid. Er liggen nu berekeningen over de koopkrachteffecten van een vergroeningsmaatregel. Mijn indruk is dat die iets anders zijn dan de berekeningen die in juni zijn gepresenteerd. Er liggen nu puntenwolken. Hoe beoordeelt de SP de koopkrachteffecten? Zijn die acceptabel?

    De heer Bashir (SP):

    Welke bedoelt u dan precies?

    De heer Tang (PvdA):

    In de antwoorden in de nota naar aanleiding van het verslag staan nu puntenwolken voor drie varianten: drie manieren van terugsluizen van een hogere EB op aardgas, via de energiebelasting zelf, via de algemene heffingskortingen en via het tarief van eerste schijf. Hoe kijkt de SP tegen de effecten op de inkomensverdeling aan? Daarnaar ben ik nieuwsgierig.

    De heer Bashir (SP):

    Ik kan mij niet herinneren dat ik iets over die effecten heb gelezen, maar het kan zijn dat ik het over het hoofd heb gezien. Ik zal in tweede termijn op uw vragen ingaan.

    Voorzitter. De afvalstoffenheffing wordt aangepast in de zin dat afval dat overblijft bij het afgraven van vuilstorten altijd onder het lagere tarief valt. Om dit te bekostigen stijgen beide tarieven in de afvalstoffenbelasting wel. Het is voor mijn fractie onduidelijk of er daadwerkelijk sprake is van inkomstenderving. De staatssecretaris heeft zelf aangegeven dat het saneren van vuilnisstortplaatsen in het verleden nauwelijks van de grond kwam. Dan is het logisch om te veronderstellen dat deze aanpassingen niet zullen leiden tot een inkomstenderving. Graag ontvang ik hierop een reactie van de staatssecretaris.

    Aanvullend daarop zegt de staatssecretaris dat veel aantrekkelijker zal worden voor bedrijven om de oude vuilstortplaatsen te gaan ruimen wanneer de grondprijs stijgt. Mijn vraag is hoe de staatssecretaris dit voor zich ziet. Hoe hoog moeten die prijzen worden om dit daadwerkelijk te stimuleren? Wij hebben tot nu toe, als het gaat om de grondprijs, wel een heel grote prijsstijging gehad. Tegelijkertijd is er echter weinig van de grond gekomen. Bovendien vraag ik me af welke gedragseffecten te verwachten zijn bij het doorvoeren van een tariefsverhoging. Is er kans op meer ontduiking? Kan de staatssecretaris daar nader op ingaan?

    De SP-fractie is tegen het voorstel omtrent kleine banen. Vandaar dat wij op dit punt ook een amendement hebben ingediend. Met het voorstel van de staatssecretaris voor de kleine banen wordt voor volgend jaar een premievrijstelling ingevoerd en in een bijzin staat dat de staatssecretaris vanaf 2011 de verplichte verzekering voor jongeren wil afschaffen. De staatssecretaris zegt dat dit niet helemaal de dekking heeft die hij beoogt. De afschaffing van de verplichting voor de werknemersverzekeringen per 1 januari 2011 laat hij immers over aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het komt er echter volgens mij op neer dat dit een eerste stap is op weg naar totale afschaffing van de verplichte verzekeringen voor jongeren.

    Mijn vraag aan de staatssecretaris is of hij bereid is om nader in te gaan op de problemen die zullen ontstaan op het moment dat hij die verplichte verzekeringen voor jongeren afschaft. Als je dat doet, brengt dat problemen met zich mee voor jongeren die een steeds veranderend loon hebben. Op het moment dat zij een ander loon hebben, moeten zij zich bijverzekeren. Dat heeft weer bijbehorende gevolgen. Het bijhouden van de verzekeringen en de controle daarop leidt tot een lastenverzwaring voor de jongeren zelf. Dit voorstel wordt gelanceerd alsof het een lastenverlichting zou zijn voor het bedrijfsleven, maar daar zet ik een vraagteken bij. Bedrijven moeten nu eenmaal een loonadministratie bijhouden. Het enige wat zij hoeven te doen, is de software aan te passen en dan zal het systeem vanzelf verdergaan.

    De staatssecretaris geeft in de nota naar aanleiding van het verslag toe dat een werkgever er onder bepaalde omstandigheden zeker voor kan kiezen om vrijgekomen voltijdfuncties in te vullen met een of meer deeltijdfuncties. Met andere woorden, er zullen goedkopere studenten worden aangenomen voor een bijbaantje in plaats van jongeren met een voltijdbaan. De jeugdwerkloosheid lijkt dan wel te dalen, maar wordt tegelijkertijd in een andere zin wel meer, omdat steeds meer jongeren kleinere baantjes zullen hebben in plaats van dat er een aantal zijn met fulltimebanen.

    Op deze manier los je het werkloosheidsprobleem niet op, maar creëer je steeds meer jongeren die het moeten hebben van een klein baantje. Mijn fractie wil dit niet op haar geweten hebben. Daarom heb ik een voorstel ingediend om dit uit het Belastingplan te halen. Bij de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zullen wij met een alternatief plan komen om echt iets te doen aan de jeugdwerkloosheid en niet alleen maar te zorgen voor lastenverlichting bij het bedrijfsleven.

    Het zal de staatssecretaris niet verbazen dat de SP-fractie een ander koopkrachtpakket voor ogen heeft. Volgend jaar wordt er in feite niet veel bezuinigd, maar tegelijkertijd zullen toch flink veel mensen er op achteruit gaan. De SP-fractie is nog aan het studeren op voorstellen om daar ook het een en ander in aan te passen. We hebben bijvoorbeeld al een amendement ingediend waarmee we van de mensen met de hoogste inkomens een solidariteitsbijdrage vragen. Daarmee willen we ervoor zorgen dat mensen met een kleinere portemonnee tegemoet kunnen worden gekomen.

    Dan heb ik nog een vraag aan de staatssecretaris over het verschil in belastingdruk tussen een kostwinnersgezin en alleenverdienersgezinnen. Daarover heb ik ook schriftelijke vragen gesteld, net als de heer Van der Vlies dat gedaan heeft. Het blijkt dat er een belastingdrukverschil van 80% is tussen een eenverdienersgezin en een gezin van tweeverdieners. Als je tweeverdiener bent, kom je er beter uit als je optimaal gebruik kunt maken van de aftrekposten. Als je echter een eenverdiener bent, moet je 80% meer belasting betalen. Dat vind ik eigenlijk vreemd, ook met het oog op het feit dat gezinnen over het algemeen relatief gezien dezelfde kosten hebben. Als het gaat om de overdraagbare heffingskorting zijn we het eens dat dit afgebouwd zal moeten worden, maar ik vraag de staatssecretaris: zou het op de een of de andere manier toch gecompenseerd kunnen worden?

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    Ik vraag me af hoe ik deze opmerkingen van de SP-fractie moet duiden. Het was ons tijdens discussies over bijvoorbeeld de toekomst van de AOW al duidelijk geworden dat de SP-fractie het belangrijk vindt om ook traditionele gezinnen de hand boven het hoofd te houden. De SP-fractie wil niet met ons een stap naar voren zetten richting een samenleving waarin mannen en vrouwen beiden werken en dat goed kunnen combineren met de zorgverplichting? Begrijp ik nu echter uit de opmerking van de heer Bashir dat de SP-fractie een stap verder wil gaan en de klok zelfs wil terugdraaien en juist uitdrukkelijk traditionele gezinnen meer wil gaan stimuleren in de toekomst?

    De heer Bashir (SP):

    Ik ben het er niet mee eens dat ouders in een traditioneel gezin niet met z'n tweeën kunnen werken. Je moet je echter wel bewust zijn van het gegeven dat als we op dit moment kiezen voor het afschaffen van de overdraagbare heffingskorting, je dan in de toekomst een begrotingsgat creëert. Dat is volgens de SP-fractie een probleem. Tegelijkertijd moet je vaststellen dat de belastingdruk voor een alleenverdienersgezin de laatste tijd flink is toegenomen. Dat is in strijd met ons verkiezingsprogramma voor de lange termijn, want daarin staat dat de SP de overdraagbare heffingskorting wil afschaffen. Maar je moet vaststellen dat dat tot gevolg heeft dat de belastingdruk steeds groter wordt.

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    Dat klopt. De belastingdruk voor traditionele gezinnen wordt langzamerhand groter in vergelijking met tweeverdieners. Dat is echter een uitdrukkelijke politieke keuze geweest met als doel het bevorderen van de participatie van vrouwen. Staat de SP niet meer achter dat doel?

    De heer Bashir (SP):

    Volgens mij kunnen wij de participatie van vrouwen ook op andere manieren bevorderen. Er is momenteel al een belastingdrukverschil van 80%! Als je de overdraagbare heffingskorting nog verder gaat afbouwen, wordt dat verschil alleen maar groter. Dat moeten wij ons wel realiseren.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Ik neem afstand van de kennelijke afschuw die doorklinkt in de stem van mevrouw Sap toen zij het had over het traditionele gezin.

    De voorzitter:

    Ik heb al gestookt in het gezin Sap! Er is al genoeg schade aangericht.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Dat is een te rechtvaardigingen uitdrukkelijke keuze van gezinnen zelf en dat wordt in de Kamer volgens mij breed ondersteund. Collega Bashir biedt echter in dit debat geen oplossing. Hij constateert volgens mij terecht dat de overdraagbare algemene heffingskorting een deel van het probleem voor deze gezinnen verzacht, maar hij wil deze korting ook nog weghalen. Wat dan, mijnheer Bashir?

    De heer Bashir (SP):

    Die vraag werp ik op, want ik heb de oplossing ook niet één, twee, drie gevonden. Ik heb daarop de afgelopen weken flink gestudeerd. Als wij immers de overdraagbare heffingskorting niet verder zouden afbouwen, dan hebben wij in ons verkiezingsprogramma voor de lange termijn een probleem, want dan hebben wij een gat in de begroting. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben als wij straks zouden meeregeren. Tegelijkertijd is er echter wel een verschil in druk en dit zal steeds verder toenemen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of hij bereid is te kijken naar andere mogelijke oplossingen om dit een halt toe te roepen.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Ik vind het jammer dat er een proefballonnetje, dat nu overigens wel een beetje leegloopt, wordt opgelaten over iets wat werkt. De heer Bashir vraagt om een nieuwe maatregel, terwijl er een maatregel is die functioneert. Als de heer Bashir zoiets zegt, moet hij ook een handreiking geven voor de wijze waarop wij er tegenaan kunnen kijken. Ik neem aan dat hij een en ander dan ook tegelijk wil doen met het oplossen van de scheefgroei in de belastingdruk.

    De heer Bashir (SP):

    Ik ben best bereid om met de heer Cramer om de tafel te gaan zitten en te bekijken hoe wij dat met elkaar kunnen oplossen.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Ik heb een goede oplossing, namelijk die korting gewoon in stand houden.

    De heer Bashir (SP):

    U hebt het echter niet voor elkaar gekregen, want de korting wordt gewoon afgebouwd en u zit in de regering.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Dat is inderdaad een probleem.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Is het een probleem dat u in de regering zit?

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Nee, dat de korting wordt afgebouwd.

    De voorzitter:

    Ik stel voor dat de heer Bashir zijn betoog vervolgt.

    De heer Bashir (SP):

    Ik ben aan het eind van mijn betoog.

    De voorzitter:

    Dan is het de beurt aan de heer Cramer.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Voorzitter. Ik heb hopelijk pakweg tien minuten nodig in dit blokje. Allereerst ga ik in op de zelfstandigenaftrek die alleen wordt verleend bij winst. Voor de medewerkende partner wordt een zelfstandigenaftrek afhankelijk gemaakt van het winstinkomen. Dat kan in tijden van crisis vervelende gevolgen hebben. Er wordt al nauwelijks winst gemaakt en dan komt het inkomen nog verder onder druk te staan doordat de medewerkende partner de zelfstandigenaftrek ook niet meer kan verzilveren. Wij hebben hier moeite mee. Uiteraard kan de zelfstandigenaftrek binnen negen jaar alsnog genoten worden, maar als je voor die tijd failliet bent, heb je daaraan niet zo veel. De vraag is dan ook of het, gelet op de crisis, niet beter is om deze maatregel uit te stellen, bijvoorbeeld met een jaar.

    Wij hebben al eerder kritische kanttekeningen geplaatst bij de accijnskorting voor E85 biobrandstoffen. Gelet op de onduidelijkheid over de herkomst en duurzaamheid hiervan is het goed dat die accijnskorting nu niet wordt gegeven, maar de staatssecretaris wil dit wel doen als de milieuwinst voldoende bevestigd is. De vraag is dan echter wie dit zal vaststellen, hoe dat gebeurt en of dat niet in een volgend belastingplan aan de orde zal komen.

    Vervolgens maak ik een aantal opmerkingen over het landschap. Vorig jaar is door mij bij de behandeling van zowel de begroting van LNV als het Belastingplan aandacht gevraagd voor het rapport van de Task Force Financiering Landschap Nederland onder leiding van de heer Rinnooy Kan, "Landschap verdient beter". In verschillende brieven heeft het kabinet inmiddels gereageerd, maar ik kan van de reacties maar niet onder de indruk raken. Er wordt telkens naar elkaar verwezen. Dat schiet niet op. Een mooi voorbeeld daarvan is het volgende. In de brief van minister Verburg wordt verwezen naar de onderzoeken die de staatssecretaris laat uitvoeren. In de brief van de staatssecretaris worden de onderzoeken van minister Verburg aangehaald. Vervolgens kondigt de staatssecretaris in de vergroeningsbrief aan dat hij bereid is twee nadere onderzoeken te initiëren. Dat gebeurt ook en in de beantwoording van de nota naar aanleiding van het verslag wordt verwezen naar de eerste bevindingen zoals toegelicht in de memorie van toelichting. Daarin staat: wij denken niet dat het gaat lukken. Kortom: opgeteld zijn wij lekker druk geweest, maar niets opgeschoten.

    Wij zijn dan echter wel weer een half jaar verder. Ik vraag mij dan ook af waarom dit zo vreselijk stroperig gaat. De task force concludeert, alles al onderzocht hebbend, dat er wel degelijk mogelijkheden zijn, maar dat de wetgever een stapje extra moet zetten om de noodzakelijke duidelijkheid te kunnen bieden aan de ondernemers. Het kan toch niet zo zijn dat dit gewoonweg afgewimpeld wordt door de betrokken bewindspersoon? Daarvoor was het advies naar mijn overtuiging te deskundig.

    Ik heb nog een paar korte vragen op basis van de reactie van het kabinet tot nu toe. Ten eerste: er zou een uitbreiding komen van de regeling Groenfinanciering. Dit verzoek ligt bij de Europese Commissie voor een staatssteuntoets. Kan de staatssecretaris aangeven wat de stand van zaken is? Ten tweede: ik dank de staatssecretaris voor de gegeven duidelijkheid dat de landschapsorganisaties nu ook als ANBI aangemerkt kunnen worden. Ten derde: wat is nu werkelijk het resultaat van die twee op voorhand negatieve uitkomsten van de onderzoeken die de staatssecretaris heeft geïnitieerd na zijn vergoedingsbrief? Wij hebben daarover immers geen nadere informatie gekregen. Ik wil in dat verband toch een paar voorstellen aan de staatssecretaris voorleggen met als doel de noodzakelijke middelen voor ons landschapsbeheer helpen los te krijgen. Wat denkt de staatssecretaris concreet van het introduceren van een categorie projecten in de Regeling Groen Beleggen waarbij in plaats van de uitkering van subsidies of vergoedingen het tachtigvoudige van dit bedrag als groenverklaring wordt afgegeven? Het resultaat daarvan is dat er in plaats van een directe vergoeding van bijvoorbeeld €100 per hectare vanuit de groenblauwe dienstencatalogus €8000 kan worden besteed, met hetzelfde voordeel voor de ondernemer.

    Een groenverklaring voor percelen met een SAN-overeenkomst moet ook mogelijk worden gemaakt als de desbetreffende regeling wordt vervangen door het nieuwe Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer. Daaraan gekoppeld zal een groter projectvermogen meer zoden aan de dijk zetten.

    Een derde voorstel betreft een groenverklaring voor bedrijven van boeren die op een substantieel deel van hun bedrijfsoppervlak een SNL-contract hebben afgesloten. Nu kunnen alleen biologische bedrijven leningen met een groene rente afsluiten, maar als men mijn voorstel volgt, is er sprake van een gelijkschakeling van vergelijkbare bedrijfsopzetten. Op deze manier ontstaat er een gelijke fiscale behandeling van biologische boeren en natuurboeren.

    Mijn vierde voorstel is vrijstelling van inkomstenbelasting voor alle maatregelen van inrichting en beheer die in de groenblauwe catalogus staan. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris op deze maatregelen, die allemaal bedoeld zijn om dat prachtige landschap van ons financieel beter te faciliteren en in stand te houden.

    In de notitie "Ruim op die stort" heeft de ChristenUnie gesteld dat oude afvalstortplaatsen niet afgegraven worden als er geen beter fiscaal regime komt. Je zou daarvoor tijdelijke nihiltarieven moeten invoeren. Het kabinet stelt dat dit ongewenste effecten heeft, bijvoorbeeld dat er geen afval meer gescheiden wordt. Wat is echter het resultaat? Er wordt nu helemaal niet opgeruimd. Er gebeurt dus nu niets. Dan is er ook geen derving van inkomsten, terwijl de oude storten blijven bestaan. Graag hoor ik daarop een reactie, en graag wat meer gefundeerd dan in de beantwoording. Hoe wil de staatssecretaris dat oplossen? Je wilt toch bereiken dat de oude stortplaatsen daadwerkelijk afgegraven worden. Dat gaat echt niet gebeuren.

    Een groot aantal zuinige dieselauto's wordt in 2010 duurder. De staatssecretaris zegt dat dit effect wordt opgeheven door de verhoging van de tijdelijke bonus voor zuinige diesels van €700 naar €750 en een CO2-uitstoot van ten hoogste 120 g/km. Het schijnt echter dat zuinige dieselauto's hiermee nog steeds duurder uitkomen dan eerst het geval was. Graag een reactie van de staatssecretaris hierop. De ChristenUnie wil niet sturen op motorsoort, maar op uitstoot. Dat moet centraal staan. Met de reparatie van de staatssecretaris lijkt daarmee iets mis te gaan. Met 120 g/km komt de bovengrens gelijk te liggen met die van benzinemotoren. Een groot gedeelte van de dieselmarkt zou dan binnen deze categorie vallen, met alle mogelijke negatieve gevolgen van dien. Is deze nieuwe, hogere grens van 120 g voor diesels een eenmalige bovengrens? Berust de gelijkstelling met de benzineauto's op louter toeval of wil de staatssecretaris met de gelijkschakeling een bewuste nieuwe beleidsrichting inslaan?

    Het is heel goed dat de staatssecretaris de elektrische auto een impuls wil geven. De ChristenUnie pleit hier ook al langer voor. Voorzien is dat de bijtelling voor twee jaar op 0% gezet wordt, terwijl de staatssecretaris zelf aangeeft dat die auto's waarschijnlijk pas in 2012 of 2013 op grotere schaal verkrijgbaar zijn. Dan zet hij echter de bijtelling op 7%. Volgens de ChristenUnie moet je de markt voor elektrische auto's juist een impuls blijven geven door de bijtelling dan nog tijdelijk op 0% te houden. Ons voorstel is dan ook om de 0% te handhaven voor 2014. Ik zal hiervoor een amendement indienen. Ook wat het gunstige afschrijvingsregime betreft zou je nog grotere impulsen kunnen geven aan de elektrische auto, juist omdat de kosten bij aanschaf relatief hoog zijn. De MIA en de Vamil bieden voor 2009 en 2010 faciliteiten voor het aanschaffen van een elektrische auto. De ChristenUnie zou dat eveneens willen verlengen tot en met 2014. Ik zou daar graag de reactie van de staatssecretaris op willen horen.

    Dan heb ik nog twee opmerkingen over het arbeidsmarkt- en inkomensbeleid. De ChristenUnie ziet voordelen in het voorstel van het kabinet rondom de kleine banen, maar onderkent ook mogelijke neveneffecten. Daarom vraag ik mij af of je het niet aan de werkgever en aan de jongeren zelf kunt overlaten om al dan niet te kiezen voor de kleinebanenregeling, waarbij de jongere zelf moet instemmen. Graag hoor ik een reactie van de staatssecretaris daarop.

    Er bestaat nu een lijst met bedrijfssectoren die in aanmerking komen voor de afdrachtvermindering van het onderwijs. De ChristenUnie pleit ervoor, deze lijst te laten vervallen, zodat de vermindering voor alle sectoren kan gaan gelden. Het kabinet stelt dat de regeling specifiek bedoeld is voor sectoren die een tekort hebben aan gekwalificeerd personeel, maar in deze tijd van crisis lijkt ons dat niet echt een probleem. Het is juist nu van belang om de kansen van de werknemer op de arbeidsmarkt te vergroten. Graag een reactie van de staatssecretaris op mijn voorstel om de lijst met bedrijfssoorten te laten vervallen.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Voorzitter. Ik zou graag van de ChristenUnie een toelichting ontvangen op het voorstel om de kleinebanenregeling facultatief te maken. Zoals die nu wordt ingericht, krijgt de werkgever vrijstelling van alles en blijven de werknemerspremies overeind. Hoe zou een facultatief kleinebanenschema werken? Overigens, als je er geen gebruik van maakt, word je zeker niet aangenomen, dus wat wil de ChristenUnie met de kleine banen?

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Wij denken dat je het als keuzeoptie kunt neerleggen. De jongere is dan doordrongen van de consequenties die het heeft als hij ervoor kiest, maar zegt: ik kan er niet meer tijd aan besteden. Je kunt er op deze manier invulling aan geven en toch de potentie van de jongere goed inzetten. Er is dan sprake van een pakket dat maatwerk is voor die jongere, terwijl het bedrijf er ook voordeel van heeft.

    Dat is het beeld dat wij hierbij op dit moment hebben, zonder op dit moment in detail in te gaan op alle mogelijke consequenties. Die worden in de vaste commissie voor Economische Zaken volgens mij iedere keer ook vrij uitgebreid besproken.

    De heer Tang (PvdA):

    Voorzitter. Laat ik vooraf zeggen dat wij dit wetgevingsoverleg gebruiken om veel vragen te stellen en om onze mening te vormen. Het onderwerp is dermate complex en groot dat wij deze tijd ook moeten gebruiken om soms tot een oordeel te komen.

    Laat ik beginnen met het ondernemerschap. In de nota naar aanleiding van het verslag is er antwoord gekomen op de vraag in hoeverre er verschil is in lastendruk tussen ondernemers en werknemers. Dat verschil is ook al aangekaart door Flip de Kam. Het departement heeft deze vergelijking op een iets andere manier gemaakt, maar in essentie laat de vergelijking duidelijk zien dat er een flink verschil is in lastendruk. Het verschil in lasten kan zo'n 10 procentpunt bedragen. Dat is een kwart lagere lasten voor ondernemers. Dit roept een vraag op: is iemand met een bv'tje belangrijker dan een verpleegkundige of een agent, belangrijker dan een zelfstandig en kundig opererende werknemer, of belangrijker dan een onderzoeker op het lab? Die vraag wordt ook wel gesteld door het kabinet en door deze staatssecretaris in het bijzonder, want er is in de nota naar aanleiding van het verslag wel degelijk enige rechtvaardiging, een verdediging door het kabinet, te vinden. Deze wordt onder andere gezocht in het feit dat de ondernemer risico draagt. Daarover ben ik wel enigszins verbaasd, omdat volgens mij het verschil in risico zou moeten leiden tot een verschil in inkomen en niet per se tot een verschil in lastendruk. Dat is natuurlijk iets anders. Wij maken een verschil in lasten als wij denken dat sommige activiteiten gestimuleerd of juist geremd moeten worden. Dat is een reden voor een verschil in lastendruk. Het feit dat een partij risico draagt, is natuurlijk nog geen reden voor stimulering of voor remming. Eigenlijk geeft het kabinet, moet ik eerlijk zeggen, nog geen heel duidelijke rechtvaardiging voor het verschil in lastendruk. Ik zie dan ook graag dat de staatssecretaris daarop nog ingaat, want het is een belangrijk verschil.

    Mijn tweede algemene opmerking betreft de mkb-winstvrijstelling. Het lijkt een ideologie van het kabinet te zijn dat er meer succesvolle bedrijven komen door de winst lager te belasten. Voor mij is dat toch een omkering van de causaliteit. Winst is in mijn ogen het resultaat van groei en niet omgekeerd; groei is niet het resultaat van meer winst. Hierbij is natuurlijk wel een analogie met arbeid te maken. Bij arbeid is er een duidelijke causale relatie tussen inspanning en resultaat: meer uren, meer werk, meer inkomen. Met zo'n eenduidige relatie is het inderdaad ook om te keren. Een lagere belasting op het resultaat, het inkomen, zal dan leiden tot een effect op de inspanning, bijvoorbeeld meer uren. Bij winst ontbreekt zo'n relatie echter. Er zijn tal van factoren behalve de inspanning die het resultaat bepalen. Was het voor ondernemers maar zo eenvoudig dat zij door hard werken ook veel winst zouden maken. Dat is precies het risico waarover ik het eerder had, het risico waarvoor een ondernemer graag compensatie wil. Dit is natuurlijk een vorm van wat meer conceptuele kritiek. Dat is misschien lastig voor een wetgevingsoverleg; toch hoop ik dat de staatssecretaris hierop wil reageren.

    Ik kom op enkele concretere punten, zoals de zeescheepvaart. De staatssecretaris heeft op een vraag van mijn fractie geantwoord dat het inderdaad mogelijk is dat een investering in scheeps-cv's tot een aftrekpost van 216% kan leiden. Dat is ruim twee keer het deelnamebedrag. Dit wordt veroorzaakt door de willekeurige afschrijving. Toch is dit een wat vreemde situatie. Kan de staatssecretaris aangeven hoe veel dit voorkomt en of dit bij andere sectoren ook kan gebeuren? Kan hij aangeven of hij deze situatie wenselijk vindt? Dat horen wij graag.

    Het volgende punt betreft de innovatiebox. Dat is geen geringe ingreep. Ik begrijp nu dat de grondslag van de box inmiddels al 3 mld. bedraagt; 3 mld. van de winsten slaat neer in de innovatiebox. Dat roept een vraag op over de effectiviteit van dit instrument.

    De vragen daarover zijn eigenlijk niet beantwoord. We hebben gevraagd wat de minister liever doet: een euro uitgeven voor de WBSO, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, of een euro uitgeven via de innovatiebox. Wat heeft het meeste effect? Op deze vraag kwam eigenlijk geen antwoord. Gezegd werd dat deze zaken elkaar aanvullen. Dat is natuurlijk precies het verkeerde antwoord. Ze vullen elkaar niet aan, maar zijn elkaars substituten. Je kunt het een of het ander doen. Wel hebben ze alle twee hetzelfde doel, maar dat is wat anders. Het zijn wel degelijk concurrerende instrumenten. De aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de WBSO, heeft als voordeel dat deze al bestaat, al geëvalueerd is en bewezen effectief is. Bij elke euro die niet naar de WBSO gaat, maar wel naar de innovatiebox, bestaat het risico dat we geld geven aan een instrument dat niet effectief is. Op dit moment is het ook moeilijk om te zeggen in hoeverre het effectief is. Dat begrijp ik, maar is de staatssecretaris bereid om conclusies te trekken uit de evaluatie van de octrooibox, ook als deze laat zien dat het geven van fiscale subsidies via de box niet gewerkt heeft of niet zo effectief is geweest? Dat is van belang. Wij zien namelijk graag de vergelijking waaruit duidelijk wordt hoe een euro besteed moet worden. Moet dat via de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk gebeuren of via de innovatiebox?

    Tot slot heb ik nog een puntje in het hoofdstukje "ondernemerschap". Is niet een les uit de crisis en uit de crisismaatregelen dat de verliesverrekening weer verruimd zou moeten worden? Bij Werken aan winst is deze ingeperkt geweest. Moeten we deze fout nu niet corrigeren? Ik kan mij voorstellen dat dit onderwerp door de staatssecretaris wordt opgepakt bij de wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting, die we dit najaar verwachten. Als we in tijden van crisis deze maatregel incidenteel verruimen, is een structurele verruiming misschien ook wel op zijn plaats.

    Ik kom bij het onderwerp vergroening. Ik begin bij de aanschafbelasting, de bpm. Daarover is voor het zomerreces nog een spoeddebat gehouden. Ik heb toen het onderzoeksbureau DHV voor charlatans uitgemaakt. Ik hoef deze woorden gelukkig niet terug te nemen. Er ligt namelijk een second opinion van het Centraal Planbureau, waarin gehakt wordt gemaakt van DHV. Het CPB doet dit veel vriendelijker dan ik, maar niet minder desastreus. Dit zijn de woorden van het CPB: "DHV heeft een maatschappelijke kosten-batenanalyse uitgevoerd waarbij hun aannames ertoe leiden dat de bpm-ombouw neerkomt op een belastingverhoging en daarmee tot een prijsverhoging voor personenauto's". Met andere woorden, het resultaat is bij aanname gefabriceerd. Ook staat te lezen: "De rapportage maakt echter niet duidelijk hoe behoorlijke welvaartsverliezen kunnen samengaan met de eveneens gerapporteerde geringe milieueffecten". Dit onderzoek van DHV valt in de categorie "het is nooit goed of het deugt niet". De bpm-opbouw heeft volgens DHV geen effect op het milieu, terwijl hij toch leidt tot zware welvaartsverliezen. Tijdens het spoeddebat heb ik gezegd dat dit niet kan samengaan. Dat is ook wat het CPB in zijn second opinion schrijft. De vraag waarop ik tijdens het spoeddebat geen antwoord heb gekregen, is: hoeveel onderzoeken voert DHV voor de rijksoverheid uit?

    Er is nog steeds ruis op de lijn tussen de sector en het kabinet. Dat vind ik betreurenswaardig. Om die reden houden we een spoeddebat. De staatssecretaris zou in navolging van Obama een keer een biertje moeten drinken met de sector. Misschien helpt dat. Ik zou graag zien dat het overleg met de sector op gang komt en op gang blijft, zodat we niet geplaagd worden door onderzoeken en spoeddebatten. Voor zover mogelijk kan dit onderwerp dan in enige harmonie behandeld worden.

    Ik vraag mij af hoe de tarieven voortaan bepaald worden. Er zijn hiervoor verschillende manieren. De sector heeft belang bij duidelijkheid. Aan de andere kant, en dat is ook in het belang van de sector, is er de eis van lastenneutraliteit. Dat kan weer aanleiding geven om bijvoorbeeld van jaar tot jaar de tarieven te stellen. Maar dat is weer strijdig met de zekerheid. Aan de ene kant zie ik dus de eis van zekerheid en voorspelbaarheid voor de sector, en aan de andere kant de eis van lastenneutraliteit. Ik begrijp ook niet hoe deze twee precies gecombineerd zullen worden. Ik weet dat sommige partijen de eis van lastenneutraliteit stellen, maar daarbij speelt een nogal eigenaardig probleem. Als auto's zuiniger worden, gaan de tarieven namelijk omhoog. Ik heb daar wel wat moeite mee. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris op deze vraag, maar vraag ook aan andere partijen om na te gaan of de eis van lastenneutraliteit echt van jaar tot jaar gesteld moet worden.

    De staatssecretaris heeft verder, naar aanleiding van de onbedoelde effecten, aan wat knoppen gedraaid om de uitkomsten van het afschaffen van de bonus-malusregeling te verbeteren. Die verbetering is bij de eerste nota van wijziging ingediend, waarvoor ik de staatssecretaris dank. Verbeterd is het inderdaad. De ANWB stelt samen met de stichting Natuur en Milieu zes top tiens samen van zuinige auto's, voor diesel- en benzineauto's, in de categorieën klein, middelgroot en groot.

    Kan de staatssecretaris aangeven of de bpm laag wordt op elk van de auto's die in de top-10 staat, en of vooral auto's die niet in de bpm staan, zwaarder worden belast?

    De staatssecretaris gaat ook in op het effect van de aanschafbelasting op de consumentenprijs van auto's. Hij antwoordt dat hij ervan uitgaat dat pas over een aantal jaar duidelijk is wat de invloed is van de afbouw van de bpm op de consumentenprijs. Ik ben daar toch benieuwd naar. Het is niet mijn bedoeling dat de verlaging in de zakken van de fabrikanten terechtkomt. Dit is een wezenlijke vraag. Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij dit in de gaten zal houden en aan de Kamer zal rapporteren?

    Tot slot in mijn betoog over de aanschafbelasting wil ik vragen of het inderdaad zo is dat uitstel bij de kilometerheffing leidt tot uitstel in de afbouw van de bpm. Ik hoor graag een mondelinge bevestiging van de staatssecretaris.

    Dan kom ik op het onderwerp vergroening via de energiebelasting op aardgas. Dit heeft in potentie een groot effect. De opbrengst is niet gering, namelijk in de vorm van een beperktere uitstoot, 0,5 megaton. Dat is meer dan twee keer zo veel als de 0,2 megaton die bijvoorbeeld de CO2-afhankelijke bpm bereikt. Een bezwaar zou hooguit gelegen kunnen zijn in het effect op inkomensverdeling. Klopt het dat het beeld in de brief over de fiscale vergroening gunstiger was dan het beeld in de nota naar aanleiding van het verslag? Het zijn andere berekeningen, dus het zou kunnen. Ik hoor het graag van de staatssecretaris. Is het niet zo dat het bij de verdelingseffecten niet zozeer gaat over de verdeling tussen de inkomensgroepen, tussen lage en middeninkomens, maar meer over de verdeling binnen inkomensgroepen? Is het niet zo dat het probleem daar eigenlijk is dat er een grote spreiding binnen die inkomensgroepen is?

    Een vraag daarbij is voor mijn fractie wel of de gedragseffecten meegenomen zijn in de berekeningen. Dat maakt natuurlijk veel uit. Ik neem aan dat mensen wel enige invloed hebben op wat zij besteden aan energie, in het bijzonder aan aardgas. Dat kan bij wijze van spreken het aantrekken van een trui zijn, maar nog belangrijker is natuurlijk het investeren in het energiezuiniger maken van woningen. We weten dat in het programma Meer met Minder daarop grootschalig wordt ingezet.

    De antwoorden tot dusver zijn voor de PvdA nog geen reden om voor verdere vergroening terug te schrikken. We overwegen op dit punt een amendement in te dienen.

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    Het is goed om te horen dat de PvdA-fractie op dit punt een amendement overweegt. Betekent dat dan ook dat zij de inkomensconsequenties die in de puntenwolken zijn geschetst, acceptabel vindt?

    De heer Tang (PvdA):

    Dat hangt een beetje af van het antwoord op de vraag in hoeverre gedragseffecten zijn meegenomen. Ten eerste zie ik graag dat mensen wel de keuzemogelijkheid gegeven wordt om te reageren op een hogere energiebelasting. Het voorbeeld van de trui is wat flauw, maar het kan helpen om de verwarming op tijd omlaag te draaien. Nog belangrijker is de samenloop met de investeringen in het isoleren van huizen. Daarop wordt ingezet. Ik kan mij goed voorstellen dat als blijkt dat veel van deze huizen binnenkort zullen worden aangepakt -- dat is in ieder geval de opzet -- het beeld van de inkomenseffecten daarmee verandert. Ten tweede zullen we ook moeten kijken in een amendement in hoeverre de inkomenseffecten nog te beïnvloeden zijn door een combinatie van maatregelen. Dat kan ik op dit moment nog niet overzien.

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    Dat snap ik. Ik kan bij dezen al zeggen dat GroenLinks zo'n amendement van harte zal ondersteunen. We hebben ook zelf een amendement in voorbereiding. In welke orde van grootte moet een verhoging volgens de heer Tang zijn? Denkt hij dan aan 25% er bovenop, of 50%? Heeft hij daar al een idee van?

    De heer Tang (PvdA):

    Nee, maar mocht ik daar een idee over hebben, dan ligt dat op dit moment niet vast. Dit is voor mij een moment om vragen te stellen. Ik weet dat er wordt uitgegaan van een 25% hogere belasting op aardgas. Het is geen wet van Meden en Perzen. Dat kan echter wel leiden tot een substantiële reductie van CO2-uitstoot. Dat moet vooropstaan. Ik moet u het antwoord hierop echter nog schuldig blijven.

    Ik heb nog een aantal kleinere punten in het blokje over vergroening. Het eerste punt gaat over de Euro 6-norm. Vroeger was het leven misschien niet beter maar wel wat simpeler. Toen gold de wijsheid dat een dieselauto vervuilender was dan een benzineauto. Dieselauto's die aan de Euro 6-normen voldoen, lijken echter zeker zo schoon te zijn als een benzineauto. Op welke manier verschillen diesel-, benzine- en aardgasauto's nog van elkaar op de punten schoon, zuinig en productie van brandstoffen? Hoe kunnen deze auto's worden afgezet tegen moderne autovormen, zoals hybride- en nog modernere elektrische auto's? Daarop aansluitend, hoe kijkt het kabinet aan tegen een pleidooi voor een brandstoffenbeleid? Het gaat om een onderscheid tussen groene en grijze elektriciteit, tussen aardgas en biogas. Kan dat onderscheid niet scherper worden gemaakt? Is dat niet noodzakelijk om te komen tot een groen belastingstelsel?

    In de nota naar aanleiding van het verslag gaat het over de elektrische scooter. Bedrijven kunnen deze fiscaal gunstig aan hun werknemers verstrekken. Dat is op zich prima, maar geeft de overheid ook een directe stimulans of blijft het beperkt tot deze indirecte stimulans via de werkgevers?

    De differentiatie van de onbelaste kilometervergoeding van €0,19. De staatssecretaris antwoordt dat werkgevers niet weten in wat voor auto hun personeel rijdt, maar werknemers die in hun eigen auto rijden, moeten hun auto als "werkplek" opgeven bij hun werkgever, zodat die hen kan verzekeren. De werkgever kent de auto dus. Zie hiervoor ook de brief van de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen, waarin zij pleit voor een differentiatie van de kilometervergoeding. De vraag is dus: waarom niet?

    Ik vraag de staatssecretaris om serieus deze mogelijkheden te bekijken. Ze kunnen bijdragen aan een sterkere vergroening van het belastingstelsel en een sterkere impuls geven om te kiezen voor schone en zuinige auto's.

    Rode diesel. Ik dank de staatssecretaris voor zijn toezegging dat het onderzoek naar rode diesel uiterlijk op hetzelfde moment naar de Kamer komt als de uitkomsten van de brede heroverweging.

    Ik kom op de leaserijders die met de trein reizen. De staatssecretaris deelt mijn opvatting dat welvaartswinst kan worden geboekt als een werknemer bij elke reis optimaal afweegt of hij de leaseauto of de trein neemt. De ontwikkeling van mobiliteitskaarten is daarom goed. Kan de staatssecretaris aangeven in welke mate deze kaarten worden gebruikt? Kan hij aangeven of alle leaserijders bij de overheid hiervan gebruik maken?

    Er rest mij nog één blokje binnen dit blok: het inkomensdeel, meer specifiek kleine baantjes en de doorwerkbonus. Ik begin met de kleine baantjes. De PvdA-fractie is van het voorstel over kleine baantjes nog bepaald niet overtuigd. Het kabinet zal met een goed verhaal moeten komen om ons te overtuigen. Het is opvallend dat ook werkgevers de voordelen niet lijken te zien. Zo is de Algemene Bond van Uitzendondernemingen nogal kritisch. Die bond zegt dat de administratievelastenverlichtingen voor werkgevers slechts minimaal zijn omdat alle andere arbeidsrechtelijke verplichtingen blijven bestaan en een werkgever nu twee administraties moet gaan bijhouden. Hij stelt bovendien dat deze banen dienen te gaan naar mensen die moeilijk te bemiddelen zijn en ook dat de vrees terecht kan zijn dat dit leidt tot opsplitsen van grote in kleinere banen vanwege het premievoordeel. Dit laatste is ook de vrees bij ons en bij de vakbonden. Ziet de staatssecretaris ook het gevaar dat grote banen vele kleintjes worden?

    Verder zijn er nog vele vragen. Als iemand meerdere kleinen banen heeft, kan het dan voorkomen dat via de aangifte inkomstenbelasting moet worden bijbetaald? Hoe schat de staatssecretaris in dat jongeren hier geld voor reserveren? Kunnen jongeren hierdoor in geldproblemen komen? Blijft de vrijstelling voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet in stand voor wie met meerdere kleinere banen een normaal inkomen verdient, of moet deze ook worden bijbetaald? Het kabinet blijft herhalen dat hiermee alleen een premievrijstelling wordt geregeld. Er is geen sprake van dat de verzekeringsrechten van jongeren worden aangetast. Kan de staatssecretaris aangeven waarom de minister van SZW überhaupt een aanpassing van de verzekeringsplicht gaat onderzoeken?

    Kan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat niet beter gewoon laten, zeker aangezien de premievrijstelling structureel is gedekt?

    We hebben gevraagd naar de gevolgen voor de scholing van werknemers met kleine banen. Hierop is niet echt ingegaan. Gezegd wordt dat de afdrachtvermindering voor scholing ook voor de kleine banen geldt. Blijkbaar wordt deze afdrachtvermindering dan ten laste van de loonheffing van andere werknemers gebracht, want er is helemaal geen afdracht bij die kleine banen. Is dat de bedoeling? Omdat de regeling geldt voor jongeren tot 23 jaar lijkt het gevaar groot dat deze jongeren voor hun 23ste gewoon ontslagen zullen worden. Ze worden dan ineens veel duurder. Bij supermarkten hebben we dat eerder gezien. Heeft het kabinet afspraken gemaakt met werkgeversorganisaties om dit te voorkomen? Is er inzicht in het aantal jongeren om wie het gaat? Gaat het hier vooral om jongeren met bijbaantjes naast de studie of ook om andere jongeren?

    Mijn volgende punt is de doorwerkbonus. Zoals wij hebben aangekaart bij de financiële beschouwingen zitten we met de vraag of het arbeidsmarktbeleid er in deze tijden niet iets anders zou moeten uitzien. Het probleem is op dit moment eerder de vraag dan het aanbod. Er zitten nog veel aanbodsbevorderende instrumenten in de belastingen, die op dit moment wel eens niet zo effectief zouden kunnen zijn. Vooral de vraag naar laagopgeleide, slecht betaalde werknemers wordt geraakt in een crisis. Onze vragen hierover zijn eigenlijk nog niet beantwoord. We willen graag weten of de doorwerkbonus goed is gericht in deze tijd van crisis, waarin de problemen vooral bij de laagbetaalde, slecht opgeleide werknemers liggen. Grijpt de doorwerkbonus aan waar hij zou moeten aangrijpen? We horen dat graag van de staatssecretaris.

    Tot slot stel ik de kleinere vraag waarom de doorwerkbonus bij 64 lager is dan bij 61, 62 of 63. Het zal vast al die tijd zo zijn geweest, maar het viel me op tijdens het lezen.

    De heer Remkes (VVD):

    Ik heb op meerdere onderdelen, maar in het bijzonder op dit onderdeel, met belangstelling naar collega Tang geluisterd. Komt hij met betrekking tot de doorwerkbonus met een serieus voorstel om dit verhaal eruit te lichten? Daar zou overigens in de combinatie met Bosbelasting met de VVD-fractie over te praten zijn.

    De heer Tang (PvdA):

    Wij willen graag weten of de doorwerkbonus goed is gericht, of hij effectief is. Dat is de vraag die de PvdA-fractie hier stelt. Die vraag is ingegeven door de veranderde economische situatie, waarin vooral de vraag naar arbeid het probleem is en niet het aanbod ervan. De doorwerkbonus -- de naam zegt het al -- is vooral gericht op doorwerken. Hij is bedoeld om de prikkel te geven om door te werken en dat is misschien niet altijd het probleem. Daar vragen wij naar. Uit de antwoorden zal blijken hoe effectief of ineffectief de doorwerkbonus is en aan de hand daarvan zullen wij ons standpunt bepalen.

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    Voorzitter. Ik begin dit blok met vergroening en zal daarna nog het nodige zeggen over ondernemerschap en over het inkomensbeleid.

    Zoals al gezegd, missen wij in dit Belastingplan de urgentie van vergroening. Er zitten allerlei maatregelen in, maar die vallen over het algemeen in de categorie klein bier. We gaan er absoluut niet mee bewerkstellingen dat het kabinet zijn doelen op het terrein van CO2 haalt. Het valt ons op -- wij hebben dat vorig jaar ook al gezegd -- dat het beleid op dit terrein te vrijblijvend is. Het kabinet heeft nergens geformuleerd wat het met de fiscale vergroening wil bijdragen aan de CO2-uitstoot. Nergens is dus te controleren of we het doel eigenlijk wel halen. Het enige wat we kunnen zien, is dat met het geheel aan kabinetsbeleid op dit terrein de doelen die het kabinet zichzelf heeft gesteld, niet gaan worden gehaald. Ook de vergroening kan er niet voor zorgen dat we de doelen alsnog gaan halen. Ik wil er bij de staatssecretaris toch voor pleiten dat hij zijn beleidsinzet minder vrijblijvend maakt en dat hij zich concrete doelen gaat stellen. Dan kunnen wij vervolgens als Kamer bekijken of de staatssecretaris zijn ambities waarmaakt.

    Het belangrijkste middel om de vergroening op korte termijn een stuk verder te brengen, is de energiebelasting op aardgas. Mijn collega's hebben daarover ook al iets gezegd. Ik ben blij om te merken dat de steun in de Kamer voor deze maatregel aan het groeien is. Uit alle analyses over belastingmaatregelen voor de gebouwde omgeving die we hebben gekregen, blijkt dat dit de meest effectieve maatregel is, die mensen stimuleert om te investeren in isolatie en in energiebesparing.

    Als je echt de CO2-uitstoot wilt verminderen via de woningen en de gebouwde omgeving, moet je deze maatregel nemen. Het enige probleem van deze maatregel zijn de inkomenseffecten. Collega's hebben dat ook al gememoreerd. Het hangt af van de manier waarop je het gaat terugsluizen en of wij eventueel bereid zijn de lagere inkomensgroepen die te hard worden getroffen extra tegemoet te komen. De GroenLinks-fractie is daartoe bereid. Wij willen het op zo'n manier terugsluizen dat de laagste inkomens ontzien worden. Waar het nodig zou zijn, willen wij in het kader van de begroting van SZW een extra maatregel voor de laagste inkomens treffen. Wij vinden het heel urgent dat Nederland op dit terrein een stap verder zet en echt zijn bijdrage gaat leveren aan de vermindering van de CO2-uitstoot.

    Het spreken hierover is niet meer vrijblijvend. Het is steeds urgenter dat wij maatregelen gaan nemen. Alle deskundigen op het terrein van klimaatverandering en milieu laten ons keer op keer in nieuwe rapporten zien dat de situatie nog ernstiger is dan wij dachten. Er is nog maar een paar jaar de tijd om het roer drastisch om te gooien. Anders gaat het ons nog veel meer geld kosten en is het zelfs de vraag of wij het tij überhaupt nog kunnen keren. De GroenLinks-fractie zal hierover nog een eigen amendement voorbereiden, maar zal zich ook graag aansluiten bij amendementen van andere fracties die hetzelfde doel beogen. Wij zijn bereid om samen te bekijken hoe wij deze stap kunnen zetten.

    Dan kom ik op het beleid rond de zuinige auto's. Daarover zitten wel de nodige plannetjes en maatregelen in het Belastingplan. Het gros van de vergroeningsmaatregelen -- ik meen acht van de negen -- gaat over zuinige auto's. Het kernprobleem is toch dat het kabinet een beetje tegen zichzelf aan het inwerken is. Aan de ene kant stimuleert het middels allerlei kleine leuke fröbeldingetjes de aanschaf van zuinige auto's en het minder autorijden. Aan de andere kant heeft het kabinet kennelijk een aantal vooropgestelde uitgangspunten. De aanschafbelasting, de bpm, moet bijvoorbeeld op termijn verdwijnen. Dat maakt dat het kabinet zich in de eigen wielen rijdt. De GroenLinks-fractie vindt het heel goed dat die aanschafbelasting wordt omgebouwd en dat daarbij niet meer de catalogusprijs, maar de CO2-uitstoot leidend wordt. Wij hebben echter grote moeite met de afbouw van die aanschafbelasting en dat hebben wij ook herhaaldelijk in debatten gezegd. Die afbouw hangt samen met de kilometerheffing. Ons sterke vermoeden is dat dit een van de redenen is dat de invoering van de kilometerheffing steeds verder wordt uitgesteld. Omdat wij die aanschafbelasting afbouwen, moet de kilometerheffing zo hoog worden dat dit vervolgens weer een probleem op zich wordt. Wij roepen de staatssecretaris ertoe op terug te gaan naar het kabinet en te zeggen dat het op moet houden met die onzin. Wij houden die bpm er gewoon in, wij zetten in op een wat lagere kilometerheffing en wij regelen dat het gewoon op de korte termijn gaat gebeuren. Zolang die kilometerheffing niet in beeld is, willen wij in ieder geval dat de verdere afbouw van de bpm wordt vertraagd. Het moet gelijk opgaan met de kilometerheffing, anders gaat het beleid van de staatssecretaris op dit terrein de CO2-uitstoot per saldo niet verminderen maar vermeerderen. Graag een reactie op dit punt. Het liefst zetten wij de afbouw stop, zeker zolang de kilometerheffing nog niet concreet in beeld is. Wij overwegen een aantal kleine amendementen in te dienen op dit punt om er in ieder geval voor te zorgen dat het Belastingplan iets meer bijdraagt aan de vergroening. Wij willen graag de bonus malus in de aanschafbelasting houden. Wij willen ook graag dat de aardgasauto's in het gunstigere regime van de benzineauto's komen. Graag krijg ik op beide punten een reactie van de staatssecretaris. Dit zijn twee punten die een concrete bijdrage kunnen betekenen, die makkelijk te regelen zijn, niet heel veel budgettaire verschuivingen veroorzaken, maar wel een milieueffect hebben. Staatssecretaris, kom op, regel dit nu met ons.

    Een ander probleem met die zuinige auto's is dat het kabinet wel mondjesmaat wil stimuleren dat mensen kiezen voor de aanschaf van een zuinige auto, maar dat het dit niet lang genoeg doortrekt. Het kondigt nu eigenlijk al aan dat het feest over een paar jaar weer voorbij zal zijn. Ik doel natuurlijk op de elektrische auto. Mensen krijgen nu in het vooruitzicht gesteld dat de bijtelling voor een elektrische auto als leaseauto voor twee jaar op nul gaat. Daarna gaat die echter alweer naar 7%. Wij weten allemaal dat een elektrische auto nu nog relatief duur is. Als je mensen echt wilt verleiden om die stap te maken, zul je met groter werk moeten komen. De GroenLinks-fractie is erg geporteerd van het idee van de ChristenUnie-fractie om de elektrische auto in ieder geval de komende vijf jaar op nul te houden. Wij zijn een amendement hierover aan het voorbereiden en ik zal dat graag samenvoegen met het amendement van de heer Cramer.

    Ik kom op mijn laatste punt over het dossier zuinige auto's. Ik zou graag willen dat de staatssecretaris nader ingaat op de mogelijkheid om de reiskostenvergoeding in de toekomst te differentiëren. Het ook naar CO2-uitstoot differentiëren van de reiskostenvergoeding zou een belangrijke volgende stap kunnen zijn om ervoor te zorgen dat mensen in de toekomst ook echt gaan kiezen voor die zuinige auto. Ik wil graag van de staatssecretaris een reactie op de vraag waarom dat niet nu al mogelijk is, maar ook graag de toezegging dat hij dat in ieder geval voor volgend jaar serieus zal gaan overwegen.

    Dit brengt mij van de zuinige auto's op het afvalprobleem in Nederland. Ik heb mij hier in het afgelopen weekend kort en hevig in verdiept. Mijn conclusie kan niet anders zijn dan dat de afvalmarkt in Nederland nu niet werkt. Wij hebben een enorme overcapaciteit aan verbrandingsinstallaties. Deze installaties hebben helaas ook een relatief kostenvoordeel, onder meer omdat wij het verbranden niet belasten, terwijl wij het storten van afval en het recyclen wel belasten. Dit is natuurlijk niet de prikkel die wij willen geven. Het is nobel dat de staatssecretaris oude stortplaatsen wil aanpakken, maar uit de reacties van gemeenten en provincies maken wij op dat zij vrezen dat dit niet effectief zal zijn. Ze vrezen dat het zich kunnen beroepen op een lager tarief, in ruil waarvoor de tarieven in zijn geheel wat omhoog gaan, niet zal leiden tot het echt aanpakken daarvan. Dit is zeker niet het geval zolang het verbranden zo veel voordeliger blijft en zolang veel organisaties storten en verbranden allebei in één hand hebben en dat kennelijk ook -- zonder dat de staatssecretaris ziet dat daar de facto gefraudeerd wordt -- door kunnen sluizen, zodat dit soort afval toch nog verbrand wordt. Daar moeten wij echt vanaf. Wij vragen ons af of een afvalverbrandingsbelasting van bijvoorbeeld €25 per ton toch niet een effectievere aanpak zal zijn. Ik wil daar graag een reactie van de staatssecretaris op. Wij willen een afvalverbrandingsbelasting, opdat het verbranden van afval, dat nu op veel te grote schaal gebeurt en waarvan wij moeten vrezen dat dit in de toekomst ook zal blijven gebeuren, niet meer voordeliger is dan storten of recyclen.

    Ik kom te spreken over de accijnskorting op E85-brandstof. De heer Cramer sprak hier ook al over. Het is terecht dat die korting nu niet wordt doorgevoerd. De fractie van GroenLinks is daar blij mee. Wij willen graag horen hoe nu precies onderzocht zal worden wat het milieueffect is, want wij maken ons daar ook zorgen over. Wij willen echt dat dit alleen gestimuleerd wordt als onomstotelijk vaststaat dat het een milieubijdrage levert. Ik steun dus hetgeen de heer Cramer de staatssecretaris al vroeg.

    Ik ga verder met het blokje "bevorderen ondernemerschap". De fractie van GroenLinks heeft vorig jaar al aangegeven dat zij ongerust is over het voornemen, de zelfstandigenaftrek te beperken of om te zetten in de mbk-winstvrijstellingsregeling. Het is ook goed om in het Belastingplan te lezen dat dit voorstel -- het echt omzetten daarvan -- op basis van onder meer consultaties in het veld niet doorgaat. Maar ook de variant die wel is gekozen, baart ons zorgen. Die variant houdt in dat de mkb-winstvrijstelling omhoog gaat, het urencriterium eruit gaat en de zelfstandigenaftrek voortaan alleen te verrekenen is met het winstinkomen. Wij zijn er blij mee dat het urencriterium eruit gaat. Wij vinden dat een goede zaak. Vorig jaar hebben wij daar ook al voor gepleit. In het verlengde daarvan vraag ik de staatssecretaris waarom bij de zelfstandigenaftrek het urencriterium er ook niet uit kan. Als de zelfstandigenaftrek voortaan alleen te verrekenen is met het winstinkomen, valt daarmee de facto een groot deel van de bestaande bezwaren om dat urencriterium niet te willen afschaffen of omzetten, weg. Ik nodig de staatssecretaris uit om het urencriterium ook bij de zelfstandigenaftrek te schrappen en in elk geval aan te geven wat daarbij zijn overwegingen zijn geweest.

    Volgens het kabinet worden kleine zelfstandigen in de variant die nu in het Belastingplan zit, gespaard. Ik mis echter de onderbouwing daarvoor. Ik maak mij ook zorgen over deze groep. Ik constateer dat veel kleine zelfstandigen, vooral zelfstandigen zonder personeel, nu in deze crisis hard zijn getroffen. Dat zijn ook vaak de eersten die hun opdrachten zien verminderen en die een flinke omzetdaling hebben moeten meemaken. Ik kan mij voorstellen dat een groot deel van die groep daardoor bijbaantjes heeft gezocht en daardoor nu tijdelijk, naast hun teruglopende opdrachten, wat bijverdient in loondienst. Deze groep zal, als ik goed begrijp wat het kabinet van plan is, vervolgens ook nog eens afgestraft worden door een flink hogere belasting. Ik hoor graag van de staatssecretaris of deze redenering klopt. Zijn de zzp'ers, die nu door de crisis een flinke omzetdaling hebben en die zich daardoor genoodzaakt zien om in loondienst bij te klussen, juist niet degenen die ook in dit kabinetsplan nog eens extra het slachtoffer zijn? Dat zou de fractie van GroenLinks zeer betreuren. Wij vinden dan ook dat er in elk geval voor deze groep een overgangsregeling zou moeten komen.

    Voor de starters regelt de staatssecretaris dat zij nog drie jaar de zelfstandigenaftrek kunnen verrekenen met hun gehele inkomen, maar je kunt je in ieder geval voorstellen dat er voor de bestaande zzp'ers een overgangstermijn van zo'n drie jaar zou gaan gelden zodat zij enigszins kunnen wennen aan deze nieuwe situatie. Alleen het voorstel dat de zelfstandigenaftrek nog acht of negen jaar vooruit verrekend mag worden met eventuele toekomstige winsten, lijkt mij niet afdoende om de pijn hier te verzachten.

    Meer in het algemeen willen wij een overzicht van de staatssecretaris van de inkomenseffecten van het pakket voor kleine ondernemers. Ik zou graag willen weten wat dit pakket betekent voor een ondernemer op minimumniveau, modaal of anderhalf keer modaal. In hoeverre pakt dat verschillend uit voor iemand die volledig zijn inkomen uit ondernemerschap haalt en iemand die dat bijvoorbeeld fiftyfifty uit ondernemerschap en loondienst haalt? Daarbij zou ik ook graag een indicatie krijgen van hoe groot die groepen eigenlijk zijn, zodat wij ook weten hoeveel mensen in de praktijk geraakt worden door dit kabinetsvoorstel.

    Ik kom op het inkomenspakket, om te beginnen met de kleine banen. De GroenLinks-fractie is absoluut geen voorstander van het voorstel voor kleine banen, zoals dat nu in het Belastingplan zit. Wij zien het gevaar dat dit leidt tot versnippering van banen voor jongeren, van versnippering van grotere naar kleinere banen en vervolgens tot verdringing van ouderen door jongeren. Dat is een ontwikkeling die wij absoluut niet gewenst vinden. Ondanks de verzekering van het kabinet, ook bij de financiële beschouwingen, dat dit absoluut geen vooruitlopende stap is op een eventueel afschaffen van de verzekeringen voor jongeren, is de GroenLinks-fractie daarvan niet overtuigd. Wat is de minister van Sociale Zaken dan aan het voorbereiden en hoe hangt dat samen met deze belastingplannen? Kan de staatssecretaris echt verzekeren dat deze voorstellen voor de kleine banen niet gaan leiden tot een ongewenste onderverzekering bij jongeren?

    De GroenLinks-fractie vraagt zich ook af of dit voorstel niet tot leeftijdsdiscriminatie zou kunnen leiden door het alleen van toepassing te laten zijn op jongeren onder de 23 jaar. En zou deze vorm van leeftijdsdiscriminatie, waarbij de jongeren relatief nog goedkoper worden dan de groep daarboven -- want het minimumjeugdloon heeft ook al dit effect -- niet nog eens extra stimuleren dat mensen bij 23 jaar ontslagen worden, zoals een aantal collega's ook al opmerkte?

    Als dadelijk de kleine banen uit de loonheffing verdwijnen, dan zou dat toch voor veel jongeren een onaangename verrassing kunnen betekenen, omdat veel jongeren kleine baantjes combineren. In totaal komen zij dan wel boven die vrijstellingsgrens uit, om dan achteraf met een belastingaangifte te worden geconfronteerd waarop zij dan wellicht of waarschijnlijk niet hadden gerekend. Wij kennen allemaal de schuldenproblematiek onder jongeren en weten dat mensen niet zijn geneigd om ver vooruit te kijken. Is dit niet vragen om ellende en problemen?

    Ik kom bij de doorwerkbonus. Eerlijk gezegd klonk wat collega Tang daarover zei mij als muziek in de oren. Vorig jaar is de GroenLinks-fractie namelijk al heel erg kritisch geweest over deze doorwerkbonus. Wij zien onze kritiek ook bevestigd door wat het Centraal Planbureau hierover eerder, en ook nu weer bij de SER-advisering, heeft laten weten. Het zegt dat de doorwerkbonus niet effectief is om de participatie te bevorderen. Dat was ook al de kritiek van GroenLinks. Hij is niet effectief om de participatie van ouderen te bevorderen omdat hij vooral terechtkomt bij ouderen die toch al doorwerken. Dat is zeker met het oog op de AOW-plannen van het kabinet een groot probleem voor de GroenLinks-fractie. Wij zouden graag zien dat de gelden die met de doorwerkbonus zijn gemoeid, gewoon worden ingezet om in het kader van het AOW-dossier de groepen te steunen waarvan de participatie echt moet worden bevorderd. Wij hebben toch een mooie 300 mln. beschikbaar. Die kan dan worden ingezet om heel gericht te werken aan de scholing en mobiliteit van juist lager opgeleide ouderen. Ik roep ook de andere partijen, met de name die van de coalitie, op om in die sfeer te gaan werken.

    Ik wil het hebben over iets wat niet in dit blokje hoort. Ik denk dat ik in het blokje zelf niet toekom aan de btw-vrijstelling voor de alternatieve artsen en de CAM-artsen. Wij hebben daarover op vrijdag een brief gekregen van het kabinet. De GroenLinks-fractie is erg verheugd dat het kabinet, in de persoon van minister Klink en staatssecretaris De Jager, er is uitgekomen. Het is erg verheugend dat het kabinet er toch is uitgekomen en dat de wens van de Kamer op dit punt is gehonoreerd. Voor zover ik het in de snelheid heb kunnen beoordelen is het ook een goed voorstel, dat recht doet aan de verschillende beroepsgroepen waarvan wij ook vinden dat zij voldoende geneeskundige kwaliteit leveren om voor die vrijstelling in aanmerking te blijven komen. Mijn enige vraag erover betreft de dekking. De staatssecretaris stelt als dekking voor de accijns op sigaretten te verhogen. De GroenLinks-fractie zou liever zien dat de accijns op shag wordt verhoogd, of dat het in ieder geval pondspondsgewijs gaat.

    De heer Remkes (VVD):

    Philip Morris heeft ook bij de fractie van GroenLinks zijn zegenrijke werk gedaan, merk ik.

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    De fractie van GroenLinks heeft zelf in het verleden ook aardig aan de shag gezeten en leeft dus zeker mee met de heer Remkes. Er zijn nu echter onevenwichtigheden in de accijns op sigaretten en shag. Het zou raar zijn om de bestaande onevenwichtigheden te vergroten door de accijnzen in die sfeer te verhogen. Wij zouden liever zien dat de accijns op shag en sigaretten rechtgetrokken wordt.

    De heer Van Dijck (PVV):

    Voorzitter. Om het ondernemerschap te bevorderen wordt de mkb-winstvrijstelling verhoogd en de zelfstandigenaftrek beperkt. De Partij voor de Vrijheid is een voorstander van het fiscaal bevorderen van ondernemerschap. Het is echter de vraag of het stimuleren van alleen winst ondernemerschap bevordert. Elke onderneming streeft al naar winstmaximalisatie en dit moet natuurlijk niet worden ontmoedigd. In deze crisis moeten wij ons echter veeleer afvragen hoe wij kunnen stimuleren dat mensen gaan ondernemen. De inperkingen van de zelfstandigenaftrek en het handhaven van het urencriterium dragen daar niet aan bij. Hoe gaat de staatssecretaris bedrijven verleiden om personeel aan te nemen? De tendens is nu eerder dat ze liever personeel kwijt dan rijk zijn. Ik mis dit in het Belastingplan, terwijl dit eigenlijk in verband met de stijgende werkloosheid een belangrijk speerpunt zou moeten zijn.

    Ook het urencriterium moet vervallen. Dit is een onding dat veel weerstand opwekt. Wij hebben afgelopen jaar gezien hoeveel ellende en discussie dit criterium kan veroorzaken. Het maakt niet uit hoeveel uren aan een onderneming zijn besteed, omdat het doel "ondernemen" en "winst maken" is en niet "uren maken". Ook het feit dat de zelfstandigenaftrek alleen nog geldt voor het winstinkomen motiveert niet om te ondernemen. Veel mensen stoppen hun vrije tijd en inkomen in een onderneming om er iets van te maken. Wij willen toch niet dat deze personen gedwongen worden om niets te doen?

    Ik heb hierover een aantal vragen. Kan een bedrijf meerdere innovatieboxen hebben? Zo ja, wordt in de jaren 2009 en 2010 gecontroleerd dat er geen verschuiving ontstaat tussen verliesgevende en winstgevende innovatieprojecten, om verliezen tegen 25% te kunnen aftrekken, terwijl winsten effectief tegen 5% worden belast? Hoe wordt na 2010 voorkomen dat er een verschuiving plaatsvindt tussen octrooiboxen en normale bedrijfsactiviteiten? Nu de budgetplafonds zijn vervallen, kan men bij octrooiboxen minder kosten gaan inboeken, zodat er meer winst ontstaat tegen 5%. De kosten worden verantwoord in een normale bedrijfsvoering en kunnen tegen 25% worden afgetrokken. Waarom is de innovatiebox gekoppeld aan de SNO-verklaringen van SenterNovem? Werkt dit niet discriminerend voor bedrijven die voor eigen rekening en risico innoveren, zonder loonkostensubsidie? Waarom is er überhaupt een koppeling gemaakt tussen de WBSO en de innovatiebox?

    Voorzitter. De PVV heeft geen problemen met de verruiming van de verliesregeling, maar er staat slechts 130 mln. voor ingeboekt. Gelet op de verliezen die thans worden geleden door het bedrijfsleven en de winsten die werden geboekt in 2007 en 2008 zou de Belastingdienst weleens heel grote bedragen terug moeten storten. De PVV houdt haar hart vast. Geldt de maximale 10 mln. verrekening per fiscale eenheid? Zo ja, hoe hoog schat de staatssecretaris het risico dat fiscale eenheden opgesplitst worden om maximaal gebruik te maken van de grens van 10 mln.? Wat zijn de budgettaire gevolgen van deze regeling? Is de inperking van de voorwaartse verliesrekening ook van tijdelijke duur?

    Dan de willekeurige afschrijving. Wij vragen ons af of deze regeling bedrijven voldoende prikkelt om in 2009 en 2010 investeringen te doen, gelet op de grote onzekerheid omtrent het economisch herstel. Bedrijven maken verlies en hun hoofd staat niet naar het doen van investeringen. Zij proberen juist het hoofd boven water te houden. Welke investeringen komen in aanmerking voor deze willekeurige afschrijving? Dat is ons niet helemaal duidelijk. Hoeveel bedrijven hebben hier tot nu toe gebruik van gemaakt? Welke onbedoelde neveneffecten kunnen van deze maatregel uitgaan, bijvoorbeeld door in 2010 een grote aanschaf te doen, om vervolgens verlies te maken en die met carry back terug te vorderen bij de over 2007 of 2008 betaalde winstbelasting? Ook hierbij kan gevraagd worden of dat niet de 130 mln. raakt die nu geboekt staat voor de verliesrekening.

    Dan vergroening en mobiliteit. De PVV snapt niet waarom de systematiek van bpm en motorrijtuigenbelasting opnieuw omgegooid wordt en superingewikkeld moet worden gemaakt. Het kabinet heeft reeds besloten om te gaan rekeningrijden. Het kabinetsbeleid ontmoedigt mensen om nu een auto aan te schaffen. Door de afbouw van de bpm en de introductie van het rekeningrijden wordt de aanschaf eerder uitgesteld. Dit beleid stimuleert mensen om voorlopig door te rijden in hun oude, vervuilende auto in plaats van dat het mensen prikkelt om die in te ruilen voor een nieuwe, schonere auto. Hoe staat het trouwens met de sloopregeling? Is de staatssecretaris het ermee eens dat door elk jaar van systematiek te veranderen mensen hoorndol worden en de zaak beginnen te wantrouwen? Burgers en leasemaatschappijen hebben recht om te weten waar zij aan toe zijn. Het effect van dit soort maatregelen om bepaald gedrag bij burgers te bewerkstelligen schiet hierdoor gigantisch aan zijn doel voorbij.

    Ik kom bij de kleine banen. Ook wij vragen ons af waarom de minister van Sociale Zaken gaat bekijken of het in de toekomst mogelijk wordt om werknemers vrijwillig te verzekeren voor Ziektewet en arbeidsongeschiktheid. De staatssecretaris geeft immers aan dat mensen verzekerd blijven, ondanks de 0%, wat betreft arbeidsongeschiktheid en Ziektewet. Wij vragen ons af hoe de staatssecretaris dit gaat duiden. Zijn de verdringingseffecten voldoende onderzocht? Er is eerder al over gesproken. De loonkosten vallen 15% lager uit voor jongeren en die worden daarmee aantrekkelijk voor werknemers. Dit kan betekenen dat werkgevers bewust kleine banen creëren en bewust inzetten om de groep jongeren tot 23 jaar te prikkelen om te gaan werken. Dit kan ten koste gaan van hun studie en van grotere banen. Door het knippen van die banen kan verdringing van oudere werknemers plaatsvinden.

    Krijgen jongeren nog wel doorbetaald bij ziekte als de inkomensafhankelijke premie op nul gaat? Betekent deze maatregel wel echt een lastenverlichting voor het bedrijfsleven? Voor deze kleine banen moet een aparte loonadministratie worden bijgehouden. Is dit onderzocht?

    Voorzitter. Vervolgens enkele woorden over de afdrachtvermindering van het onderwijs. Het bevreemdt ons dat deze regeling voor slechts één jaar is ingesteld, terwijl de meeste opleidingen een minimale doorlooptijd hebben van drie tot vier jaar.

    Voorzitter. Wederom wordt de koopkracht van de burgers uitgehold, terwijl wij juist in deze tijd die koopkracht keihard nodig hebben om de recessie te bestrijden. Ook door de AOW-maatregel wordt het brutoloon verder verkleind. Werken moet weer gaan lonen, maar met dit fiscale regime kunnen wij beter thuis blijven zitten en alle voordeeltjes opstrijken.

    De heer Van der Vlies (SGP):

    Voorzitter! Allereerst mijn excuses voor twee feiten. Ten eerste omdat ik te laat kwam; het was moeilijk om vanuit mijn woonplaats Den Haag te bereiken. Of ik nu had gekozen voor het spoor of voor de weg, het was in beide gevallen vanmorgen een uiterst lastige zaak.

    De heer Van Dijck (PVV):

    Met de fiets?

    De heer Van der Vlies (SGP):

    Met de fiets had ik de Kamer vandaag niet kunnen bereiken en dat had ik de leden niet willen aandoen. Ten tweede stond mijn telefoontje niet op de trilstand en ik kwam dus in alle opzichten wat ongemakkelijk binnen. Dat is dat.

    De SGP-fractie heeft op zichzelf wel waardering voor het pakket dat zich richt op het fiscaal ondernemerschap en hoe daarmee in het Belastingplan is omgegaan. Volgens de SGP-fractie worden er redelijk evenwichtige keuzes gemaakt. De vraag is natuurlijk al gesteld of hier een tandje erbij moet en daar een tandje eraf. Dat is allemaal denkbaar. De kern is echter dat wegens de economische crisis het bedrijfsleven een impuls heel hard nodig heeft. Volgens ons kan dit Belastingplan daar wel een bijdrage aan leveren. Ik sluit me overigens wel aan bij enkele feitelijke vragen die daarover zijn gesteld.

    Dan ga ik wat meer uitvoerig in op het thema vergroening en mobiliteit. In het verslag heeft de SGP-fractie de vinger gelegd bij de prijsstijging van relatief zuinige auto's die volgend jaar duurder worden in aanschaf. Ik dank de staatssecretaris dat hij op dat punt bij nota van wijziging belangrijke verbeteringen heeft doorgevoerd. Toch blijft het aantal zuinige dieselauto's dat duurder wordt ook met deze nota van wijziging groot. De ANWB heeft ons daarover berekeningen voorgelegd. Kan de staatssecretaris motiveren op welke manier hij denkt het energiezuinige rijden met diesel toch te kunnen stimuleren?

    De regering beschrijft in het Belastingplan het nihiltarief voor de motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto's. Klasse! Op die manier wordt de aanschaf van energiezuinige en milieuvriendelijke auto's extra gestimuleerd. Dat willen we graag, maar in het voorstel blijft nog wel onduidelijkheid bestaan over de periodieke herziening van het begrip "zeer zuinig". Op zich begrijp ik dit om budgettaire redenen, maar het is mij nog niet helder hoe dat gebeurt. Hoe periodiek worden de tarieven aangepast? Hoe ver van tevoren wordt de stijging bekend gemaakt? Hoe lang zullen gebruikers van een op dit moment zeer zuinige auto gebruik kunnen maken van het nihiltarief? Dat zijn relevante vragen waar de consument bij de aanschaf van een zuinige auto toch een antwoord op wil hebben.

    In het verslag heb ik ook aandacht gevraagd voor enkele nadelige effecten van de huidige fiscale bijtellingsregeling. De SGP-fractie blijft het een rare situatie vinden dat iemand die in enig kalenderjaar niet privé rijdt met een bedrijfsbus -- en die mede in belang van het bedrijf na een aantal maanden in het kalenderjaar een andere functie gaat vervullen met een personenauto waarmee hij wel privé kan en gaat rijden -- geconfronteerd wordt met een fiscale bijtelling over het hele jaar, over personenauto en bedrijfsbus, of géén fiscale bijtelling en dan mag hij niet privé rijden met de personenauto. Het argument dat de staatssecretaris de regeling niet wil wijzigen om redenen van eenvoud begrijp ik natuurlijk globaal wel, maar uiteindelijk toch niet. Ik schat in dat de mogelijkheid om eenmaal per jaar te muteren, de regeling toch niet heel veel ingewikkelder maakt. Het aanpassen van de regeling zou toch een belangrijke prikkel kunnen geven om energiezuiniger te gaan rijden? Stel dat iemand met een onzuinige bedrijfsauto, zijnde een personenauto, bij aanvang van een kalenderjaar niet privé rijdt omdat hij de 25% bijtelling te hoog vindt. Dat komt vaak voor. Diezelfde persoon gaat bijvoorbeeld in februari van dat jaar in een andere bedrijfsauto rijden, opnieuw een personenauto, omdat de oude auto bijvoorbeeld aan vervanging toe is, uit de lease loopt of total loss is.

    Bij vervanging kiest hij voor een energiezuinige bedrijfspersonenauto met 14% bijtelling, waarin hij wel privé wil rijden. Hij kan echter niet halverwege het jaar switchen van niet-privégebruik naar privégebruik. Waarom wordt dat niet een keer mogelijk gemaakt?

    Dan kom ik op het arbeidsmarkt- en inkomensbeleid. Elk jaar kom je die zin wel ergens tegen: bij het koopkrachtpakket van enig jaar - wij bespreken het jaar 2010 - is gestreefd naar een evenwichtige verdeling van de koopkrachtontwikkeling. Wee het kabinet dat met een beeld in de Kamer verschijnt waarin die verdeling niet evenwichtig is. Dan is er een hele fruitmand aan appels te schillen. Toch heeft mijn fractie op dit punt zorgen. Die concentreren zich vooral op de uitwerking op wat het gezinsbeleid genoemd wordt, ook in de fiscaliteit. Wij vinden dat nog steeds discutabel. Wij begrijpen de besluitvorming over de overdracht van de algemene heffingskorting en andere maatregelen natuurlijk heel goed, maar nu kom ik op de effecten ervan. Ook voor het komende jaar wordt de algemene heffingskorting weer met een bepaald bedrag verlaagd, maar de inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt weer met een meer beduidend bedrag verhoogd. De verschillen lopen dus op.

    Ik heb intussen de antwoorden gekregen op mijn tweede set vragen over dit probleem. Deze zijn mij zojuist aangereikt, maar ik heb ze nog niet kunnen doorgronden in de korte tijd die ik hier zit, omdat het een heel pakket is. Ik dank overigens de staatssecretaris voor de vlotte beantwoording, want de vragen waren nog niet erg oud en ze waren fors qua omvang en intentie. Dat erken ik. De kwaliteit ervan laat ik aan anderen over. Ik pik er al wel één punt uit. De staatssecretaris zegt: dit hebben wij zo gewild. Het is beoogd beleid geweest. Wij wilden immers die arbeidsparticipatie bevorderen en daarom hebben wij deze stimulans ingevoerd.

    Ik zou hierover nu niet weer zijn begonnen, ware het niet dat mijn geachte collega, de heer Remkes, een rigoureus amendement in de Kamer neerlegt waarin wordt voorgesteld om er maar helemaal een streep door te trekken. Hij doet dat zonder blikken of blozen. Dat vind ik toch echt te fors. Daarbij komt nog dat het bij het bevorderen van de arbeidsparticipatie nodig is dat mensen ook op de arbeidsmarkt terecht kunnen. Een recente studie van het SCP, getiteld "Deeltijd (g)een probleem", wijst echter uit dat de overheid de deeltijdarbeid eigenlijk aan het problematiseren is. De meeste vrouwen, mannen en werkgevers zien de relatief geringe omvang van de arbeidsduur van vrouwen niet als een probleem, maar als een vanzelfsprekendheid, als een eigen keus. Het blijkt dat de effecten van de instrumenten die zijn ingezet, bijvoorbeeld de IACK, uiterst marginaal zijn, dat de instrumenten eigenlijk niet werken. Die prikkelende stellingname leg ik maar eens aan de staatssecretaris voor en ik vraag hem hoe hij daar tegenaan kijkt.

    Dan kom ik nu op de effecten. Als je een eenverdienersgezin vergelijkt met een tweeverdienersgezin met hetzelfde bruto inkomen, praten wij wel over verschillen in cumulatie van de af te dragen belastingsom van afgerond €5000 naar een niveau van nu bijna €10.000 en straks €11.000. Vinden wij het verantwoord om dit verschil te laten voortbestaan, als er ouders zijn die een eigen beleidskeuze maken om te blijven zorgen voor kinderen, ouders of gehandicapte kinderen en soms zelfs niet eens de keus hebben om de arbeidsmarkt op te gaan? Ik leg dit nog maar eens indringend in uw midden neer. Mijn fractie vindt het niet terecht en vindt het verschil te fors. Wij kunnen best begrijpen dat de arbeidsparticipatie wordt bevorderd in tijden waarin dat relevant is. Het is momenteel even wat lastiger; dat weten wij met elkaar. Deze effecten vinden wij echter te fors en voor sommigen zelfs onvermijdelijk.

    Dat zouden we niet moeten willen. Ik spreek daar in ieder geval de coalitiepartijen op aan, maar uiteraard ook al mijn andere vrienden en vriendinnen uit de oppositionele partijen. Wij blijven hiermee bezig en we zullen niet rusten voordat we een wig hebben gedreven tussen de deur. Wij hebben daarin nogal wat medestanders van professioneel kaliber. De discussie is bekend. Zij delen onze mening, schuwen de confrontatie niet en brengen zelfs het EVRM in stelling. Zo ver wil ik nog niet gaan, want dan moet je wel behoorlijke bewijzen hebben, maar ik kan niet anders zeggen dan: kijk hier nu toch nog eens naar. Dit is niet te verantwoorden en ik vind het eerlijk gezegd te gek voor woorden dat wij dit laten voortbestaan in deze tijd, waarin wij allemaal praten over keuzevrijheid en al die dingen meer.

    De voorzitter:

    Dan kom ik bij de heer Omtzigt van het CDA.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Voorzitter. Dit is het meest omvangrijke blokje, ook in de ogen van de CDA-fractie. De belangrijke kerntaken van de overheid zitten in dit blok: het bevorderen van het ondernemerschap, het verlichten van de administratieve lasten en de koopkrachtdiscussie, het andere Haagse gezelschapsspel.

    Ik begin met het fiscaal bevorderen van het ondernemerschap. We hebben er met belangstelling kennis van genomen dat deze staatssecretaris het ook in moeilijke tijden tot een speerpunt van zijn beleid gemaakt heeft, de hele fiscale machine in stelling te brengen om ondernemers ook werkelijk te faciliteren. Verhoging van de mkb-winstvrijstelling, beter richten van het zelfstandigenaftrek, verruiming en stroomlijning van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, verruiming van de verliesrekening in de vennootschapsbelasting, verlenging van de willekeurige afschrijvingen en uitbreiding van de faciliteiten voor speur- en ontwikkelingswerk, de innovatiebox: voorwaar geen klein pakket. De ondernemers zullen Nederland toch moeten helpen om uit deze crisis te komen. We hebben daar een paar kleine vragen over, maar zijn zeer tevreden met dit pakket.

    Ik begin met de verhoging van de mkb-winstvrijstelling. We vroegen aandacht voor de verhouding tussen de voorgestelde verhoging van de mkb-winstvrijstelling en de in het wetsvoorstel Uniformering Loonbegrip vermeldde verdere verhoging van de mkb-winstvrijstelling met 2%. We begrijpen dus dat het de bedoeling is om op 14% uit te komen. We hebben aandacht gevraagd voor de gevolgen van de verhouding tussen het drijven van een onderneming in de IB en het drijven van een onderneming in de vennootschapsbelasting. De staatssecretaris geeft aan dat hij de precieze gevolgen niet kan geven in zijn algemeenheid, maar er lijkt hier toch sprake te zijn van een groeiende onevenwichtigheid. Wij horen daarom van de staatssecretaris graag een nadere duiding. Welke effecten treden op? Gaan we nu in de richting van een rechtsvormneutrale ondernemerswinstbelasting? Of gaan we juist in de tegenovergestelde richting? Hoe zorgen wij ervoor dat we er goed komen?

    Wat het beter richten van de zelfstandigenaftrek betreft, hebben we aandacht gevraagd voor het niet-bieden van een terugwentelmogelijkheid. Dat acht de staatssecretaris namelijk te gecompliceerd. Kan hij nader duiden waarom het gecompliceerder is om de zelfstandigenaftrek terug te wentelen dan bijvoorbeeld een achterwaartse verliesrekening bij een reguliere verliesrekening? Die kan immers ook teruggewenteld worden.

    Een kleine opmerking over een slepend dossier. Hoe denkt de staatssecretaris over de brief van de KNVR over de regeling tot uitbreiding van het bestaande tonnageregime? Die zat afgelopen najaar ook al in een wetsvoorstel, maar is er toen weer uitgehaald. Dat zal niet leiden tot het invlaggen van schapen, noch het verplaatsen van kantoorfaciliteiten naar Nederland. Is de staatssecretaris bereid tot overleg met deze sector?

    Wij zijn blij met het verwachte liquiditeitsvoordeel van de incidentele intensivering van de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk. Kan de staatssecretaris ten aanzien van de uitbreiding van de faciliteiten voor milieu- en energie-investeringen aangeven, wanneer hij verwacht dat VROM een bestemming heeft gevonden voor de resterende 10 mln. uit het beleidsakkoord? Hoe denkt hij dat in te vullen? Wij stelden de vraag of een belastingplichtige die voor zijn rekening en risico een immaterieel actief laat ontwikkelen, waarbij een in Nederland gevestigde derde is betrokken ter zake waarvan aan deze derde een S&O-verklaring is verstrekt, dit immaterieel actief volledig kan inbrengen in de innovatiebox. De staatssecretaris zei daarop in dit WGO terug te willen komen. We zien dat met belangstelling tegemoet. Het zal niet vaak voorkomen, maar waarom is die innovatiebox eigenlijk niet open voor de IB-ondernemers?

    Ik kom op de vergroening en mobiliteit. De prikkels hierbij moeten voldoende en sterk zijn en ze moeten niet al te ingewikkeld zijn. Ik geef toe: dat is in het autodossier wel eens een klem. Zelf heb ik wel eens moeite om te begrijpen hoe alle verschillende belastingen in het autodossier op elkaar ingrijpen en zeker op welke manier zij van jaar tot jaar veranderen. Maar goed, het gaat om de uitwerking, en ik moet de staatssecretaris complimenteren met het feit dat de verkochte auto's vorig jaar 6% schoner waren dan het jaar ervoor. Dat betekent dat in ieder geval een gedeelte van die prikkels goed aan het werk is.

    Mijn eerste opmerking gaat over E85 en staat eigenlijk diametraal tegenover de opmerkingen van de fracties van de ChristenUnie en GroenLinks. Wij zien de milieuproblemen wel, en daarom konden wij ook wel begrijpen dat er niet onmiddellijk een oplossing was. Toch zegt een aantal oliemaatschappijen dat zij wel in staat zijn om gecertificeerde E85 hier naartoe te brengen. De regering geeft aan dat het per 1 januari 2010 nog niet mogelijk is om een accijnskorting voor E85 te geven, maar de regering heeft in de brief van 3 juni 2009 die mogelijkheid wel aangekondigd. Is er met de sector overleg geweest om te kijken of het mogelijk is om die in te voeren en of er genoeg garanties zijn om dit te doen? Kan de staatssecretaris nader ingaan op de vraag in hoeverre hij mogelijkheden ziet om een accijnskorting te bieden voor E85, mits uitdrukkelijk kan worden aangetoond dat deze volstrekt duurzaam is?

    Een ander leuk spelletje: 2,6, 2,8 of 1,8?

    De heer Tang (PvdA):

    2,6 moet je hebben!

    De heer Omtzigt (CDA):

    2,6, heel goed. Dat is het goede antwoord! Wat is het percentage van de autonome vergroening? De heer Tang gaf in zijn interruptie al aan dat dit een klassiek economenprobleem is, en dat niet schatbaar is wat de autonome vergroening is en wat de vergroening die plaatsvindt door het scherper maken van de faciliteiten. De staatssecretaris geeft dat ook helder aan. Dank aan de staatssecretaris dat hij deze in 2010 op 2,6 vastlegt. Dat lijkt mij een aardig compromis, zeker nu het Centraal Planbureau dat voorstelt. Maar waarom legt hij dit telkens per jaar vast en niet gewoon voor de komende vier jaar? Wat is daarop tegen? Kunnen wij over twee jaar het autonome percentage dus wel beter schatten?

    Ik stel nog een vraag ter verduidelijking. Volgens mij komt de heer Remkes, die naast mij alle kleuren tabellen heeft klaarliggen, hierop zo terug. Kan de staatssecretaris ten aanzien van de tabellen 4 en 5 van de nota naar aanleiding van het verslag inzicht geven in de specificaties, label en nettoprijs, die zijn gehanteerd?

    Een aanvullende vraag is de volgende; ook ik heb in het weekend doorgewerkt. Hoe denkt de staatssecretaris over het voorstel van de ANWB om de indeling in labelcategorieën, de welbekende labels A tot en met G, te actualiseren door de regressiecoëfficiënten aan te passen? Met betrekking tot het nihiltarief in de mrb voor zeer zuinige auto's is mijn vraag: wat is de duur van de stimulans, en wanneer wordt de zeer zuinige auto opnieuw gestimuleerd? Wat gebeurt er na 2013 met de dieseltoeslag?

    Het antwoord op de vraag naar de Euro 6-dieselpersonenauto's was een beetje onbevredigend. Eigenlijk vindt iedereen hier dat de diesel 6-auto's meer gestimuleerd moeten worden dan de diesel 5-auto's, en dan blijkt dat gewoon een jaar later te kunnen. Mijn oproep aan de technisch immers zeer bedreven staatssecretaris is: verzin een list en zorg ervoor dat er volgend jaar meer diesel 6- dan diesel 5-auto's worden verkocht. Kijk of deze onder dezelfde stimulering kunnen worden gebracht.

    Ik plaats een opmerking over de technische correctie voor aardgasauto's. Deze kunnen niet bij de benzineauto's worden ingedeeld, omdat "het bpm-voordeel voor de aardgasauto ten opzichte van de vergelijkbare benzineauto onevenredig toeneemt indien aardgasauto's in de bpm in de schijven voor benzineauto's vallen", zo schrijft de staatssecretaris aan de Kamer. Wij zouden graag zien of deze redenering ook standhoudt als gekeken wordt naar de verhouding tot de hybride en elektrische auto's. Graag krijg ik hierop een reactie. Ook ontvang ik graag een nadere duiding van het argument dat het begunstigen van aardgasauto's de automarkt zou verstoren. Volgens ons zijn er nu zo'n 1100 auto's verkocht, oftewel drie per gemeente. Dat zal dus geen grote verstoring zijn.

    Ten slotte heb ik in het blokje over vergroening vragen over de aanpassing van de afvalstoffenheffing. Ik sluit mij aan bij de vragen van mijn collega's. Wat gebeurt er hierbij precies? De afgelopen jaren is verschrikkelijk weinig stortafval hergestort. We willen de oude stortplaatsen met zijn allen graag opruimen. We worden op allerlei manieren bestookt met signalen dat het wel werkt, dat het niet werkt of dat het te goed werkt. Ook verdwijnt stofafval nog wel eens in de verbrandingsovens of wordt het te zwaar gemaakt, omdat het zo lekker is om op die manier de zware metalen erin te mikken. Maar hoe kunnen wij ervoor zorgen dat de oude stortplaatsen opgeruimd worden? Welke concrete projecten gaan volgens de staatssecretaris gebruikmaken van deze nieuwe regeling? Er is toch een aanzienlijk budgettair beslag van 20 mln. voor beschikbaar.

    Ik ga verder met het blokje over arbeidsmarkt en inkomensbeleid. We hebben kennis genomen van het voorstel van de regering over kleine banen. De CDA-fractie heeft een- en andermaal aangegeven graag een oplossing te zien voor de administratieve rompslomp van kleine banen. Dat hebben we ook in het aanvullend beleidsakkoord afgesproken. We hebben echter de indruk dat het belastingplan voor 2010 verder gaat dan dit.

    Ten eerste zouden wij graag willen weten of is doorberekend hoeveel admistratievelastenverlichting dit precies oplevert. De staatssecretaris gaat er bijvoorbeeld straks van uit dat bij de kleine baantjes niet meer een PANA-bericht gestuurd wordt. Dan weten wij dus niet meer hoeveel SV-dagen iemand gewerkt heeft. Als wij niet weten hoeveel SV-dagen iemand gewerkt heeft, weten wij ook niet of hij arbeidsverleden heeft opgebouwd. Dan is er wel heel opzichtig voorgesorteerd op beantwoording van de vraag of er een verzekeringsplicht komt of niet. Zonder SV-dagenregistratie is er namelijk geen verzekeringsplicht. Ik vraag de staatssecretaris om een reactie.

    Net als mijn collega's zie ik de spanning tussen de opmerking van de staatssecretaris tijdens de algemene financiële beschouwingen en de beantwoording in de nota naar aanleiding van het verslag, waarin duidelijk staat dat de collega wel met een plan bezig is. Laat ik op voorhand maar duidelijk zeggen wat de positie van de CDA-fractie is. Wij zien helemaal niets in vrijwillige verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid.

    Op nog een bezwaar, dat ik nog niet heb gehoord, maar dat voor ons redelijk zwaar weegt, kwam geen duidelijk antwoord. Deze gaat over de zorgverzekeringspremie. Iedereen betaalt een inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringspremie, jong, oud, groot en klein. Ik heb in de Kamer bijvoorbeeld nog nooit het voorstel gehoord om een bepaalde categorie mensen geen AOW-premie te laten betalen, simpel genoeg omdat iedereen daardoor AOW-rechten opbouwt. Dat lijkt in dit geval wel te gebeuren. Ik heb zelf de wetsbehandeling over de ZVW-premie mogen doen. In het oude stelsel bestonden behoorlijke uitzonderingscategorieën van mensen die onder het nultarief of onder het verlaagd tarief vielen. Ik kan me heel goed herinneren wat voor slag het was om ervoor te zorgen dat iedereen onder die heffing gebracht werd. De staatssecretaris noemt als enige uitzondering die in de wet staat de scheepvaart. Maar bij de scheepvaart heeft de reder de plicht om te zorgen voor zorg, als het personeel aan boord is. Ook als het personeel aan wal is in een ander land, moet de reder betalen. Dat er sprake is van een andere verzekering, is in dat geval reden om tot een iets lagere inkomensafhankelijke bijdrage te komen. Graag vernemen wij hoe dat zit.

    Tot slot zouden wij graag willen weten hoe dit voorstel precies staat ten opzichte van het wetsvoorstel dat over de vereenvoudiging van de loonheffing gaat. Wij willen graag naar één inkomensbegrip. We zullen deze wet over een paar weken schriftelijk gaan behandelen. We willen één inkomensbegrip voor de werknemerspremie, de werkgeverspremie en alle andere premies, ook voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringspremie. Hierbij lijkt toch de eerste forse discoördinatie te gaan ontstaan. Wat is daarvan precies de bedoeling?

    De heer Bashir (SP):

    Begrijp ik het goed dat de kleinebanenregeling voor de CDA-fractie eigenlijk te ver gaat? Wil de fractie deze liever niet hebben? Dan kunnen we namelijk meteen zaken doen en kunnen we de staatssecretaris vragen om met een nota van wijziging te komen en het stukje daarover eruit te halen.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Dit is de eerste termijn van de Kamer, dus ik stel een aantal vragen aan de staatssecretaris. Die vragen zijn wat kritisch van toon. Ik houd het echter voorlopig bij die vragen, anders had ik het amendement van de heer Bashir ongetwijfeld mede ondertekend.

    De heer Bashir (SP):

    Oké. In de loop van het proces zal de heer Omtzigt dus gaan draaien en niet langer kritisch zijn over dit voorstel.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Als ik de pirouettes van de heer Bashir zie bij de afbouw van wat anderen de aanrechtsubsidie noemen en dergelijke, ben ik heel benieuwd wat hij met deze opmerking bedoelt. Hij is al meerdere keren op één onderwerp andere dingen gaan doen. Wij benutten dit wetgevingsoverleg om een aantal scherpe vragen neer te leggen over het onderdeel kleine banen.

    Voorzitter. Omdat er toch enige twijfel is over dit onderwerp, zou mijn fractie graag van de regering een inschatting vernemen van het effect van de kleinebanenregeling. Leidt deze regeling ertoe dat vooral kleine banen van scholieren en studenten worden gestimuleerd, of zullen werkgevers ook echt nieuwe mensen in dienst nemen? Als dat laatste zo is, hebben we een ander plan. In de schriftelijke vragen hebben wij gevraagd een tegenvoorstel uit te werken, namelijk premiekorting voor alle jongeren tot 23 jaar. We zien dat de ABU is gekomen met een voorstel voor premiekorting voor jongeren die langer dan drie maanden werkloos zijn. Bij zo'n regeling zien wij nog wel wat probleempjes, want drie maanden werkloos onder jongeren is lastig te definiëren. Is "werkloos" ook als je een vakantiebaantje hebt of een bijbaantje? Dat zie ik nog niet zo. Kan de staatssecretaris het voorstel voor een premiekorting voor alle jongeren tot 23 jaar uitwerken? Het centrale punt van deze regeling, namelijk dat voor jongeren met kleine baantjes er veel meer wordt afgedragen dan er aan uitkeringsrechten staat, mag wat ons betreft best op een of andere manier worden teruggesluisd, op dezelfde wijze -- daarin verschil ik van mening met mevrouw Sap -- als er voor ouderen van boven de 50 ook een afdrachtkorting is. Als een dergelijke werkloze in dienst genbomen wordt, krijgt de werkgever ook €6000 afdrachtkorting. De methodiek bestaat dus. Wij zouden die overigens graag gehandhaafd zien voor de ouderen.

    Ik kom later terug op het onderwerp van de doorwerkbonus. Dat heeft ermee te maken dat die om het OFM zit. Ik zou de tekst ook nu kunnen uitspreken, maar ik probeer in het stramien te blijven. Als ik mij goed herinner, zit in het Belastingplan namelijk alleen dat bij de levensloopregeling de doorwerkbonus niet meer van toepassing is. Dat is niet het meest controversiële, rare stukje; wij kunnen goed billijken dat die wordt afgeschaft voor mensen die die regeling als vervroegd pensioen gebruiken.

    Wat de uitbreiding van de afdrachtvermindering onderwijs betreft, hebben wij met genoegen kennisgenomen van het verwachte aantal werknemers dat wordt geschoold. Dit zijn er maar liefst 120.000. Is het budgettaire beslag daarvan voldoende? Kan de regering ten aanzien van het voorgestelde laten vervallen van de lijst met bedrijfssectoren als eis van toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs, aangeven welk budgettair beslag hiermee is gemoeid?

    De heer Remkes (VVD):

    Voorzitter. In tegenstelling tot wat ik gewoon ben, wil ik beginnen met een compliment aan de staatssecretaris. Hij is erin geslaagd om een wat mij betreft redelijk evenwichtig pakket ten aanzien van het fiscaal stimuleren van ondernemerschap op tafel te leggen. Wat goed is, moet ook worden gezegd, zo af en toe.

    Dat wil niet zeggen dat wij op enkele onderdelen geen nadere vragen hebben. Ik zal deze vragen niet opnieuw stellen, want collega's hebben deze al opgeworpen. Ik heb maar één vraag. Ik snap wel wat de staatssecretaris zegt over de handhaving van het urencriterium bij de zelfstandigenaftrek, maar misschien dat hij er ten principale toch wat nader op in kan gaan bij zijn beantwoording. Ik krijg er namelijk veel klachten over, met betrekking tot lasten en dergelijke. Ik constateer dit met collega Sap. Als het gaat om de positie van de zzp'er, wil ik mij ook bij haar aansluiten. In mijn waarneming liggen daar nog wel enkele knelpunten.

    Meer kritiek heb ik op datgene wat het kabinet doet met de zeescheepvaart. De staatssecretaris weet dit, want wij hebben een tijd geleden een uitvoerig debat gevoerd over de verbetering van de afdrachtvermindering voor de zeescheepvaart. Daar ligt nog steeds een motie, ik dacht van Kortenhorst en Roefs, of misschien van Roefs en Kortenhorst. Dit begint een vervelende discussie te worden. Het kabinet komt op dit punt niet echt met aansprekende voorstellen.

    Ik maak die opmerking tegen de achtergrond van wat in dit Belastingplan wel aan de orde is. Vanuit de sector wordt daar namelijk het volgende over gezegd. Ik noem een paar citaten: contraproductief, sector blijft op achterstand, het werkt niet en het is nodeloos ingewikkeld. Dan moet je je toch afvragen of wat nu wordt voorgesteld, zinnig is. Ik zou het op prijs stellen als de staatssecretaris de komende week zou gebruiken om nog eens met de sector om de tafel te gaan zitten om over dit punt te spreken, zodat dit soort kwalificaties mogelijkerwijs niet meer nodig zijn en de sector er ook ervan overtuigd is dat het "invlagbeleid" -- laat ik het zo maar noemen -- substantieel op de kaart wordt gezet.

    Ik kom op het thema vergroenen en mobiliteit. Het zal allemaal geweldig goed bedoeld zijn, maar er is wel een gigantisch grote kerstboom opgetuigd. Overigens gebeurt dat niet alleen nu, maar is dat het afgelopen paar jaren al gebeurd. Wij kregen aardige schema's. Ziehier een schema waarin wordt beschreven: een Volkswagen Golf 1.4 tsi 90 Kw 5d trend, de situatie 2009-2010, benzine. Ik heb hier eenzelfde soort schema dat over een dieselauto gaat. Ik kan dat eigenlijk niet meer aan mensen uitleggen. Als mensen een nieuwe auto willen kopen, gaan ze niet deze ingewikkelde schema's bestuderen maar kijken ze naar wat hij kost, de eindprijs. Dit schema met al die knoppen die erin zitten, kan ik niet meer uitleggen. Die opmerking maak ik ook tegen de achtergrond van het schema over de effecten van diesel, waar wij een de discussie over hadden in het spoeddebat. Uit dat schema blijkt, mede na de nota van wijziging van de staatssecretaris, dat de Fiat Brava in de categorie top tien diesel midden duurder wordt. Die zit dus in de gunstige categorie. Ook dat soort effecten kun je niet echt uitleggen. Van een aantal effecten die erin zitten, zou ik het op prijs stellen als de staatssecretaris precies zou kunnen uitleggen waar die uit voortvloeien.

    Een deel van de discussie wordt veroorzaakt door de ombouw van de bpm. Daar zou ik op zichzelf nog niet eens zo veel bezwaar tegen hebben; ik kan mij er iets bij voorstellen. Ik heb er echter wel bezwaar tegen in de context van de afschaffing van de bpm in 2018. Tenminste, ik ga er nog steeds van uit dat het kabinet die mening nog is toegedaan, hoewel er in de stukken twijfel wordt gezaaid. Ik heb immers verschillen aangetroffen tussen de tekst uit het Belastingplan 2009 en hetgeen er nu wordt gesteld. Op dat punt worden er slagen om de arm genomen. Dat zeg ik ook tegen de CDA-fractie, al zie ik dat de heer Omtzigt inmiddels op het bankje achter mij plaats heeft genomen. De CDA-fractie maakte daar vorig jaar namelijk nog een groot punt van. Wordt daar in de inbreng nu ook nog een punt van gemaakt? Ik heb de heer Omtzigt daar nu niet over gehoord. Ik wil voorkomen -- en daar help ik een beetje bij, want dat is in zijn algemeenheid mijn instelling -- dat de CDA-fractie moet instemmen met een wetsvoorstel over kilometerbeprijzing terwijl deze zaak nog in de lucht blijft hangen. Aangezien mij op het netvlies staat dat wij in politieke zin zwaar hechten aan dit punt, zou ik de heer Omtzigt willen uitnodigen om met mij een amendement in te dienen op het Belastingplan, zodat die onduidelijkheid niet boven de markt blijft zweven.

    Mij is het afgelopen jaar uit berichten uit de samenleving duidelijk geworden dat burgers, als ze weer een hogere aanslag voor de motorrijtuigenbelasting krijgen, niet in de gaten hebben dat die één onderdeel vormt van het totale systeem. Ze vragen zich af waarom de motorrijtuigenbelasting telkens omhooggaat. Het is nodig dat de staatssecretaris als de aanslag wordt opgelegd, nog eens precies uitlegt waar die uit voortvloeit. Dat mag onder het motto "Vanuit vermeende milieu-effecten vond de coalitie het nodig … Was getekend, Jan Kees de Jager". In elk geval moet linksom of rechtsom de reden van de verhoging aan de belastingbetalers worden duidelijk gemaakt.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Betekent dit dat de VVD-fractie een voorstander is geworden van de kilometerheffing?

    De heer Remkes (VVD):

    Nee, ik heb het over de verhoging van de motorrijtuigenbelasting. De VVD-fractie is geen voorstander van kilometerheffing; dat weet de heer Omtzigt heel goed. Tegen die achtergrond ben ik ook geen voorstander van de afschaffing van de bpm. Als het echter toch gebeurt, moet de overheid de verwachtingen waarmaken, uit oogpunt van totale fiscale behandeling van de auto. Dan moet de bpm eraf en de motorrijtuigenbelasting ook.

    De heer Van der Vlies heeft vragen gesteld over de evenredigheidsbenadering bij de bijtelling. Ik wil mij daar van harte bij aansluiten. De heer Van der Vlies gaf een paar voorbeelden. Ook ik krijg het aan mensen niet uitgelegd waarom het nu precies op deze manier gaat, zeker bij het milieubeleid. Het is niet logisch en het is dus slecht voor het draagvlak.

    Wat betreft E85 en de diesel 6 sluit ik me aan bij de opmerkingen van collega Omtzigt.

    Dan de fiscale behandeling van de stortplaatsen. Ik snap niet precies hoe het werkt en mij is ook niet precies duidelijk hoe de financiële effecten in elkaar zitten. Ik heb hier wel een brief van de VNG, waarin een aantal kwalificaties aan dit voorstel wordt toegedicht: "De eventuele voorstellen om bij de huidige tariefstelling afval te herstorten, staan volkomen buiten de realiteit". Dat zijn zware verwijten. Ik was er steeds van uitgegaan dat de staatssecretaris een serieuze poging deed om de oude stortplaatsen aan te pakken en dat fiscaal te faciliteren. Zo was het bij mij in eerste instantie ook overgekomen; dat zeg ik er eerlijkheidshalve bij. Zowel uit de sector als uit bestuurlijke kring wordt mij nu duidelijk dat er in ieder geval in de praktijk grote vraagtekens worden gezet bij de effectiviteit. Ik vind dat een zwaar punt en de staatssecretaris zou dit in zijn eerste termijn moeten weerleggen.

    Mijn volgende punt betreft de arbeidsmarkt en het inkomensbeleid. Ik ben niet zo van de puntenwolken. Ik vond de overzichten prachtig, maar individuen herkennen zich daar natuurlijk totaal niet in. Ik wil daar dus geen opmerkingen over maken, maar wel over de kleinebanenregeling. Ik heb met belangstelling de brief van de FNV gelezen.

    Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Ik vind het voorstel sympathiek ogen, althans qua achterliggende bedoelingen. Zo heb ik het voorstel ook gelezen. Bij de effecten in de praktijk kun je echter wel vraagtekens plaatsen. Ik krijg daar in de schriftelijke beantwoording van de staatssecretaris niet echt een overtuigend antwoord op. Als het er inderdaad toe zou leiden dat banen grootscheeps worden opgeknipt, of dat er banen ontstaan voor met name scholieren en studenten, vraag ik me af of je, gegeven de achterliggende problematiek van een dreigende jeugdwerkloosheid, het probleem langs deze weg voldoende tackelt. Dit opgeteld bij een aantal vragen die zich laten stellen, zoals collega Omtzigt dat ook heeft gedaan, maakt mij zeer benieuwd naar het antwoord van de staatssecretaris.

    De voorzitter:

    Iedereen heeft nu een tweede blok gesproken. Ik stel voor dat wij schorsen voor de lunch.

    De vergadering wordt van 12.30 uur tot 13.15 uur geschorst.

    3. Hoofdstukken 5 t/m 8 Belastingplan 2010 (32128) + nota fiscaal boete- en strafrecht

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    Voorzitter. Dit blokje zal bij mij kort zijn. Wij zijn positief over de maatregelen die het kabinet neemt in het kader van het btw-tarief in en om het huis. Het is heel goed dat schilderen en stukadoren voor huizen ouder dan twee jaar nu naar het 6%-tarief gaat en het lage btw-tarief op schoonmaakwerkzaamheden is een oude wens van de fractie van GroenLinks. Mijn complimenten op dat punt aan de staatssecretaris.

    Wij vragen ons wel af of het verlagen van het btw-tarief voor tuktuks, motor- en fietstaxi's nu wel zo'n gelukkige maatregel is. In ieder geval tuktuks en ook bepaalde motoren zijn namelijk vaak niet altijd even zuinig. Op dat punt wil ik graag een toelichting van de staatssecretaris. Iedereen die wel eens door een stad fietst waar dit soort dingen wordt gebruikt en daarachter stil komt te staan, weet wat ik bedoel.

    Wij hebben ook nog een aantal vragen over de integratieheffing. Deze maatregel kan de woningcorporaties stevig treffen. De vrijstelling die de woningbouwcorporaties nu nog genieten voor nieuwbouwprojecten waarvoor gesloopt wordt, waarna op die grond nieuwe woningen worden neergezet, zullen ze verliezen. Daardoor zullen ze 100 mln. meer aan lasten voor hun kiezen krijgen. Daardoor zullen herstructureringsprojecten in grote steden onder grote druk komen te staan. Dit is belangrijk, omdat de nieuwbouw toch al niet goed loopt en omdat wij juist de nieuwbouw in tijden van crisis hard nodig hebben als werkgelegenheidsmaatregel. De fractie van GroenLinks is dus niet blij met deze integratieheffing. Wij vragen ons af of de hint van de Europese Commissie voldoende door de staatssecretaris is benut. Het is best lastig om de brief van de Europese Commissie daarover goed te begrijpen, omdat er veel techniek achter zit. Ik begrijp uit deze brief dat de constructie zoals wij die in Nederland kennen -- de "ja, mits"-constructie: je moet btw betalen tenzij je door Financiën uitgezonderd bent -- niet is toegestaan. In de brief staat ook dat een andere constructie, zeg maar de "nee, tenzij"-weg, wel is toegestaan. Die houdt in dat je zegt: in principe ben je vrijgesteld van deze vorm van btw, tenzij je op een lijstje staat van instellingen die verdacht zijn en waarvan wij ook denken dat zij dit vooral gebruiken om btw-voordeel op te lopen, waarna deze instellingen op een lijst terechtkomen en ze die btw wel moet betalen. Graag hoor ik van de staatssecretaris of de "nee, tenzij"-route wel een route zou kunnen zijn. Het zou ons wel wat waard zijn als wij woningcorporaties in deze tijd niet met een extra lastenverzwaring van 100 mln. raken.

    De heer Tony van Dijck (PVV):

    Voorzitter. Blok 3 van het Belastingplan. Ik ga allereerst in op de maatregelen in en om het huis. Wat de PVV betreft, is dit een goede maatregel. Maar het is een druppel op een gloeiende plaat. Met dit soort maatregelen bestrijd je geen crisis. Dit speelt de Poolse zzp'ers in de kaart. Wat zouden de kosten zijn om deze maatregel door te voeren voor de hele bouwsector, bij woningen ouder dan twee jaar? Waarom kiest de staatssecretaris alleen voor de bestaande bouw en niet voor nieuwbouw?

    Het btw-tarief op schoonmaakwerkzaamheden is een symboolmaatregel. De huishoudelijke verzorging is al belast tegen het lage btw-tarief. Nu is het kabinet druk doende om de huishoudelijke zorg te versoberen en te vervangen door schoonmakers in plaats van echte verzorgers. De PVV vindt dat dit probleem dient te worden opgelost en niet dat schoonmaak en verzorging nu gelijk worden getrokken.

    De dubbele hypotheekrenteaftrek na tijdelijke verhuur betreft een effectieve maatregel om mensen te ondersteunen die met twee woningen in hun maag zitten. De PVV vraagt zich af waarom dergelijke regelingen niet eerder zijn getroffen en of de regeling niet te ingewikkeld is. Waarom worden zo veel eisen gesteld aan deze regeling? De woning moet bijvoorbeeld eerst te koop staan, dan leegstaan, vervolgens verhuurd worden en voorts leegstaan, waarna de woning uiteindelijk wordt verkocht. Het kan toch ook voorkomen dat de woning uit nood gemeubileerd wordt verhuurd?

    Waarom kiest de staatssecretaris er niet voor om de hypotheekrenteaftrek gewoon door te laten lopen totdat de woning wordt verkocht? Tot die tijd kan de woning dan worden verhuurd, waarbij de huurpenningen in box 1 worden belast en de huurder bescherming geniet tot het moment van verkoop. Is dit niet veel gemakkelijker te controleren en uit te voeren? Wat gebeurt er als men niet de bestaande, maar de nieuw aangekochte woning verhuurt?

    Ik kom op de monumentenvrijstelling. Het in stand houden van het cultureel erfgoed is een nobel streven. Wel vragen wij ons af waarom de vervangende subsidieregeling niet meer voor natuurlijke personen geldt. Waarom wordt dit onderscheid gemaakt en is het niet wenselijk dat particulieren de zorg voor een monument op zich nemen? Om speculatie te voorkomen, door particulieren of projectontwikkelaars, kan aan de overdrachtsbelastingvrijstelling een renovatieplicht en tijdelijk doorverkoopverbod worden gekoppeld. Waarom is daarvoor niet gekozen?

    Dan de woningbouwcorporaties. Deze zijn ervoor om zorg te dragen voor betaalbare socialehuurwoningen. In de afgelopen jaren zijn de corporaties al belast met vennootschapsbelasting en dienen zij gelden te doneren voor het fonds van de Vogelaarwijken. De PVV vindt dat de staatssecretaris zich verschuilt achter het feit dat de EU niet meer toestaat dat deze regeling voor hen geldt. Het levert de schatkist 37 mln. op. Kan de staatssecretaris aangeven of deze maatregel is bedoeld voor het genereren van extra belastinggeld? Zo nee, is het dan mogelijk om woningcorporaties, ziekenhuizen en verzorgingshuizen te compenseren via bijvoorbeeld het BTW-compensatiefonds, zodat dergelijke instanties kunnen blijven investeren in goede zorg en huisvesting? Wat betekent het intrekken van mededeling 26 voor de huurprijzen in de socialewoningbouw? Hoe ziet de overgangsregeling, zoals door de staatssecretaris is aangekondigd, eruit? Waarom kiest men er niet gewoon voor om de integratieheffing volledig te laten vervallen? Als bestrijding van de kredietcrisis zou het goed zijn om de onroerendgoedsector te verlichten van deze integratieheffing.

    Tot slot: de PVV juicht het toe dat de erfbelastingschuld in box 3 in mindering kan worden gebracht, maar het gaat ons niet ver genoeg. De PVV meent dat alle belastingschulden als schuld in box 3 mogelijk moeten zijn. Wat zijn de budgettaire gevolgen als de staatssecretaris zou besluiten om alle belastingschulden in box 3 te kunnen verantwoorden?

    De heer Van der Vlies (SGP):

    Voorzitter. Mijn fractie heeft dit blokje bekeken. Over het geheel genomen stemt zij in met de daarin voorgestelde maatregelen. Ik noem in het bijzonder even de activiteiten die onder het lage btw-tarief vallen. Verder heb ik geen nieuwe vragen.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Voorzitter. Wij hebben wel een aantal vragen, hoewel mijn bijdrage iets minder lang zal zijn dan bij het tweede blokje. Ik begin met de herleving van de dubbele hypotheekrenteaftrek na tijdelijke verhuur. Ik dank voor de toezegging van de staatssecretaris, dat ook huurperiodes die zijn aangevangen voor 1 januari 2010 onder bepaalde voorwaarden onder de regeling kunnen worden gebracht. Ik vraag de staatssecretaris welke voorwaarden in de aangekondigde ministeriële regeling worden vastgelegd.

    Het hoofdpunt van de inbreng in dit blok is voor mijn fractie de notitie Fiscaal boete- en strafrecht en de verhoging van de verzuimboete bij niet nakoming van de aangifteplicht. Wij vragen ons af wat de volgende opmerking in de notitie betekent: "Dit kan zelfs betekenen dat op termijn het kwaliteitsvereiste in het fiscale boeterecht komt te vervallen." De staatssecretaris reageert hierop met de stelling dat het in de toekomst denkbaar is dat ook de doenpleger en de uitlokker een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Op welke wijze denkt de staatssecretaris een dergelijke wetswijziging, mocht hij dit wenselijk achten, aan de Kamer kenbaar te maken?

    De verhoging van de verzuimboete bij niet nakoming van de aangifteplicht vinden wij buitengewoon scherp. Ik verwijs kortheidshalve maar naar de heldere positie van de NOB. Men zal zeggen dat te laat aangifte doen je eigen fout is. Ik heb ook contacten gehad met mensen van ouderenbonden en dergelijke, die mij verzekeren dat er mensen zijn die door onhandigheid, vergeetachtigheid, Alzheimer van het hebben van een of twee kleine pensioentjes geen aangifte doen. Het lijkt -- en daarom vraag ik de staatssecretaris om een reactie -- dat als je dat in 2010 voor het eerst doet, je dat standaard op een boete van €984 komt te staan.

    Wij begrijpen heel goed dat er behoefte is aan een verzuimboete, maar bij kleine inkomens vragen wij ons toch af of de opgelegde boete proportioneel is.

    Hoe wordt dit in de praktijk uitgewerkt? Verzuimboetes worden vaak automatisch opgelegd. De inspecteur zal het dus niet ambtshalve een keertje door de vingers zien. Aangezien de verzuimboete tot vorig jaar nog op nihil stond en dit jaar na vermindering met 80% €227 bedraagt, zouden wij graag willen weten wat de ervaringen met deze boete zijn. Wij hebben er een beetje moeite mee dat de opbrengst wordt geraamd op ongeveer €5 mln. Overigens betekent 5 mln. dat deze boete maar 5000 keer geïnd wordt. Er zouden dus ook andere mogelijkheden moeten zijn om dit gedragseffect te krijgen.

    Wij wensen een nadere onderbouwing van deze maatregel. De kern van onze vraag is of er geen andere mogelijkheid is om de notoire niet-betalers, die hiermee geraakt mogen worden, te onderscheiden van de mensen die onhandig of vergeetachtig zijn of niet begrijpen dat ze met twee pensioentjes een aangifteplicht hebben. Graag zou ik een uitgebreide reactie op dit punt ontvangen. Wij zullen hierop in de tweede termijn zeker terugkomen.

    Met betrekking tot het aanpassen reikwijdte integratieheffing sluit ik me aan bij de voorgaande sprekers. Er liggen een aantal suggesties. Ik wil de suggestie van Aedes aan de regering voorleggen. Is het niet mogelijk om aan die uitzonderingsbepaling tegemoet te komen door aan artikel 3, lid 3 letter b van de Wet OB 1968 de zinsnede toe te voegen: "een en ander voor zover met deze prestaties winst wordt beoogd"? Graag ontvang ik daarop een reactie.

    De discussie lijkt heel technisch, maar voor mijn fractie is het van groot belang dat de discussie over de manier waarop het probleem van de integratieheffing wordt opgelost, er niet toe leidt dat er jarenlang geen nieuwe gebouwen op eigen grond gebouwd worden door bijvoorbeeld zorginstellingen of woningbouwcorporaties die binnenstedelijk aan het herstructureren zijn of een ziekenhuis opnieuw aan het bouwen zijn. Dat zou in deze economische crisis een volstrekt verkeerd signaal zijn. Wij zijn blij dat de staatssecretaris de komende jaren budgettair niets uit de maatregel wil halen, maar door niet aan te kondigen wat het overgangsrecht is, kunnen bouwprojecten de facto worden geblokkeerd terwijl niemand dat wenselijk acht.

    Ik weet niet precies wanneer ik de verlaging van het btw-tarief op de digitale informatiedragers moet bespreken. Dit is geweldig, net zoals het geld voor de tuktuks. Ik heb gezien dat deze vanaf vandaag niet meer in Utrecht rijden, dus misschien kunnen wij dat miljoen nog voor iets anders bestemmen.

    Ik heb in mijn inleiding besproken dat er een nieuwe btw-maatregel voor CAM-artsen is. Ik zou graag iets willen weten over de uitvoerbaarheid van deze maatregel. Voor 1 januari moet er immers een operationeel register zijn. Ik begrijp dat het in België wat moeilijker is. Dat hoorde ik van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. In alle redelijkheid lijkt het mij vrij moeilijk om een register en operationeel tuchtrecht te hebben voor al deze categorieën artsen, zoals osteopaten, etc. Voldoen de huidige registers daaraan? Valt er niet op 1 januari een gat? Eerlijk gezegd moet ik deze maatregel nog even terugnemen naar de fractie om deze te raadplegen of de maatregel precies de vorm heeft die wij wenselijk achten. Dit heeft ermee te maken dat ik daar dit weekend niet aan toe ben gekomen.

    Bij de uitbreiding van het banksparen hebben we gevraagd hoe het kabinet denkt over het opnemen van een begunstigingsclausule bij bankspaarproducten. Het kabinet is van mening dat een begunstigingsclausule niet samengaat met een bankspaarproduct, voor zover onder begunstigingsclausule wordt verstaan een clausule die een beperking stelt aan de kring van personen die na het overlijden van de houder van SEW of BEW kan beschikken over het tegoed. Het bankspaarproduct zou daarmee immers alsnog het karakter van een verzekering krijgen?

    Kan de staatssecretaris aangeven waarom hij van mening is dat een verzekeringsproduct wordt gekenmerkt door het kunnen benoemen van een begunstiging? Gaat het niet om het element van onzekerheid of een voor- of nadeel voor de verzekeraar of begunstigde aanwezig is? Hierbij hoeft de kring van begunstigden niet beperkt te worden, omdat je kunt aangeven dat het wettelijk erfrecht gevolgd wordt. Gaarne hoor ik hierop een reactie.

    Voorzitter. Op zaken als accijnzen op historische vliegtuigen, ouderschapsverlofkorting en de motie-Omtzigt/Tang over de DigiD zullen wij terugkomen bij het onderdeel "wat verder ter tafel komt".

    De heer Remkes (VVD):

    Voorzitter. Ik ben ervoor dat de belastingwetgever meegaat met de maatschappelijke ontwikkelingen en ik ben dus ook voor het onderbrengen in het lage btw-tarief van tuk-tuks, motor- en fietstaxi's. Als daarop een milieuanalyse wordt losgelaten, zal men zien dat dit een milieuvriendelijke maatregel is. Hetzelfde geldt natuurlijk voor digitale informatiedragers.

    Ik kom vervolgens bij de herijking van het boetebeleid en dan met name de verzuimboetes. Kan de staatssecretaris mij duidelijk maken - hij doet dit namelijk totaal niet in de stukken - welk probleem hier eigenlijk moet worden opgelost? Om welke aantallen gaat het? Met collega Omtzigt vind ik het niet acceptabel, zeker ook gelet op de groeperingen die hij noemt, dat deze boete in één keer op een kleine €1000 wordt gebracht. Wat mij betreft gaat dit verhaal er dus uit. Dit is typisch een voorbeeld van iets wat niet in het Belastingplan had hoeven te zitten. Tijdens de vorige discussie over boetes heeft de staatssecretaris toegezegd dat hij er in breder verband op terugkomt. Dat heeft geleid tot de notitie "boetebeleid". Hulde daarvoor, maar dit had niet per se een onderdeel van het Belastingplan hoeven te zijn. Ik vind dit een onderwerp waarbij je in alle zorgvuldigheid stil moet staan.

    Dan de maatregelen in en om het huis. Een verlaagd btw-tarief voor schilderen en stukadoren is prima. Daar is de VVD-fractie het ook mee eens, maar wij hadden eigenlijk een veel fundamentelere aanpak op prijs gesteld. De staatssecretaris schrijft dat het kabinet ook heeft overwogen om alle renovatie en verbouwwerkzaamheden in z'n totaliteit onder het verlaagde btw-tarief te brengen. Daar dringt Bouwend Nederland ook zeer op aan en de bouwsector is een van de belangrijkste motoren van onze economie. Ik zou het zeer op prijs stellen als de staatssecretaris er nog eens nader op wil ingaan waarom van deze maatregel is afgezien. Als gevolg van de discussie in de Kamer valt isolatieglas niet onder het verlaagde btw-tarief en isolatiemateriaal wel. Ik hoor uit de praktijk erg veel klachten over de uitvoerbaarheid van deze maatregel omdat mensen dat natuurlijk vaak niet van elkaar scheiden. Het wordt in z'n totaliteit uitgevoerd en het is zo langzamerhand wel redelijk ondoorzichtig geworden wat wel en niet onder het verlaagde btw-tarief valt en hoe je de nota's moet opstellen. Misschien kan de staatssecretaris daarover ook een aantal verhelderende opmerkingen maken?

    De staatssecretaris geeft aan dat de integratieheffing met name voor de corporatiesector zal leiden tot prijseffecten en dit kun je zelf ook wel betrekkelijk simpel nagaan. Dat zal dus ook effecten hebben op de bouw door corporaties, terwijl de bouw op dit moment een van de grote zorgenkinderen is. Dat gaf ik bij het vorige onderwerp in feite al aan. Ik heb daarover ook wat documenten bestudeerd en mijn vraag aan de staatssecretaris is: vloeit dat nu echt dwingend voort uit Europese regelgeving en zou er linksom of rechtsom niet een mouw aan gepast kunnen worden? Ik heb straks ook nog een paar andere opmerkingen over de corporatiesector.

    Dan de uitbreiding van het banksparen. Ik ben op zich ingenomen met de uitvoering van de motie, maar daarin stond vorig jaar als voorbeeld een andere categorie. Dat betekent niet dat die andere uitbreidingen niet goed zijn, maar die motie was met name toegespitst op de lijfrenteopbouw ten behoeve van gehandicapte kinderen.

    De staatssecretaris heeft een argumentatie in de sfeer van het verzekeringswezen om dat niet te doen. Ik sta altijd open voor rationele argumenten, maar ik ben er nog niet van overtuigd dat die redenering van de staatssecretaris in volle omvang een afdoende argument is om dit voor gehandicapte kinderen niet mogelijk te maken.

    Dan kom ik op het punt van de heffingsrente. Net als collega Van Dijck vind ik dit een belangrijke stap. Net als hij vind ik dat alle belastingschulden en -vorderingen in box 3 gelijk moeten worden behandeld. Ik heb destijds al aangegeven -- en ik heb er volgens mij zelfs ooit een amendement over ingediend -- dat de successierechten wel het meest knellen, maar ik vind dat die andere zaken niet achter de horizon mogen verdwijnen. In mijn inbreng heb ik ook gerefereerd aan een recente uitspraak van de Hoge Raad dat extra heffingsrente niet meer hoeft te worden betaald indien de aanslag langer dan drie maanden uitblijft. De staatssecretaris zegt in een reactie daarop vooralsnog geen wettelijke aanpassingen te doen. Mag ik er dan vanuit gaan dat de staatssecretaris die termijn van drie maanden strikt handhaaft? Daaruit is het probleem kennelijk voortgevloeid. Ik wil daarover duidelijkheid.

    Dan spreek ik nog over wat overige onderwerpen. In de schriftelijke ronde heb ik de vraag gesteld hoe de vpb-plicht voor corporaties uitwerkt, ook aan de hand van de geruchten. Ik begrijp op zichzelf het antwoord van de staatssecretaris dat daarvan nog geen compleet beeld kan worden gegeven, omdat het belastingjaar 2008 met alle afspraken die daarover gemaakt zijn dat nog onmogelijk maakt. De staatssecretaris zegt echter: "mij hebben nog geen signalen bereikt dat de heffing van vennootschapsbelasting leidt tot onoverkomelijke knelpunten bij corporaties." Ik heb dit nu opgebracht gegeven de problemen in de bouwsector. Ik voeg eraan toe dat vanuit het Centraal Fonds Volkshuisvesting, maar ook van zijn collega Van der Laan, natuurlijk vrij recent wel degelijk een aantal signalen is gekomen dat hierbij problemen kunnen ontstaan. Dat is ook logisch, want de corporaties hebben een belangrijke maatschappelijke opdracht. Dat vindt het kabinet en dat vind ik. Dan is het linksom of rechtsom. Als de investeringscapaciteit als gevolg van de heffing van vennootschapsbelasting zodanig terugloopt dat een aantal zaken dat maatschappelijk wel zou moeten gebeuren, niet meer gebeurt, dan ligt er natuurlijk wel degelijk een probleem. Ik ben benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris, maar ik kan hem een aantal recente voorbeelden geven waaruit de problematiek klip-en-klaar duidelijk wordt.

    Dan kom ik op het punt van de btw-vrijstelling voor medische beroepen en het BIG-register. Dat is op de valreep tot ons gekomen. Mijn eerste indruk is dat de zaak op een fatsoenlijke wijze wordt geregeld, ook in lijn met de wijze waarop de Kamer erover in vorige gelegenheden breed, misschien zelfs unaniem, heeft gesproken. Het zal echter duidelijk zijn dat de dekking mij niet aanstaat. Er wordt weer gegrepen naar het heel gemakkelijke instrument van de verhoging van de accijns op sigaretten. Misschien kan de staatssecretaris daarop een nadere toelichting geven. De vorige keer, toen de maatregel eruit gelicht moest worden, werd gegrepen naar het heel gemakkelijke instrument van de accijns op wijn, maar dat was toen een maatregel van de Kamer.

    Staatssecretaris De Jager:

    Dat was niet slechter, hoor.

    De heer Remkes (VVD):

    Dat is een kwestie van persoonlijke appreciatie van de staatssecretaris. Ik weet niet of die wijsheid in elk medisch opzicht wel zo wijs is als nu even door de staatssecretaris wordt aangegeven, maar dat terzijde gelaten: kan de staatssecretaris daarop misschien een toelichting geven?

    Volgens mij is daar nu twee keer voor betaald. De wijnaccijns is een keer omhoog gegaan en die verhoging is nooit teruggedraaid, en nu wordt er gegrepen naar de sigarettenaccijns. Ik wil daar echt klip en klaar duidelijkheid over, maar volgens mij is de rekening nu dubbel betaald. Ik zou het ook op prijs stellen als de staatssecretaris nog eens even zou willen ingaan op de onbedoelde effecten. Dat is politiek heel gemakkelijk, maar de onbedoelde effecten liggen in het verder oprukken van de illegaliteit. Dat geldt met name voor sigaretten uit Oost-Europa. Die smokkel heeft inmiddels een zeer aanzienlijke omvang aangenomen, niet alleen in Duitsland, maar ook hier in Nederland. Dat soort effecten blijft nu buiten beeld, maar ik vind dat die wel degelijk moeten worden betrokken bij de overwegingen.

    De laatste tijd zijn meerdere uitspraken gedaan over bestelauto's en de criteria waar bestelauto's aan moeten voldoen om te kwalificeren voor bpm-vrijstelling. Dat lossen wij nu hier niet op, maar ik zou het op prijs stellen als de staatssecretaris in een brief aan de Kamer binnenkort zou willen ingaan op een aantal van die gerechtelijke uitspraken. Ook daar doen zich naar mijn mening ongerijmdheden voor. Als ik 's ochtends voor de spiegel sta en me afvraag of ik dat voor een zaal met 500 mensen kan uitleggen, dan kan ik die vraag nog niet positief beantwoorden.

    Ten slotte bereikt mij net uit andere bron -- het komt uit de Antillen en ik snap ook wel waarom het hier op tafel komt te liggen -- de krantenkop: Nederland is het 15de belastingparadijs. De Antillen kwalificeren voor de 38ste plaats. Op nummer één staan de Verenigde Staten, twee is Luxemburg en drie is Zwitserland, vier de Kaaimaneilanden. Dat komt mij dan weer bekend voor. Vijf is Londen. Nederland komt op de 15de plaats. Ik zal de staatssecretaris het persbericht aanreiken. Misschien kan hij in zijn reactie deze wijsheden weerleggen.

    De voorzitter:

    Dan is het woord aan de heer Bashir.

    De heer Bashir (SP):

    Voorzitter. Woningcorporaties zijn straks niet meer vrijgesteld van de integratieheffing. Wat is de integratieheffing? Als je op je eigen grond een woning laat bouwen, kun je ervoor kiezen om de btw achterwege te laten. Als je de keuze hebt, zul je het natuurlijk ook doen. De staatssecretaris heeft gezegd dat hij dit doet omdat het van de EU moet, maar ik heb het idee dat hij het doet, omdat het hem nu even financieel goed uitkomt. Ik heb namelijk begrepen dat de Europese wetgeving -- mevrouw Sap wees er net ook al op -- de vrijstelling weliswaar niet goed vindt, maar er niets op tegen heeft dat je het omdraait en aangeeft welke sectoren verplicht zijn, de integratieheffing te betalen. Dan kun je er via een list alsnog voor kiezen om bepaalde sectoren uit te sluiten. Dat is heel ingewikkeld, maar het zou dus wel kunnen. Ik vraag de staatssecretaris dan ook om hierop in te gaan. Als de integratieheffing namelijk bovenop de eerdere lastenverzwaring voor de woningcorporaties komt, zal dat gevolgen hebben voor de bouw van sociale huurwoningen, die nu al fors is teruggelopen. Uit het Sectorbeeld voornemens woningcorporaties 2009 van het Centraal Fonds Volkshuisvesting blijk dat het aantal goedkope huurwoningen met 14% is gedaald. Daarnaast zullen de corporaties ook niet snel meer investeren in de leefbaarheid van de wijk als zij nog eens extra lasten opgelegd krijgen. Ze zullen wat soberder gaan bouwen om geld te besparen. Concreet moet je dan denken aan flats zonder liften, wijken zonder sporthallen of zonder bibliotheek en zo. Dat heb ik mij laten vertellen.

    De heer Remkes (VVD):

    Een flat zonder lift zal een corporatie die zichzelf een beetje respecteert niet bouwen.

    De heer Bashir (SP):

    Ik heb dat uit mijn gesprekken met de sector begrepen. Beseft de staatssecretaris de mogelijke implicaties?

    Zoals bekend, wil de SP de hypotheekrenteaftrek graag beperken. Wij willen deze aftoppen op €350.000, te beginnen vanaf 1 mln., en wij willen iedereen 42% aftrek laten hebben. Wij willen dit in de loop van de tijd afbouwen. Hoe wij dat precies willen doen, is nu even niet van belang. Ik wil het nu hebben over de fiscale maatregelen die ervoor zorgen dat mensen veel schulden hebben. In het huidige systeem heb je met een aflossingsvrije hypotheek de laagste maandlasten. Kies je voor het maximale fiscale voordeel, dan ga je automatisch af op een spaarhypotheek. Eigenlijk is de overheid dus bezig om mensen te stimuleren om zo veel mogelijk schulden te hebben en niet af te lossen, en om hiervan fiscaal maximaal te genieten. Mijn voorstel is dan ook om te kijken of wij dit ook op een andere manier zouden kunnen oplossen. Als je op deze manier zou doorgaan, zorg je ervoor dat mensen na 30 jaar -- dat is de termijn dat je mag aftrekken -- opeens met heel hoge lasten te maken krijgen, want dan hebben zij geen hypotheekrenteaftrek meer. Dan is het afgelopen. Heel veel mensen beseffen dat niet. Zij maken maximaal gebruik van de fiscale mogelijkheden, met als gevolg dat zij na 30 jaar grote problemen hebben. Zij hebben dan nog steeds een huis met een hoge hypotheek erop, en zijn eigenlijk niet verder gekomen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook of hij bereid is om te onderzoeken of het mogelijk is, op welke manier dan ook, om het aflossen van de hypotheekschuld ook fiscaal te stimuleren. Je zou een systeem kunnen bedenken waarmee je een gedeelte van het aflossingsbedrag fiscaal aftrekbaar maakt. Ook zou je eraan kunnen denken om mensen te verplichten dat zij per jaar een gedeelte van hun hypotheek aflossen. Het gevolg is dat de overheid op de lange termijn meer belastingopbrengsten heeft. Tegelijkertijd zorg je ervoor dat mensen minder rentelasten hebben en op termijn ook een stukje spaargeld in de vorm van hun huis.

    Wat betreft de herijking van het boetebeleid kan mijn fractie zich vinden in de voorgestelde verhogingen als het gaat om het niet betalen van aanslagen, aan de ene kant omdat de boetes niet geïndexeerd zijn en aan de andere kant omdat blijkt dat bedrijven steeds later betalen. Bedrijven stellen uit en gaan pas betalen op het moment dat zij een aanmaning krijgen. Uit de nota naar aanleiding van het verslag blijkt al dat vennootschappen relatief laat betalen, herinneringen opzij leggen en aanmaningen en dwangbevelen nodig hebben om tot betaling over te gaan. De boete bij verzuim is nu €2460 en dat is voor grote bedrijven eigenlijk niet zo veel geld. Voor een heel groot bedrijf dat een heel hoge aanslag van de Belastingdienst heeft gekregen kan het, zo kan ik me voorstellen, in sommige gevallen voordeliger zijn om de gelden niet aan de Belastingdienst over te maken maar op de bank te laten staan en er rente over te krijgen. Dan zou de rente een groter bedrag kunnen zijn dan de boete die zij moeten betalen. Dit is natuurlijk een andere discussie dan het punt dat de heren Omtzigt en Remkes zonet naar voren brachten, namelijk dat van de particulieren die opeens heel hoge boetes zouden kunnen krijgen. Daarom vraag ik de staatssecretaris of hij bereid is om de verzuimboetes van vennootschappen en particulieren relatief te maken ten opzichte van de bedragen die zij moeten betalen.

    Overigens begrijpen wij niet waarom deze boetes jarenlang niet zijn geïndexeerd aan de inflatie. Sinds 1998 worden deze niet meer geïndexeerd. De staatssecretaris zegt dat hij dit niet gepast vindt. Mijn fractie wil graag weten waarom dit niet gepast is. Deze vraag hebben wij ook al gesteld in de schriftelijke voorbereiding, maar hij is onbeantwoord gebleven. Overigens willen wij ook weten of indexatie plaatsvindt als het om andere belastingwetten gaat.

    Van enkele bepalingen vervalt de strafrechtelijke handhaving. Deze feiten worden door het Openbaar Ministerie vaak als te licht beoordeeld.

    Kan de staatssecretaris aangeven voor welke feiten de strafrechtelijke handhaving precies verdwijnt? Hij kan dit eventueel ook per brief duidelijk maken. Mijn fractie waardeert het dat de staatssecretaris heeft gezegd dat belastingfraude in principe blijvend strafrechtelijk kan worden aangepakt. Het zou beter zijn als wij voor de duidelijkheid een overzicht krijgen van wat precies verdwijnt en wat blijft.

    Vanochtend hebben wij, acht minuten voor aanvang van het debat, van de staatssecretaris een brief gekregen, waarin hij ervan melding maakt dat hij tipgeld zal geven aan iemand die bij de Belastingdienst aangifte doet van mensen die grote hoeveelheden geld in het buitenland hebben. Op zich ben ik er erg blij mee dat de staatssecretaris zo daadkrachtig optreedt bij de aanpak van zwart sparen. Ik ben er ook blij mee dat de staatssecretaris op deze nieuwe manier druk gaat zetten op zwartspaarders, zodat zij niemand meer kunnen vertrouwen. Zij kunnen straks niet meer hun fiscaal adviseur vertrouwen, net zo min als hun bankier. Iedereen kan ze bij de Belastingdienst aangeven. Ze worden ook nog eens beloond. Ik vind dat heel goed. Zwartspaarders zijn niets anders dan dieven, die van ons allen proberen te profiteren. Wat zij niet afdragen aan belastingen, moeten wij met zijn allen afdragen.

    De staatssecretaris heeft in een eerder debat aan mij beloofd om een meldingsplicht voor adviseurs in te stellen. Op het moment dat adviseurs te weten komen dat er sprake is van zwart geld, zou de adviseur bij de politie, de Belastingdienst of het Openbaar Ministerie moeten melden dat er sprake is van zwart geld en om welke personen het gaat.

    De Staat is eigenaar geweest van twee instellingen, private banken die belastingplichtigen wellicht hebben geadviseerd om geld op rekeningen in het buitenland te plaatsen. Het gaat om Fortis en ABN AMRO. Deze instellingen hebben hun activiteiten voor private banking verkocht. Fortis heeft deze activiteiten bijvoorbeeld verkocht aan Waterland Private Equity. Waarom hebben wij, toen wij die instellingen in handen hadden, er niet op aangedrongen dat de banken deze gegevens aan ons zouden verstrekken? We hebben dat momentum laten lopen. De activiteiten voor private banking zijn niet meer eigendom van de banken, maar tegelijkertijd kunnen slimme ICT-mensen of mensen bij de banken die daarvan op de hoogte zijn, snel de gegevens van alle zwartspaarders achteroverdrukken en bij de staatssecretaris inleveren. Daar krijgen ze ook nog geld voor. De staatssecretaris betaalt dus eigenlijk voor iets wat hij eerder gratis had kunnen krijgen. Wil de staatssecretaris hierop ingaan?

    Is het de bedoeling van de staatssecretaris om met het fiscaal stimuleren van varianten van banksparen voor uitvaart meer concurrentie te creëren, zodat de verzekeraars met goedkopere producten komen? Ter zake van het betaalbaar maken van uitvaartverzekeringen hebben mijn collega-Kamerleden Irrgang en Gesthuizen eerder gepleit voor een maximum aan de kosten voor overstappen en een eind aan de mogelijkheid voor verzekeraars om snel eenzijdig de voorwaarden te wijzigen. Ik vraag de staatssecretaris of hij daar ook naar wil kijken.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Voorzitter. Ik denk dat het logisch om de btw op de CAM-artsen hierbij te betrekken. Dat doe ik dan ook maar. Hierdoor wordt dit blokje een minuut of vier. De ChristenUnie pleit er allang voor om inkomstenbelastingschulden waarvoor in het kader van de bedrijfsopvolging een meerjarige renteloze belastingregeling geldt, in box 3 te mogen aftrekken. Nu maakt haast niemand gebruik van de faciliteit om schulden later terug te betalen, omdat het bedrag nu wel weer in box 3 wordt belast. Je geeft iets met de ene hand wat je met de andere weer afneemt. Het kabinet spreekt over een dubbel voordeel, maar dat is naar onze overtuiging onzin. Er zit nu helemaal geen voordeel in. Onderkent de staatssecretaris dit en, zo ja, is hij bereid om dit aan te passen?

    Mijn collega Ortega-Martijn heeft een motie ingediend over het inzetten van de ontslagvergoeding voor het starten van een onderneming. De staatssecretaris voert allerlei argumenten aan waarom de motie-Ortega-Martijn niet nodig is en zelfs negatieve effecten kan hebben. Tijdens de behandeling van de begroting van EZ is daar ook een discussie over geweest, heb ik vernomen. Het valt mij op dat er helemaal geen consultatie heeft plaatsgevonden met het veld. Waarom is dat niet gebeurd? Zou het alsnog moeten en kunnen gebeuren?

    Dan kom ik op de vrijstelling van de paramedische beroepen en de verhoging van de accijns op sigaretten. Eindelijk, het is er dan toch van gekomen: er komt een regeling voor de btw-vrijstelling voor paramedische beroepen. Het heeft even geduurd, maar het is goed dat er nu eindelijk duidelijkheid komt. Het lijkt er op dat ook anderen dan BIG-beroepsuitoefenaars van omzetbelasting worden vrijgesteld als hun beroepsopleiding en beroepsuitoefening voldoen aan nader te stellen eisen. Daarbij is van belang te weten hoe het er precies gaat uitzien. We hebben de brief van minister Klink hierover globaal kunnen lezen. Er zitten echter nog wat uitwerkingsvragen aan vast. In ieder geval heb ik op dit moment twee vragen. Gaan bijvoorbeeld ggz-psychologen onder de vrijstelling vallen? Dit was een van de punten die we in het vorige debat hebben genoemd. Ook vraag ik mij af of de voorwaarde dat de opleiding in Nederland genoten moet zijn, voldoende goed getoetst kan worden met de formulering die nu in de brief is gekozen. Of kunnen ook opleidingen bij buitenlandse instellingen aan de lijst worden toegevoegd?

    De accijns op sigaretten wordt in de tweede nota van wijziging verhoogd, ter dekking van het voorstel. Op zich kunnen wij ons daarin vinden, alhoewel ik wel de vraag wil stellen waarom ook in dit voorstel niet op zijn minst een poging is gewaagd om de evenwichtigheid van de accijnsdruk tussen shag en sigaretten weg te nemen.

    De heer Tang (PvdA):

    Voorzitter. Ik heb een lijst van puntjes. Ik zal proberen deze zo snel mogelijk langs te lopen.

    Ik begin met de herleving van de hypotheekrenteaftrek na tijdelijke verhuur. In de nota naar aanleiding van het verslag wordt duidelijk gemaakt dat tijdelijk verhuren gunstiger kan zijn voor de schatkist dan de hypotheekrenteaftrek. Als dat het geval is, is het dan niet logischer om deze regeling permanent te maken om op die manier zo veel mogelijk verkopers ertoe aan te zetten hun woning te verhuren? Gegeven het feit dat steeds meer banken en gemeenten meewerken, kan het een besparing opleveren waar niemand slechter van wordt. Ook wil ik graag weten in hoeverre er nu van deze faciliteit gebruik wordt gemaakt of gebruik gemaakt gaat worden. Hoeveel leegstandsvergunningen zijn er al aangevraagd? Is hier enig zicht op? Ik ben benieuwd of daar al kennis over is.

    Ik heb één puntje over de btw. Ik zit al een poos met de prangende vraag of groene daken ook onder het lagere btw-tarief bij isolatie vallen. Ik hoop dat de staatssecretaris mij het antwoord kan geven, want ik heb het nog steeds niet kunnen achterhalen. Ik hoor het graag.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Voor de zekerheid -- collega Tang weet dat ik kleurenblind ben -- bedoelt hij grasdaken?

    De heer Tang (PvdA):

    Ja, die kleur groen.

    Dan kom ik op een wat groter onderwerp …

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Er zijn grote dakvlakken hoor!

    De heer Tang (PvdA):

    … de integratieheffing. Ik begrijp dat er verschillende oplossingen zijn. De eerste is geen integratieheffing. Dat is in zekere zin de eenvoudigste oplossing maar tegelijkertijd niet te prefereren. De tweede oplossing is een voorstel dat de Europese Commissie naar ik begrijp zelf heeft gedaan. Dit komt erop neer dat alleen die sectoren worden aangewezen waar het een probleem is als er geen integratieheffing is, waar de concurrentie verstoord zou zijn als er geen integratieheffing is. Er ligt ook nog een derde variant, aangedragen door Deloitte, waarbij alleen wordt gekeken naar arbeid die wordt verricht en waarbij dus winstopslag, verzekering en ook grond buiten beschouwing blijft. Ik hoor graag van de staatssecretaris welke van deze drie varianten mogelijk en gewenst is. Laat ik daarbij duidelijk zeggen dat het voor ons zeer ongelukkig zou zijn als nu de integratieheffing tot gevolg zou hebben dat grond 19% duurder wordt. Dat is nu het effect en ik kan mij eigenlijk niet voorstellen dat we dat willen. Ik hoor graag van de staatssecretaris in hoeverre er zicht is op wat dit zou kunnen betekenen voor de woningbouwcorporaties. Welke gevolgen zou dit kunnen hebben?

    Volgens onze fractie zou het namelijk zeer grote gevolgen kunnen hebben die zij niet wil. Wij zien daarvoor dus zeer graag een alternatief. Dat moet er ook zijn, zo is onze indruk.

    Het banksparen. Wij zijn zeer tevreden met de voorstellen die de staatssecretaris hierover heeft gedaan. Wij zijn blij dat het banksparen breder wordt opgepakt, waardoor concurrentie tussen verzekeraars en banken mogelijk wordt.

    Wat de gehandicapte kinderen betreft, was ik bijna overtuigd. Maar nu blijkt dat de heer Remkes niet overtuigd is, ben ik ook ietsje minder overtuigd. Ik wil het wel nakijken. Ik meen dat de argumentatie is dat dit geen echte verzekering is. Wij zien echter graag een voorziening, een betere mogelijkheid om te sparen voor gehandicapte kinderen, zeker omdat daar met de wijziging van de Successiewet een extra vrijstelling voor komt.

    De BIG. Het zou fijn zijn als dit de laatste keer is dat wij over dit onderwerp spreken. Ik vraag mij af waar ons geld precies is gebleven. Wij hadden 40 mln. bij elkaar geharkt en geschraapt en nu geeft de staatssecretaris het zo maar onverhoeds uit. Zonder gekheid, ik wil graag weten wat er met de dekking van het vorige amendement is gebeurd. Kan het kabinet ook enig inzicht geven in de vraag waarom het bedrag zo is als het is? Ik heb gehoord, niet gelezen, dat het om 65 mln. gaat. Dat bedrag kan ik niet rijmen met de slechts 1200 CAM-artsen die er in Nederland zijn. Ik hoop dan ook dat er enig inzicht kan worden geboden in de raming van dit voorstel.

    De boetes bij de vennootschapsbelastingen. De aantallen betalingsherinneringen, aanmaningen en dwangbevelen zijn uitgerekend hoog bij bedrijven. Het gekke is dat het kabinet het zelf niet zo goed begrijpt. Misschien is het interessant om achter het antwoord aan te gaan op de vraag waarom de aantallen betalingsherinneringen, aanmaningen en dwangbevelen zo hoog zijn. Het zou ermee te maken kunnen hebben dat de maximumboetes niet voldoende hoog zijn. In die zin sluit ik mij aan bij de heer Bashir. Dat zou de reden kunnen zijn waarom juist de grote vpb-plichtige bedrijven de deadlines aan hun laars lappen. Ik krijg hierop graag een reactie van de staatssecretaris.

    De voorzitter:

    Sommige fracties naderen het eind van de indicatieve spreektijden. Waar van toepassing zal ik dat aangeven. Mevrouw Sap, u hebt nog twee minuten over van de aangegeven tijd, dus u kunt nu nog het woord voeren.

    Mevrouw Sap (GroenLinks):

    Die minuten houd ik dan tegoed voor de volgende week.

    De voorzitter:

    U zegt dat u nu gaat vertrekken.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Klein punt van orde. Misschien kunnen de volgende twee blokjes worden samengenomen? Dan hebben wij heel het blok overige fiscale maatregelen (OFM) gehad, want volgens mij heeft niemand daar een heel lange inbreng over.

    De voorzitter:

    Ik constateer dat dit voorstel breed wordt gesteund.

    4. Hoofdstukken 2 t/m 4 Overige fiscale maatregelen 2010 (32129)

    {-- hier was geen tekst gegeven --}

    5. Hoofdstukken 5 t/m13 Overige fiscale maatregelen 2010 (32129) + wetsvoorstel afschaffing vliegbelasting (32132)

    De heer Van Dijck (PVV):

    Voorzitter. Blok 4 gaat over overige fiscale maatregelen. Allereerst wil ik iets zeggen over de fiscale positie van de directeur-grootaandeelhouder. De PVV-fractie begrijpt dat de tbs-regeling is ingesteld om weglek tussen box 3 en box 2 te voorkomen. Daarmee kan het terbeschikkinggestelde in de winstsfeer worden afgetrokken tegen 50% en wordt het maar effectief belast tegen 1,2% in box 3. De PVV-fractie begrijpt alleen niet waarom een pand nog steeds in deze regeling wordt betrokken, omdat men op basis van de WOZ-waarde objectief een zakelijke huurprijs zou kunnen bepalen.

    Indien bedrijfspanden buiten deze regeling worden gehouden, kan een aanmerkelijkbelanghouder de zakelijke afweging maken om een privépand te verhuren aan zijn eigen bv of aan een derde. Is de staatssecretaris het met mij eens dat de tbs-regeling een oneerlijke regeling is, omdat de verhuur aan een derde maar is belast tegen 1,2% in box 3 en de verhuur aan de eigen bv van de aanmerkelijkbelanghouder tegen 50%? Kan de staatssecretaris dit corrigeren door de zakelijke rente vast te stellen op een bepaald percentage van de WOZ-waarde en panden buiten de tbs-regeling te houden?

    De PVV juicht de ontwikkeling rond de gebruikersloonregeling toe, maar vraagt zich wel af waarom deze faciliteit niet verder wordt uitgebreid, zodat een directeur-grootaandeelhouder zelf kan bepalen of hij belasting betaalt via de loonaangifte of via de inkomstenbelasting. Welke obstakels ziet de staatssecretaris om de DGA volledig vrij te stellen van loonheffing en de belasting te heffen in de ib achteraf?

    Mijn volgende punt is het pensioen in eigen beheer. De PVV ziet risico's met betrekking tot het aftrekken van de pensioenrechten of het stamrecht in Nederland tegen 52%, waarna deze in het buitenland worden uitgekeerd tegen een veel lager tarief. Hoeveel belasting verwacht de staatssecretaris mis te lopen doordat pensioenen en stamrechten in het buitenland worden geparkeerd en daarna ook in het buitenland worden uitgekeerd?

    Ik kom bij blokje 5. De PVV juicht het toe dat de grondslaguitholling bij de versoepeling in de deelnemersvrijstelling wordt voorkomen. De PVV vraagt zich alleen af of een dergelijke maatregel wel afdoende is, gezien de berichtgeving over de belastingdruk van multinationals. Die ligt rond de 7%. De PVV pleit dan ook voor een hogere minimumbelastingdruk bij dochterondernemingen. Is de staatssecretaris voornemens om de minimumbelastingdruk bij deelnemingen in te stellen dan wel te verhogen, om te voorkomen dat multinationals niet of nauwelijks belasting betalen in Nederland?

    Mijn volgende punt betreft Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen. Hoe kan een consument bij de koop van een tweedehands auto voorkomen dat hij of zij een naheffing bpm krijgt omdat de auto zonder medeweten van de nieuwe eigenaar is opgevoerd?

    Mijn laatste punt is de verpakkingsbelasting. Dat is een belasting die ondernemers eerder onnodige administratieve lasten oplevert dan dat het achterliggende ideaal wordt behaald. De papieren tijger is bijna milieuonvriendelijker dan de verpakkingen zelf. De PVV pleit daarom voor afschaffing van deze belasting. Hopelijk komt het kabinet tot dit voortschrijdend inzicht, net als bij de vliegtaks. Hoeveel bedrijven moeten aangifte doen om aan te tonen dat ze geen verpakkingsbelasting hoeven te betalen? Welk onderscheid wordt gemaakt ten aanzien van het aantal kilogram verpakking en de grootte van de onderneming? Heeft deze belasting enig effect op de gebruikte hoeveelheid verpakkingsmateriaal of is zij, net als de vliegtaks, puur bedoeld om de schatkist te spekken en werkt zij eerder concurrentieverstorend voor het Nederlandse bedrijfsleven?

    De heer Van der Vlies (SGP):

    Voorzitter. Ik heb drie themaatjes, die alle vallen onder blok 5.

    Mijn eerste thema is de vliegbelasting. Op zichzelf heeft mijn fractie het altijd heel redelijk gevonden dat ook het vliegverkeer, met de vervuiling die daaraan is verbonden, mee wordt belast in de context van "de vervuiler betaalt". Dat heeft hier ook mee te maken. Het moest echter liefst internationaal gebeuren. Als je zoiets namelijk eenzijdig, nationaal, doet, krijg je concurrentieverstorende effecten. Dat is ook gebleken in de aanzet naar het opgelegd krijgen van de vliegbelasting. Reizigersstromen en goederenstromen verplaatsen zich en er ontstaat een weglek, ook in economische potentie. Als de vliegbelasting op nul wordt gezet, blijft zij in de fiscaliteit een te activeren instrument, en als zij afgeschaft wordt niet meer. Dat geeft meer zekerheid voor de betrokken bedrijfstakken.

    Bij mijn fractie rest nog de vraag of daarmee dit hoofdstuk weer gesloten is of dat wij toch op de platforms die zich daarvoor lenen bezig blijven met deze grondslag om belasting te heffen, die er volgens mij principieel gesproken wel degelijk is. Graag krijg ik daarop een antwoord.

    Dan kom ik op de verpakkingenbelasting. De staatssecretaris herinnert zich ongetwijfeld dat mijn fractie zeer kritisch was bij de introductie hiervan; niet vanwege het idee op zich, maar meer vanwege de administratieve rompslomp die daarmee gegeven werd en de vraag wat er nu wel of niet onder valt, hoe handhaafbaar en controleerbaar het allemaal is. De verhoging van de drempel binnen de verpakkingenbelasting gaat van 15.000 naar 50.000 kilo. Dat is in ieder geval een reductie aan administratieve lastendruk -- dat zal helder zijn -- maar hij blijft op zichzelf nog wel. Hoe wordt er in het vervolg mee omgegaan daar waar dat toch nog neerslaat?

    Ik heb tot slot nog een opmerking. Ik heb begrepen dat de btw-vrijstelling op het beroepsonderwijs en de jeugdzorg wordt aangepast. Wij hebben indertijd vanuit die domeinen van overheidsbemoeienis en -beleid gepleit voor die btw-vrijstelling. Het zit ons dus gemakkelijk dat daar iets aan gedaan is. Het is geen commerciële productielijn die belast wordt, maar een die zich in de context van leerprocessen of hulpverleningsprocessen voltrekt. Dan hoeven wij het geld niet rond te blijven pompen.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Voorzitter. Het wetsvoorstel OFM begint met een buitengewoon aangenaam hoofdstuk over de verbetering van de fiscale positie van de directeur-grootaandeelhouder. Daarvan heeft de CDA-fractie met buitengewoon veel instemming kennisgenomen. Directeur-grootaandeelhouders spelen een belangrijke rol in de Nederlandse economie. Die rol moet niet zomaar worden gefrustreerd door fiscale wetgeving. De regering maakt er serieus werk van om een aantal knelpunten voor deze dga's weg te nemen. De doorschuiffaciliteit bij het schenken van ab-aandelen is daarvan een voorbeeld. Wij danken de staatssecretaris voor zijn toezegging een regeling te treffen voor gevallen waarin aandelen in een holdingmaatschappij worden geschonken en deze verkrijger alleen als bestuurder bij de werkmaatschappij is betrokken. Wanneer is deze regeling beschikbaar of zat zij al bij de stukken? Ik heb het niet helemaal kunnen zien.

    Er is een vereiste dat de bedrijfsopvolger reeds 36 maanden voor de schenking als bestuurder bij de betreffende vennootschap betrokken moet zijn geweest. De vereiste van betrokkenheid bij de vennootschap begrijpen wij, maar waarom dat als bestuurder moet zijn, begrijpen wij niet helemaal. Zou hij ook als werknemer betrokken kunnen zijn geweest om in aanmerking te komen voor de doorschuiffaciliteit?

    Wij hebben gevraagd waarom de terbeschikkingstellingregeling niet ook voor de algemeen resultaatgenieter van artikel 93 van de Wet IB 2001 en de houder van een zogenaamd lucratief belang van artikel 392b van de Wet IB 2001 gaat gelden. Hier gaat de staatssecretaris niet echt op in in de nota naar aanleiding van het verslag. Hij wijst op een budgettaire derving. Kan de staatssecretaris nader ingaan op de verschillen tussen de terbeschikkingstellingregeling enerzijds en de algemeen resultaatgenieter en de houder van een lucratief belang anderzijds? Hoeveel bedraagt de derving indien laatstgenoemde groepen dezelfde faciliteiten zouden krijgen?

    Omtrent de herinvesteringreserven heeft de staatssecretaris bij de behandeling van het Belastingplan 2008 uitlatingen gedaan over de gevolgen van indirect overheidsingrijpen. De CDA-fractie kijkt uit naar de toegezegde beleidspublicatie inzake de verplaatsing van bedrijven in de glastuinbouw ten gevolge van indirect overheidsingrijpen. Wanneer komt deze?

    Mijn fractie is erg blij met de versoepeling van de deelnemingsvrijstelling. Wij onderschrijven het belang van een goede werking van de deelnemingsvrijstelling. Het is een fiscaal bepalend element voor de concurrentiepositie van Nederlandse multinationals. De deelnemingsvrijstelling zorgt ervoor dat de dochtermaatschappelijk uitgekeerde winsten niet nogmaals bij de moedermaatschappij worden bepaald, hetgeen wij wenselijk achten. Wij danken de regering voor de verbeteringen ten opzichte van de regeling zoals die op dit gebied in het consultatiedocument over de aanpassing van de vennootschapsbelasting was weergegeven.

    Wat betreft de aanpassingswet inzake btw-vrijstelling voor het beroepsonderwijs, zijn wij blij met de toezegging dat commerciële instellingen die in een ander land zijn gevestigd, maar die wel voldoen aan de eisen die worden gesteld aan registratie in het Register Kort Beroepsonderwijs, kunnen worden ingeschreven in dat register. Dat zeg ik ook met mijn pet op als inwoner van de grensregio.

    Over zzp'ers merkt de staatssecretaris op dat het een afzonderlijke beoordeling vergt, waarover reeds met de branche verkennend is gesproken. Kunnen wij hier op korte termijn meer over horen?

    Wij zijn buitengewoon tevreden over de aanpassing van de btw-vrijstelling op het gebied van de jeugdzorg, ook naar aanleiding van de vragen die wij daar eerder over hadden gesteld.

    Wat betreft pensioen, sluit ik mij aan bij de vragen van de PVV-fractie. Is er een mogelijkheid tot belastingarbitrage door hier tegen 52% af te trekken en elders tegen veel lagere of geen belasting pensioen te genieten? Een aantal landen kent namelijk toch echt een zeer laag tarief voor pensioengerechtigden.

    Ik ben zeer benieuwd wanneer het Koninklijk Besluit over loon in, loon over naar de Kamer komt.

    Dan kom ik op de constructiebestrijding in de bpm. Samen met de SP hebben wij daar vragen over gesteld in het verslag. Ik sluit mij even aan bij de vragen van de PVV: hoe kan ik nu zien dat een auto die ik koop, niet is opgevoerd? Als hij is opgevoerd, hangt je namelijk een enorme boete boven het hoofd. Dit is afgezien van de buitengewone wenselijkheid van deze ingreep. Wij geven namelijk enorme fiscale faciliteiten aan zuinige auto's, maar als men de dag erop de chips aanpast, en men lekker gaat scheuren, dan wil die auto wel. Wij denken niet dat mensen echt zo dom zullen zijn om bonnetjes uit te schrijven -- zoals in de nota naar aanleiding van het verslag staat -- waarop staat: wij hebben de auto een beetje opgevoerd en hier hebt u het kentekenbewijs. Als dat gebeurt, zal inderdaad de Rijksdienst voor het Wegverkeer de auto wel opsporen. Maar laat ik het zo zeggen: ik ken de Nederlanders genoeg om te denken dat zij andere facturen zullen schrijven en niet de exacte omschrijving van de verrichte werkzaamheden zullen noteren. Hoe komen wij er dan ooit achter wie de auto heeft opgevoerd? Het opvoeren van de auto is namelijk een strafbare handeling. Als een auto wordt staande gehouden, waarvan wordt vermoed dat hij is opgevoerd -- laten wij eerlijk zijn, wij weten precies om welke modellen Duitse auto's het hier gaat -- hoe kan dan worden gecontroleerd of die auto is opgevoerd? Hebben wij een manier om snel en effectief te meten of dat het geval is, opdat wij niet in een soort juridische spiraal terechtkomen van bewijs, tegenbewijs, mogelijkheid en "is het bewijs wel goed"? Het moet goed geregeld zijn. Het is lastig, maar ik ben wel blij dat de staatssecretaris hierop actie onderneemt.

    Ik kom te spreken over de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de AWR. De regering stelt voor, de navorderingen voortaan tevens mogelijk te maken als de belastingaanslag ten gevolge van een fout voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar onjuist is vastgesteld, dan wel achterwege is gebleven. Zij vult dit in door een fictie dat, indien de geheven belasting ten minste 30% minder is dan de daadwerkelijke uit de Belastingwet voortvloeiende belastingschuld, de onjuiste vaststelling van de aanslag naar haar mening in elk geval redelijkerwijs kenbaar is. Wij vrezen dat hier de fouten in de automatiseringsprocessen van de Belastingdienst worden afgewenteld op de belastingplichtige. Hoe denkt de regering daarover? Kan zij nader duiden waarom zij het noodzakelijk acht dat een definitieve aanslag een voorlopig karakter krijgt en dat vanaf 2010 een belastingplichtige pas na het verloop van vijf jaar zekerheid heeft over de definitieve omvang van zijn belastingschuld? Ik vraag dit mede vanwege het feit dat mensen maar vijf jaar lang hun spulletjes hoeven te bewaren. Stel dat er één dag voor dat vijfde jaar een brief in de bus valt. Als de regering dit zou doorvoeren, zou zij dus ook de bewaartermijn moeten verlengen met ten minste een jaar. Wij zijn hier op voorhand niet enthousiast over, maar wachten graag het antwoord van de staatssecretaris af.

    Wat betreft de schriftelijke melding betalingsonmacht erkennen wij met de regering het belang van een duidelijke en heldere meldingsprocedure betalingsonmacht. De schriftelijke mededeling, zoals thans is voorgesteld, voorkomt discussies, zowel van de zijde van de ondernemer of bestuurder als van de fiscus. In de praktijk blijkt niet altijd duidelijk wanneer er nog rechtsgeldig een melding kan worden gedaan. Kan de regering aangeven in hoeverre zij bereid is hieromtrent uniforme en duidelijke regels vast te stellen?

    Ik kom later op de youngtimers. Ik begrijp dat die ook in dit wetsvoorstel zijn opgenomen. Aan de camera's te zien, is dat punt het hoogtepunt van deze wetsvoorstellen.

    De heer Remkes (VVD):

    Voorzitter. Laat ik beginnen met het wetsvoorstel voor de afschaffing van de vliegbelasting, want dat is eigenlijk een geweldig idee. Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aan vele VVD-moties die zijn ingediend. Datzelfde geldt trouwens voor amendementen, maar die werden iedere keer verworpen. Het is aardig om te zien dat je met terugwerkende kracht toch gelijk krijgt. Ik moet zeggen dat ik het totaal oneens ben met al diegenen, zoals de Raad van State, die zeggen dat je het tarief op nul moet blijven stellen en het niet moet afschaffen. Het maakt dat die sector -- ik noem hem maar even het vliegend bedrijfsleven -- in totale onzekerheid blijft.

    Waarom hebben wij bij het Belastingplan 2008 dit standpunt ingenomen? Kennelijk staan collega Van der Vlies en ondergetekende op dezelfde manier in deze discussie. Wij vinden dat dit internationaal moet worden geregeld en dat een Nederlandse alleingang alleen maar tot ongelukken leidt. Als wij naar de cijfers kijken, dan blijkt dat ook precies aan de orde te zijn geweest. Verder speelt nog de invoering in 2012 van ETS. Dat was destijds een buitengewoon onlogische maatregel. Het kabinet verwijst nu ook zelf naar ETS. Het wil het helemaal nationaal doen. Wij zijn ook akkoord met de aanpassing in de nota van wijziging op dit punt, om een instrument te hebben om de nog niet terugbetaalde bedragen op een fatsoenlijke manier terug te betalen. Ik ben nog wel benieuwd naar de uitvoering van de motie-Cramer. Er zijn vele moties-Cramer en ik kom straks ook nog even op een amendement-Cramer. In de bewuste motie-Cramer wordt gevraagd aan de Kamer te rapporteren over tariefsaanpassingen in wat bredere zin, plus investeringen bij Schiphol. Daarover hebben wij nog niets gehoord. Misschien kan de staatssecretaris aangeven wanneer dat komt.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Aan de ene kant snap ik de jubelstemming van mijn collega wel, maar hij gaat wel erg gemakkelijk voorbij aan alle informatie die op dit moment uit de sector duidelijk wordt: het terugdraaien van de vliegtaks heeft nog geen passagier meer opgeleverd. De mensen klagen eigenlijk helemaal niet over de vliegtaks als zij het daadwerkelijke bedrag horen, en al helemaal niet voor vluchten binnen de EU. Zij klagen vooral over de afgrijselijk hoge parkeerdruk bij Schiphol en de ongelofelijk hoge taksen. Die staan in geen verhouding tot de vliegtaks. Er komt dus helemaal niemand terug.

    De heer Remkes (VVD):

    Ik ben het eens met de heer Cramer dat bijvoorbeeld ook de parkeertarieven op Schiphol veel te hoog zijn. Een tijdje geleden had ik het genoegen om een keer vanaf Bremen te vliegen. Dat maakt qua afstand vanaf mijn woonplaats namelijk niet verschrikkelijk veel uit. Daar zijn de parkeertarieven inderdaad aanmerkelijk lager. Dat geldt volgens mij ook voor Weeze. Trouwens, als de heer Cramer zijn licht op Bremen en Weeze laat schijnen, dan zal hij tot de conclusie komen dat het aantal Nederlandse passagiers vanaf die luchthavens in de afgelopen tijd aanzienlijk is toegenomen. Dat zegt men daar ook, en een van de oorzaken is de vliegbelasting. Dat speelt in dit gedrag gewoon een rol, maar het is altijd de optelsom van het totaal. Natuurlijk kun je de vliegbelasting niet alleen maar geïsoleerd beschouwen. De staatssecretaris zegt dat wat mij betreft ook terecht: natuurlijk speelt ook de economische recessie een rol. Ik zal de allerlaatste zijn om dat te ontkennen. Het was echter juist in dat klimaat buitengewoon onlogisch en niet goed om met de vliegbelasting te komen, die nu in schoonheid is gestorven, terwijl je weet wat er internationaal gaat gebeuren. Dat is als belastingwetgever gewoon niet logisch.

    Met de verbeterde positie van de dga kunnen wij op hoofdlijnen instemmen. Complimenten hiervoor aan de staatssecretaris. Eigenlijk is het voor een oppositiefractie een beetje te veel van het goede om dat steeds te doen. Toch heb ik nog twee vragen. Ik ben een kwalificatie van MKB-Nederland tegengekomen waarin gesproken wordt over vlees noch vis. Daarbij gaat het over de vraag waarom niet gekozen is voor het van toepassing verklaren van alle doorschuiffaciliteiten die een IB-ondernemer op dit ogenblik mag gebruiken. Misschien kan de staatssecretaris daarop nog ingaan. Ik heb dezelfde vraag als collega Omtzigt over de eisen die aan de doorschuiffaciliteit worden verbonden. De vrees is dat de bestuurderseis van 36 maanden deze aanpassing tot een dode letter zal maken. In het overgrote deel van de gevallen schijnt het immers te gaan om kinderen die wel bij het bedrijf werken, maar wier vader nog niet de rol van bestuurder heeft verlaten of die nog niet denkt te kunnen toevertrouwen aan de kinderen. Misschien kan de staatssecretaris op die vraag ook nog zijn licht laten schijnen.

    Voor de aanpassing van de verpakkingenbelasting geldt naar mijn mening zo'n beetje hetzelfde als voor de vliegbelasting. Dit is de tweede aanpassing waarmee de Kamer wordt geconfronteerd. Op zichzelf ben ik helemaal niet tegen deze aanpassing, daarover zal de staatssecretaris mij niet horen, maar het is natuurlijk veelzeggend dat nu al sprake is van de tweede aanpassing. Bij de invoering is er door de VVD-fractie en door anderen voor gewaarschuwd: dit is een bureaucratische draak. Ik heb hetzelfde adagium als MKB-Nederland: deze belasting is rijp voor de recycling. Laat de staatssecretaris ook deze belasting afschaffen. Het levert immers geen milieueffect op, het is nu inderdaad voor een gering aantal bedrijven en het is een veel te hoge, bureaucratische belasting.

    Wij zijn het eens met de voorgestelde aanpassingen van het beleid voor de dividendbelasting, maar ik wil toch een fundamentele opmerking maken. Oud-staatssecretaris Wijn, een befaamd partijgenoot van deze staatssecretaris, heeft in 2005 gezegd, toen de dividendbelasting op 15% werd gesteld: herzien en uiteindelijk helemaal afschaffen. Die uitspraak werd gedaan in een Europeesrechtelijke context, in het kader van vrij verkeer van kapitaal. Wij hebben ook begrepen dat het hoofdkantorenbeleid in het Verenigd Koninkrijk vrij recentelijk is aangepast. De staatssecretaris volstaat nu in de nota naar aanleiding van het verslag met de stelling: de ontwikkelingen worden op de voet gevolgd. Ja, dank je de koekoek, er moest nog bijkomen dat dit niet zou gebeuren. Zou de staatssecretaris daarbij toch een stip aan de horizon kunnen laten zien? Is er zo langzamerhand geen aanleiding tot aanpassing? Ik zie het budgettaire probleem, laat daar geen misverstand over bestaan, maar er moet toch nog eens even goed gekeken worden naar de houdbaarheid van deze belasting. Ik vraag niet om een voorstel om de dividendbelasting onmiddellijk af te schaffen, of om deze op dit moment verder te reduceren. Ik wil graag van de staatssecretaris weten hoe hij daar ten principale tegen aankijkt.

    Dan ga ik in op de aanpassing van de navordering. Ik stel dezelfde vraag als collega Omtzigt, de NOB en VNO-NCW, namelijk of de voorgestelde wetstekst de deur niet te veel openzet voor de inspecteur. Is het niet nodig om daarbij een nadere clausule op te nemen, en wel zodanig dat pleitbare standpunten er niet onder vallen? Ik heb nog een principiële vraag. Gaat wel het juiste signaal uit van de mogelijkheid tot navordering bij het maken van fouten door de Belastingdienst?

    Ik wil niet vervelend doen, maar wij weten allemaal waarover we praten als het gaat over de Belastingdienst en fouten. Ik vind eigenlijk dat de Belastingdienst niet de verkeerde signalen moet krijgen, opdat er straks ruimere navorderingsmogelijkheden bestaan. Er ligt inmiddels een amendement van de VVD-fractie om die nadere begrenzing aan te brengen.

    Wij zijn voor de verruimde openbaarheid van de WOZ-waarde, als het gaat om de bestrijding van vastgoedfraude. Mijn vraag is of dit in het voorliggende voorstel niet te onbepaald is. Moet de wetstekst niet nader gekoppeld worden aan het doel: de bestrijding van vastgoedfraude? Om die reden kunnen gegevens aan derden beschikbaar worden gesteld, maar niet om andere redenen. Ik zou het op prijs stellen als de staatssecretaris daarop zou kunnen ingaan.

    Dan kom ik op het belangrijkste thema in dit onderdeel. Bij het Belastingplan 2009 heeft de Kamer in het holst van de nacht gestemd over het amendement-Cramer. Ik had daar toen al een raar, unheimisch gevoel bij. De VVD-fractie heeft ook daartegen gestemd. Eerst was er namelijk sprake van oldtimers. Later was er ook sprake van youngtimers. De staatssecretaris heeft dit amendement terecht ontraden. Er is een stroom van negatieve reacties over de zorgvuldigheid van wetgeving door de Kamer gekomen. Dit amendement heeft een groot aantal onbedoelde effecten voor met name kleinere ondernemers, die zakelijk in een youngtimer rijden en deze ook privé gebruiken.

    Het amendement was destijds echter wel gebaseerd op bepaalde cijfermatige informatie over de raming van de cataloguswaarde en de aantallen die aan de orde zijn. Er is toen een bedrag van €21 mln. geraamd als extra opbrengst, die de heer Cramer ongetwijfeld weer voor allerlei nobele maatschappelijke doelstellingen heeft ingezet. Mijn vraag aan de eerste indiener, de heer Cramer, is hoe hij zelf terugkijkt op die exercitie. Heeft hij daar een les van geleerd? Er is namelijk ontzettend veel onrust onder de desbetreffende ondernemers veroorzaakt. De heer Cramer heeft daar toch de basis voor gelegd. Ik kan dit niet anders zien.

    Ik heb inmiddels een amendement ingediend om de hele handel terug te draaien. De primaire verantwoordelijkheid ligt op het bord van de heer Cramer en zijn coalitiegenoten. Ik zou dit amendement gewoon eruit willen en de boel helemaal terugdraaien. Dan moet er ook maar even naar de dekking worden gekeken. Ik heb daar in het verslag ook naar gevraagd. De staatssecretaris zegt dat de Kamer dit heeft verzonnen en dat het niet aan hem is om dat recht te trekken. Daar heeft hij in zekere mate gelijk aan, maar ik zeg er wel bij in de richting van de staatssecretaris: als hij waarneemt dat als gevolg van acties van de Kamer onbedoelde maatschappelijke effecten ontstaan, kan hij niet simpelweg zeggen dat dit niet op zijn bord ligt. Dan ligt de medeverantwoordelijkheid ook bij de staatssecretaris.

    De heer Bashir (SP):

    Voorzitter. Ik begin maar meteen met de deelnemingsvrijstelling. Wanneer Nederland in het buitenland wordt aangemerkt als belastingparadijs, maakt de staatssecretaris zich er makkelijk vanaf door op het nominale tarief te wijzen, terwijl wij natuurlijk allemaal weten dat het effectieve tarief veel lager ligt, namelijk op 6 à 7%, zoals ook uit de uitzending van Zembla bleek.

    Voor een groot deel is dat te danken aan de deelnemingsvrijstelling, waardoor we dus een belastinggrondslag weggeven aan andere belastingparadijzen. Zou de staatssecretaris niet eens wat kritischer moeten kijken naar de mate waarin dat bijdraagt aan grootschalige belastingontwijking in plaats van een verdere verruiming van de deelnemersvrijstelling voor te stellen? Ik citeer de memorie van toelichting: de Nederlandse deelnemingsvrijstelling mag niet leiden tot constructies via laag belaste jurisdicties. Is dat de mening van dit kabinet of is dat ons opgelegd vanuit het buitenland? Als ik de staatssecretaris geloof, dan vindt hij dat dit niet moet kunnen. Tegelijkertijd weten we dus eigenlijk niet en kunnen we dus ook niet aantonen of multinationals in Nederland wel voldoende bijdragen aan de maatschappelijke voorzieningen. Daarom vraag ik de staatssecretaris: is hij bereid een overzicht te verschaffen van de mate waarin multinationals in Nederland globaal gezien belasting bijdragen en ook een lijst beschikbaar te stellen van landen waar de meeste deelnemingen van grote Nederlandse bedrijven gevestigd zijn? Als er namelijk door een zeer sterke lobby van fiscalisten in Nederland een voorstel wordt gedaan om meer zekerheid te creëren voor belastingbetalende multinationals, dan gaat het in werkelijkheid niet om zekerheid maar simpelweg om het betalen van minder belasting. Dat is in dit geval ook zo. De niet als beleggingseis geformuleerde maatregel wordt volledig ondermijnd door het openzetten van een reeks achterdeuren. De oogmerktoets die daaraan nu wordt toegevoegd, schept helemaal geen zekerheid aangezien er geen duidelijke criteria worden gesteld. De staatssecretaris geeft zelf ook toe dat het subjectief is of een deelneming wordt gehouden met het oog op beleggen. In de schriftelijke beantwoording zegt hij dat dit zo nodig kan worden geobjectiveerd door te kijken naar de aard, functie en activiteiten van de deelneming. Dit is zo vaag als het maar kan zijn. Het schuift het probleem in feite door naar de rechter. De bewijslast om aan te tonen dat beleggen je oogmerk is, komt te liggen bij de inspecteur. Waarom is daarvoor gekozen?

    In 2006 zei minister Zalm bij de behandeling van de Wet werken aan winst nog dat het zeer moeilijk is om het oogmerk van de houder van belang vast te stellen. Is de staatssecretaris het op dat punt eens of oneens met Zalm? Stel dat het de inspecteur toch lukt om op basis van de oogmerktoets aan te tonen dat er sprake is van een beleggingsdeelneming, dan heeft het bedrijf nog altijd twee andere toetsen achter de hand om gebruik te kunnen maken van de deelnemingsvrijstelling. Dat zijn namelijk de onderworpenheidstoets en de bezittingentoets. Het lijkt allemaal ingewikkeld, maar in feite komt het erop neer dat wordt gezegd: we hebben maar liefst drie toetsen voor het tegengaan van misbruik, maar er mag naar hartenlust geshopt worden. Er zijn partijen die heel graag deze wijziging willen doorvoeren. De staatssecretaris heeft het over "brede steun". Komt die steun ook van partijen die zich kritisch uitlaten over de deelnemingsvrijstelling? Zo ja, wie zijn dat dan? Ik heb de indruk dat alleen de mensen en organisaties die er zelf belang bij hebben het eens zijn met de minister. Het feit dat er maar weinig beleggingsdeelnemingen zijn die rond de 50% zitten met hun beleggingen doet natuurlijk niet ter zake. Het gaat erom hoeveel bedrijven straks boven de 50% zitten.

    De vorig jaar ingestelde vliegbelasting had tot doel in de prijs van het ticket ook de milieuvervuiling tot uitdrukking te brengen. De SP-fractie staat achter het principe "de vervuiler betaalt", maar liever hadden wij een belasting gezien die afhankelijk is van de mate van vervuiling. Hoe meer kilometers en hoe vervuilender het vliegtuig, hoe hoger het bedrag ter compensatie van schade aan het milieu. Als argument om al na één jaar af te stappen van deze belasting noemt het kabinet de slechte en onzekere economische omstandigheden. Kan de staatssecretaris ons beloven dat de emissiehandel net zoveel beperking van uitstoot zal opleveren als de vliegbelasting?

    Dan kom ik op het punt van de aanpassingen in de navordering. Het extra navorderingsrecht dat de staatssecretaris wil laten ingaan, stuit op veel onduidelijkheden. Mijn fractie had hierover daarom de nodige vragen bij de schriftelijke vragenronde. Wij hebben verwezen naar een uitspraak van de Raad van State. Deze noemde dit plan van de staatssecretaris symptoombestrijding als niet beter gekeken zou worden naar het gebruik van ICT door de Belastingdienst. De staatssecretaris wilde doen geloven dat de Raad van State en de SP-fractie het gebruik van ICT door de Belastingdienst ter discussie willen stellen. Dat is natuurlijk een beetje flauw, want daarover gaat het helemaal niet. De Raad van State had het namelijk niet over een fundamentele beoordeling van het gebruik van ICT maar over "de fundamentele beoordeling van de werkwijze van de Belastingdienst bij massale processen". Dit is iets anders dan zeggen dat de inspecteur voortaan alleen een rekenmachientje mag gebruiken. De reden waarom mijn fractie deze uitspraak van de Raad van State aanhaalde, is dat de Belastingdienst niet echt een kampioen is in het gebruik van ICT. Daarom vindt mijn fractie het niet netjes om fouten als gevolg van het gebruik van ICT op het bordje van de belastingplichtige neer te leggen.

    In dat verband wil ik de staatssecretaris ook vragen naar de controleprocessen bij de Belastingdienst. Zijn die er of worden aanslagen zonder nadere controle de deur uit gedaan? Het ligt volgens mij meer voor de hand om in eerste instantie in te zetten op betere processen en fouten te voorkomen dan om fouten over de schutting te gooien naar de belastingbetaler. Er wordt bijvoorbeeld verwezen naar de 30%-drempel. Wij hebben hierover vragen gesteld. Het komt erop neer dat op het moment dat de aanslag tenminste 30% afwijkt van de aangifte van de belastingplichtige, de belastingplichtige ervan uit moet gaan dat er sprake is van een fout. Wij hebben daarvoor toch de Belastingdienst? Deze kan namelijk heel goed bekijken hoe de wet moet worden uitgelegd en of de belastingplichtige voor bepaalde zaken in aanmerking komt of niet. Hierop kan de wet volgens mij worden aangepast, zodat het wat duidelijker wordt en het kan dienen als een waarschuwing: let op, is uw aanslag 30% lager of hoger dan uw aangifte, dan kunt u er redelijkerwijs van uitgaan dat uw aanslag verkeerd is.

    Dat brengt mij terug bij de vraag die ik eerder stelde over controleprocessen. Is het niet mogelijk om het bedrag van de aanslag te vergelijken met het bedrag van de aangifte? Als dan blijkt dat deze 30% te hoog of te laag is, dan mag de brief niet uitgaan en moet handmatig worden bekeken of er fouten zijn gemaakt bij het opmaken van de aanslag.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Voorzitter. Ik behandel maar één punt in dit blokje, blok vijf om precies te zijn. Het gaat over de oldtimers en de youngtimers. Ik moet terugkomen op mijn amendement over de oldtimers. Allereerst merk ik op dat er eigenlijk wel iets moois gebeurd is, ook al doet de heer Remkes er wel heel zuur over.

    De heer Remkes (VVD):

    Het is inderdaad mooi dat u zich laat overtuigen, want dat komt niet vaak voor.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Dank u wel, mijnheer Remkes. Misschien wordt u nog wel blijer, alhoewel ...

    Er is iets moois gebeurd, want een club die voor mijn amendement eigenlijk niet als eenheid te boek stond en te herkennen was, is in ieder geval als gevolg van dit amendement verenigd onder de website www.bijtellingyoungtimer.nl van de heer Wouter van Embden. Ik weet niet of deze een ANBI-status heeft. Is dat zo? Nee toch? Dat is de winst van mijn amendement en ik schat in dat deze website nog wel een poosje in de lucht zal blijven.

    De heer Remkes vraagt of ik een les heb geleerd. Welnu, ik erken dat ik een les heb geleerd. Ik ben nog steeds overtuigd van de doelstelling van het amendement, maar het is duidelijk dat er gebrek was aan overleg op het bewuste moment. Ik heb overigens die twee avonden dat wij toen achter elkaar daar gezeten hebben, buitengewoon lang achter de pc gezeten. Ik denk dat ik die twee avonden bijna 750 mails heb zitten beantwoorden van mensen die zicht verontrust uitspraken over de gevolgen van het amendement. Dat kon toevallig in de plenaire zaal. Dan komt de vraag aan de orde of je bang moet zijn voor de acties die dan ontstaan. Welnu, dat ben ik niet. Als er echter gerede twijfel gaat ontstaan over de manier van berekenen en over de schade die wordt aangericht, vind ik dat iedere politicus zich achter zijn oren moet krabben en moet nadenenken over de vraag of het zo door kan gaan. Door het vele werk dat verzet is door de club van de youngtimers is aangetoond dat op de berekening van de inkomsten uit mijn amendement nogal wat is af te dingen.

    Het vervelende aan die discussie is dat Financiën dat eigenlijk ook wel met zo veel woorden toegeeft, maar volhoudt dat de eigen berekeningen -- ik zeg het in mijn woorden -- nooit de waarheid pretenderen te zijn, maar slechts een zo betrouwbaar mogelijke indicatie geven. Ik herhaal dat dit mijn woorden zijn, voordat ik daar strijd over krijg met de staatssecretaris. Tegen de initiatiefnemers zegt het ministerie dat zij gelijk zouden kunnen hebben, maar dat het ministerie als gevolg daarvan de eigen calculatie nog niet gaat aanpassen. Ik verwijs naar hoe dat is verwoord in de nota naar aanleiding van het verslag. Het ministerie ziet geen nieuwe gezaghebbende bron die totaal anders is dan de hunne, en dan draait het vooral om het woordje "gezaghebbend". Zo pingpongen wij heen en weer. De staatssecretaris stelt dat de andere aangeleverde gegevens ter discussie staan ten opzichte van de eigen cijfers. Daarmee wordt de hardheid van alles wat er op tafel komt ter discussie gesteld.

    Inmiddels is het geld van mijn amendement besteed aan buitengewoon goede doelen. Ondanks het badinerende toontje van collega Remkes daarover denk ik dat dit geld zeer goed besteed is. Adeldom verplicht. Ik heb een nieuw amendement gemaakt om te wijzigen wat ik vorig jaar heb ingebracht, met de strekking, hetzelfde doel te bereiken. Het nieuwe amendement zal inhouden dan alle zakelijk gereden auto's ouder dan 15 jaar een bijtelling op basis van de dagwaarde krijgen van 35% in plaats van de huidige 25%. Dat betekent een verbreding van de grondslag, maar het betekent tegelijkertijd een extra prikkel voor vergroening. Het resterende deel van het amendement wordt gedekt uit de opbrengsten van mijn amendement van vorig jaar als het gaat om het uitfaseren van de oldtimers per 2012.

    De heer Remkes (VVD):

    Ik begrijp het zeer mitigerende financiële effect wel, dat de dekking in feite door dezelfde groep moet worden opgebracht door dat percentage op 35% te stellen. Misschien dat de heer Cramer nog een toelichting wil geven op het percentage van 35. Is daarbij leidend geweest het vinden van geld? Of ligt daar een andere, diepere wijsheid aan ten grondslag?

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Leidend is daarbij geweest dat ik aan de groep toch een prikkel wil geven om te gaan kijken naar verjonging van het wagenpark. Helemaal in combinatie met de andere fiscale maatregelen van de staatssecretaris voor zuinige auto's -- 14% bijtelling voor elektrische auto's en tijdelijk zelfs 0% -- denk ik dat er een raamwerk ontstaat waarin degenen die per se willen blijven rijden, er lichtjes op vooruit gaan, van 25% naar 35% op basis van dezelfde grondslag, namelijk de dagwaarde, en dus niet de cataloguswaarde, zoals het in het vorige amendement stond. Ik denk dat daar een extra prikkel van uitgaat en dat daarmee voorkomen kan worden dat er een verschuiving optreedt naar zakelijk gereden oldtimers die nu geen bijtelling hebben. Daarmee is volgens mij in belangrijke mate tegemoet gekomen aan de bezwaren die ingebracht zijn en wordt er toch meer dan nu een prikkel gegeven om zuiniger te gaan rijden.'

    Tot slot meen ik dat ondanks het holst-van-de-nacht- en niet-pluisgevoel van de heer Remkes inmiddels een buitengewoon goede besteding gevonden is voor die 120 mln.

    De heer Tang (PvdA):

    Mijnheer Remkes, soms moeten mensen gewoon lessen trekken. Ik kom zelf uit de traditie van wetenschappers en economen. Daar gold altijd een uitspraak van Keynes, die zei: "If the facts change, I change my mind. What do you do, Sir?" Ik denk dat dit een voorbeeld is van iets waarin de feiten gewoon anders bleken te liggen dan wij toen dachten dat zij lagen. Dat kan een reden zijn om van mening te veranderen. Een zure reactie past dan niet. Daar hoort gewoon bij dat je van mening kunt veranderen. Dat lijkt mij heel terecht.

    De heer Remkes (VVD):

    Ik heb altijd geleerd dat je eerst de feiten moet checken en dat je eerst na moet denken voordat je dingen doet.

    Wat ik constateer is dat bij dit amendement precies het omgekeerde is gebeurd. Daar ging het mij met name om. Ik vind dat de Kamer, als zij als medewetgever de staatssecretaris soms aanspreekt op zorgvuldigheid, ook bereid moet zijn om de hand in eigen boezem te steken. Zij moet dat soort rare fratsen gewoon niet doen.

    De heer Tang (PvdA):

    U maakt het te makkelijk.

    De heer Remkes (VVD):

    Nee!

    De heer Tang (PvdA):

    Luister, mijnheer Remkes, u hebt het gewoon niet goed gevolgd. U moet uw feiten kennen.

    De voorzitter:

    Mijnheer Tang, het helpt altijd als u via de voorzitter praat. Dan raakt u niet zo geëmotioneerd.

    De heer Tang (PvdA):

    Goed, voorzitter, u hebt gelijk. Het heeft meer dan een halfjaar geduurd voordat wij de feiten boven tafel hadden. De heer Cramer beschreef het "pingpongen", zoals hij dat noemde. Dat betekent, mijnheer Remkes -- sorry: voorzitter -- dat het, anders dan de heer Remkes het doet voorkomen, niet zo gemakkelijk is om de feiten boven tafel te krijgen.

    De voorzitter:

    Mijnheer Remkes, de laatste keer op dit punt.

    De heer Remkes (VVD):

    Om dat proces van het afgelopen halfjaar gaat het mij helemaal niet. Het gaat mij om het moment van besluitvorming zelf en datgene wat daaraan vooraf is gegaan.

    De heer Tang (PvdA):

    Ja goed, ik vind dat gewoon wat makkelijke opmerkingen. We hebben het net over de Wet werken aan winst gehad en over de verliesverrekening. Ook een fout. Komt u daar dan ook gewoon voor uit. Daar hebt u meer tijd voor gehad, maar u maakt toch een fout.

    De voorzitter:

    Alleen de voorzitter, mijnheer Tang.

    De heer Tang (PvdA):

    Op het moment dat er een crisis is, moet de verliesverrekening ad hoc weer geïntroduceerd worden, omdat de Tweede Kamer toen bij volle bewustzijn, met steun van de VVD, besloot om de verliesverrekening maar te schrappen op vage budgettaire gronden. Dat soort fouten wordt blijkbaar gemaakt. Daar moeten we niet over gaan miepen. We moeten soms ook even lessen durven trekken.

    De voorzitter:

    Ik stel voor dat de heer Tang nu zijn betoog inhoudelijk vervolgt, want ik geloof niet dat dit een op overeenstemming gericht overleg is. Zo heet dat in de polder!

    De heer Tang (PvdA):

    Een ander punt is het pingpongen tussen ministerie en Tweede Kamer. Dat blijft een grote bron van ongemak. Om eerlijk te zijn -- ik heb dit wel vaker gezegd -- vind ik dat hier eigenlijk een onafhankelijk instituut zou moeten zijn waartoe de Kamer vrij toegang heeft, mede om de positie van de Kamer te versterken. Ik blijf het een eigenaardige situatie vinden dat er een raming wordt gegeven door een instituut dat ook belang heeft bij die raming. Ik ben ervan overtuigd dat die ramingen in alle oprechtheid worden gegeven, maar ik vind dat je zelfs de schijn van belangenverstrengeling moet vermijden. Dit heb ik wel vaker in de Kamer naar voren gebracht, maar ik moet zeggen dat deze ervaring mij weer heeft gesterkt in het idee om hierin toch maar weer eens het initiatief te nemen.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Proef ik steun van de PvdA-fractie voor een voorstel om de Raad voor Economisch Adviseurs nieuw leven in te blazen?

    De heer Tang (PvdA):

    Als de Raad voor Economisch Adviseurs nu wat minder advies had gegeven, wat meer aan analyse had gedaan en wat meer zijn werk had gedaan, zou dat misschien nog aardig zijn geweest. Wat ik bedoel heeft echter meer iets weg van het CBO, het Congressional Budget Office, waar wij vorig jaar op bezoek zijn geweest met deze vragen in het achterhoofd. Dit is dus niet een vraag die voor het eerst opkomt.

    Laat ik daarbij aansluiten: in Amerika, New York, hebben wij ook een bijeenkomst gehad met belastingadviseurs die buitenlandse bedrijven adviseren, zowel buitenlandse bedrijven die in Nederland investeren als Nederlandse bedrijven die in het buitenland investeren. Ik merkte dat de heer Bashir veel motieven toedichtte aan deze mensen. Bij die bijeenkomst heb ik in ieder geval de overtuiging opgedaan dat er echt een probleem was met de deelnemingsvrijstelling. De hele bijeenkomst werd daardoor gedomineerd. Het was gewoon technisch niet mogelijk om een waterdicht antwoord te krijgen. Dat speelde daar. Het had met de laagbelaste beleggingsvrijstelling te maken; ik begreep het toen in in ieder geval beter dan nu, want het is al meer dan een jaar terug. Maar er zat een technische lastigheid in, en als het gaat om geleerde lessen, denk ik dat het terecht is dat dit een maatregel is die ook weer snel wordt veranderd. De maatregel is volgens mij, uit het hoofd gezegd, per 1 januari 2007 ingevoerd. Dat betekent dat deze maatregel niet lang heeft standgehouden, maar daar was ook alle reden voor. Dit is een positieve verandering; nogmaals, van sommige lessen kunnen wij leren.

    Positief is ook de doorschuiffaciliteit waardoor de bedrijfsopvolging nu al tijdens het leven makkelijk tot stand komt en niet pas bij overlijden. Dat lijkt me ook een zeer terechte verandering.

    Ik heb nog drie losse punten ter bespreking. Het eerste punt gaat over pensioen, in het bijzonder over artikel 38 van de Wet op de loonbelasting 1964. Dat artikel is, zoals iedereen weet, van belang voor de pensioenen van internationale organisaties, die wij graag in Nederland en in het bijzonder in de stad Den Haag herbergen.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Of in Amsterdam.

    De heer Tang (PvdA):

    Of in Amsterdam, prima. Dit artikel is in 1998 door de Tweede Kamer per amendement aangenomen. Er ligt een uitspraak van de Hoge Raad die de strekking van het amendement overeind houdt. De Raad van State zegt over het huidige Belastingplan droogjes dat het oordeel van de Hoge Raad gerespecteerd dient te woorden. Waarom gaat het precies? Artikel 38 moet dubbele belasting voorkomen. De premies zijn nooit afgetrokken. De pensioenen horen dan ook niet belast te worden. De Partij van de Arbeid begrijpt deze wijziging niet. Ik heb zelfs nog geen goede reden gehoord. Volgende week is de laatste kans, staatssecretaris. Ik ben benieuwd. Maar het lijkt mij dat wat de Kamer ooit per amendement heeft ingevoerd, zij er ook weer per amendement kan uithalen.

    Het tweede punt gaat over de verpakkingenbelasting. De verpakkingenbelasting is flink vereenvoudigd. De vraag die nog steeds rest, is misschien zeker zo belangrijk. Is de belasting effectief? We weten het niet. We willen het wel graag weten. Wanneer komen we het te weten?

    Het derde punt betreft mkb-beleggingen. Bij het Belastingplan 2008 is het amendement-Kortenhorst/Tang ingediend, dat kapitaalverschaffing aan het midden- en kleinbedrijf via belegging beoogde te vergemakkelijken. Het belang van dat amendement is nu groter dan ooit. Meer dan ooit is het belang van risicodragend kapitaal duidelijk. Het midden- en kleinbedrijf kijkt naar banken, maar heeft niet zozeer behoefte aan nog meer leningen en nog meer schulden, als wel aan risicodragend kapitaal. Het amendement moest worden voorgelegd en is inmiddels voorgelegd aan de Europese Commissie. Er zouden Europeesrechtelijke bezwaren tegen het amendement kunnen bestaan. Of dat zo is, weet ik niet precies. Wel weet ik inmiddels dat in andere landen vergelijkbare regelingen tot stand zijn gekomen en zijn goedgekeurd door de Europese Commissie. Ik vraag de staatssecretaris dan ook om de gang van zaken toe te lichten en te vertellen hoe het kabinet vooruitgang heeft geboekt en wil boeken. Ik vraag hem ook om te kijken naar de regeling in het buitenland, om er lessen uit te trekken en er iets van te kunnen opsteken. Ik heb zelf inmiddels gekeken naar het Engelse model. Dat lijkt ons basis te kunnen zijn voor een vrij eenvoudig amendement. Ook hierbij stel ik natuurlijk de vraag wat er met het geld gebeurd is van het amendement dat er in 2008 lag. Ik neem aan dat de staatssecretaris dat niet zomaar heeft uitgegeven. Geld mag dan ook geen probleem zijn.

    6. Fiscale vereenvoudigingswet 2010 (32130) (inclusief de bijlage: notitie modernisering Awr)

    De voorzitter:

    Bestaat er behoefte aan om ook het zevende blok dat gepland is, "wat verder ter tafel komt", te combineren met blok 6? Ik zie met name knikken. Ik stel dus voor dat wij aan de laatste blokken beginnen. Van sommige mensen is de spreektijd zo'n beetje op, maar gezien de totaal beschikbare tijd zal ik daaraan niet al te streng de hand houden.

    De heer Van der Vlies (SGP):

    Ik heb drie vragen aan de staatssecretaris. De eerste gaat over de vereenvoudiging van de inkomstenbelasting. In het verslag heb ik de regering gevraagd of de systemen van de Belastingdienst zodanig zijn zodanig zijn ingericht dat ook belastingadviseurs met eigen commerciële aangiftesoftware de beschikking krijgen over de vooringevulde aangiften. De staatssecretaris gaf als reactie dat de vooringevulde aangifte in 2010 alleen beschikbaar is voor degene die zelf elektronisch aangifte doet, omdat er nog geen algemeen werkende machtigingsvoorziening beschikbaar is. Wel gaf de staatssecretaris aan dat daar hard aan wordt gewerkt. Mijn fractie heeft deze vraag niet voor niets gesteld. Er is duidelijk sprake van het gebruik door belastingplichtigen van intermediairs. Daarom is dit een relevante zaak. Vooringevulde aangiften voor intermediairs leveren een grote administratieve lastenbesparing op. Graag hoor ik van de staatssecretaris of hij een tijdspad kan aangeven voor de realisatie van de machtigingsvoorziening en de vooringevulde aangiften voor intermediairs.

    De voorgestelde werkkostenregeling heeft al heel wat pennen in beweging gebracht. De staatssecretaris heeft afgelopen donderdag een brief naar de Kamer gestuurd, waarin hij een deel van de onrust wegneemt. Mijn collega's hebben al vragen over dit onderwerp gesteld.

    Ik vraag de regering nog in te gaan op het volgende. Het is ons niet helemaal duidelijk waaruit de reductie van administratieve lasten voor het bedrijfsleven bestaat. Het bedrijfsleven moet immers continu bewaken of men niet boven de grens van 1,5% uit komt. Daarnaast vraag ik de regering of de prijs van deze vereenvoudiging niet erg hoog is voor werkgevers die veel werknemerskosten voor hun bedrijfsuitvoering moeten maken. Graag een reactie op dit punt.

    Dan ligt er nog de kwestie van het nieuwe partnerbegrip. Vorige week, bij de behandeling van de successiewetgeving, hebben we daarover uitvoerig gesproken. Er is een verschil door het nieuwe partenbegrip in de werkingssfeer van de toeslagen en het al dan niet zijn van een toeslagpartner. Dit heeft effect op de diverse toeslagen die er zijn in de sfeer van wonen, zorg en op kindgerelateerde toeslagen. Maar goed, we hebben vorige week hierover uitvoerig gesproken, dat moeten we hier denk ik niet herhalen.

    Dan kom ik bij mijn laatste punt, de vermogensrendementsheffing. Deze is in 2001 geïntroduceerd. Toen is afgesproken voor een risicoloze belegging gemiddeld 4% rendement te berekenen. Als je de achterliggende jaren bekijkt, van 2001 tot nu, met een gedeelte van 2008 en 2009 daarbij uitgezonderd, is die 4% niet gehaald. Dat risico is in 2001 onder ogen gezien. Ik herinner mij nog heel goed de discussie daarover met minister Zalm. Hij had toen een berekening, terugziend en vooruitziend, waar uitkwam dat het wel zo'n beetje rondliep. Dat is echter sindsdien dus niet tot stand gekomen. Niets wijst erop dat dit wel stabiliseert. Vandaar mijn vraag. Ik wil deze niet in dit debat over dit Belastingplan tot conclusie brengen, maar ik vind wel dat de eerlijkheid gebiedt dat wij toch een keer moeten spreken over de vraag wat in box 3 het bedrag van de rentetoerekening wordt over de rendementsbeweging. Ik wil hier graag een voorlopige reactie van de staatssecretaris op hebben.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Voorzitter. Fiscale vereenvoudiging is een hoofdpunt van de agenda van deze staatssecretaris. De CDA-fractie prijst hem voor het feit dat hij juist de werkkostenregeling geïdentificeerd heeft als een regeling die buitengewoon veel administratieve lasten oplevert. Die werkkostenregeling kan zeker versimpeld worden. Mijn fractie was alleen wat verbaasd door de eerste reacties en door de snelheid waarmee gekomen werd tot een nieuwe werkkostenregeling. Ook bij ons heeft natuurlijk de brief van zowel de staatssecretaris als VNO-NCW van afgelopen donderdag enige zorgen weggenomen, maar we hebben nog wel een aantal vragen over.

    Ten eerste. Bij de werkkostenregeling willen wij graag nu weten hoe het op dit moment zit met de geraamde budgettaire derving. Is er overeenstemming met VNO-NCW over de definitieve situatie? Ten tweede. Wat stelt de staatssecretaris eigenlijk voor bij de evaluatie over twee jaar? Onder welke voorwaarden zal overgestapt worden naar het nieuwe stelsel en onder welke voorwaarden zullen we het oude stelsel continueren? Is er een minimum aantal bedrijven dat de overstap moet maken, of een minimum aantal werknemers bij die bedrijven? Hoe gaat de staatssecretaris het succes beoordelen? Ten derde. Is er in de overgangsperiode nog sprake van enige vereenvoudiging en verlichting van de administratieve lasten, of komen we met dubbele systemen te werken? Zou de staatssecretaris dit bijvoorbeeld aan Actal kunnen voorleggen, net zoals bij de kleine baantjes?

    Dan heb ik nog een paar inhoudelijke vragen op dit terrein. Wij krijgen vragen van mensen in de land- en tuinbouwsector, die bijvoorbeeld tijdelijke huisvesting aanbieden aan werknemers van buiten. Dat kunnen werknemers van elders in Nederland zijn, maar ook werknemers uit Oost-Europa. Valt dit straks onder 80% eindheffing? En hoe gaan we die onderkomens waarderen, denk ik daar dan maar altijd vrolijk bij, maar dat terzijde … Valt de persoonsbeveiliging er eigenlijk onder, vragen wij ons op serieuze toon af? Als de staatssecretaris een niet-serieuze toon wil hebben, vinden wij die wel in de nota naar aanleiding van het verslag: "veel voorzieningen op de werkplek zoals toiletverstrekkingen, koffieautomaten worden naar algemeen maatschappelijke opvatting niet ervaren als beloningsvoordeel, ook al maakt de werknemer er soms voor privédoeleinden gebruik van". Je moet wel enige meligheid hebben wanneer je dit aan het lezen bent op zondagmiddag!

    Het gaat echter om iets serieus. Daarom hadden wij nog wat andere vragen. Wij kunnen ons heel goed voorstellen dat de staatssecretaris de outplacement eruit heeft gehaald. Overigens dank voor die wijziging. Waarom moet de extra korting op hypotheken er echter worden uitgehaald? Ik kan mij nog een hypotheekgevalletje in Borne, waar ik vandaan kom, herinneren waarvan ik denk: dan gaat die instelling daar maar nat op. Dat betekent namelijk wel dat de rest van Nederland verwacht dat het van 1,5% naar 1,4% omlaag wordt gebracht.

    Hoe blijven zaken mogelijk die wij allemaal wenselijk vinden en die ook mogelijk moeten blijven, zoals meer fietsen naar je werk, in het nieuwe werkkostenregime? Kan de staatssecretaris daar uitgebreid op ingaan?

    Hoofdstuk 3 gaat over de vereenvoudiging van de inkomstenbelasting. Bij de eigenwoningregelingen ontstaat enige onrust bij de mensen die al een nieuwe woning hebben gekocht die veel goedkoper is, maar die er nog niet in zijn geslaagd om hun oude woning, die zij duurder hopen te verkopen, voor 31 december te verkopen. Deze valt volgens de nota naar aanleiding van het verslag buiten de goedkopewoningregeling. Deze mensen voelen zich in hun rechtszekerheid aangetast. Zij worden nu geconfronteerd met een moeilijke situatie: zij hebben hun oude woning immers nog niet verkocht en kunnen geen gebruik maken van de goedkopewoningregeling. Hoe kijkt de staatssecretaris daartegenaan? Is hij eventueel bereid om voor deze beperkte groep mensen die hun woning al had gekocht voordat wij hierover in debat gingen, nog een uitzondering te maken? Waarom is de verkorting van vijf naar drie jaar echt nodig? Zou die periode niet gewoon op vijf jaar kunnen blijven? Misschien is dat een leuke uitruil tegenover het niet verhogen van de boetes.

    Waarom is als peildatum voor de vereenvoudigingen in box 3 niet gekozen voor 1 juli? Dat scheelt ook een hoop geld. Naar aanleiding van onze antwoorden merken wij op dat er een hele hoop seizoenskaarten is die halverwege het seizoen nog €500 waard zijn en die kennelijk allemaal onder box 3 moeten worden gebracht. Wij wensen de Belastingdienst veel sterkte om dat te achterhalen en zijn zeer benieuwd hoe dat gaat gebeuren. Ik vraag om te denken aan een iets ruimer begrip van de kleinere dingen die erbuiten vallen, anders vraag je iets van mensen wat zij feitelijk niet hebben.

    De heffingskortingen. Wij zijn er een beetje verbaasd over dat de door de GroenLinks-fractie vandaag zo verguisde doorwerkbonus wordt gecombineerd met de arbeidskorting. Straks heeft dus iedereen een doorwerkbonus. Een zestienjarige moet op zijn inkomstenbelastingformulier dus een doorwerkbonus vragen. Die doorwerkbonus is er niet omdat hij 's avonds na vijf uur doorwerkt bij de Albert Heijn, maar omdat het op zijn belastingformulier "doorwerkbonus" heet. Wij vinden dit een wat rare titelkeuze, die ook tot dom onbegrip kan leiden over waartoe hij is bedoeld. De regel is namelijk voor het grootste gedeelte bedoeld voor de arbeidskosten, in ieder geval tot je 57ste. Daarna zit er een extra component in. Zou de regering willen overwegen om wel de grondslagharmonisatie te laten plaatsvinden maar niet de integratie van de arbeidskorting en de doorwerkbonus?

    De voorzitter:

    Ik hoor de heer Remkes wat zeggen, maar ik verzoek hem alleen te spreken via de microfoon en de voorzitter te spreken. De heer Omtzigt heeft dus het woord.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Mijn antwoord op de niet gestelde vraag is: wij hechten ook erg aan de term "doorwerkbonus" maar dan wel voor mensen vanaf 57, 58, 59 of 62 jaar. Wij zouden ons ook kunnen voorstellen dat het kabinet voorstelt om de verhoogde arbeidskorting te integreren in de doorwerkbonus. Wij kunnen ons er dus best iets bij voorstellen om de verhoging met €250, €500 en €750 in de doorwerkbonus te stoppen. Dit voorstel wekt echter enige mate van verwarring.

    Wij zijn blij met de manier waarop de stroomlijning van het partnerbegrip vorm krijgt. Ik hoop van harte dat die ook in de Successiewet morgen haar beslag krijgt. Daarmee wordt een stuk eenvoudiger en helderder dat de keuze voor een civielrechtelijk huwelijk, een civielrechtelijk of misschien zelfs notarieel samenwoningscontract rechtsgevolgen heeft in de fiscale wetgeving. Daarmee is er geen sprake van het aan alle kanten repareren van wat een partnerbegrip is.

    Wel zouden we nog een nadere beschouwing willen over de bevoordeling van een samengesteld gezin dat niet huwt boven een wel gehuwd gezin. Het verschil bedraagt enige honderden euro's en dat verbaast ons. Wat is de achterliggende reden daarvan? Waarom zou een gezin meer of minder krijgen dan een ander gezin in een vergelijkbare situatie? Waarom zou het moeten afhangen van de vraag van wie de kinderen binnen het gezin afkomstig zijn?

    Over de Fiscale Onderhoudswet hebben wij verder geen vragen. Ik heb vergeten mee te delen dat wij buitengewoon content zijn met de afschaffing van de vliegbelasting en die van harte ondersteunen. Het is van alle wetsvoorstellen die wij hebben gezien het meest eenvoudige.

    In de afdeling "wat verder ter tafel komt" noem ik uit mijn hoofd nog de moties van de afgelopen jaren die er nog liggen. De historische vliegtuigen zijn naar OCW overgeheveld. Er lijkt nu een regeling te komen. Kan de staatssecretaris samen met de club van de historische vliegtuigen, het ministerie van OCW en het ministerie van Financiën om tafel gaan om gezamenlijk een oplossing te vinden? Het ging echt om de accijnskwestie. Het gaat om de lichte accijns. Alleen die vliegtuigen vliegen nog op benzine en niet op kerosine, waar heel weinig accijnsdruk op zit. Ik vraag de staatssecretaris om met een oplossing te komen die ook voor het veld aanvaardbaar is.

    Dan de motie die ik samen met collega Tang heb ingediend voor de DigiD voor mensen in het buitenland. We zijn halverwege de oplossing, nu ook nog alle niet-ambtenaren en alle mensen die niet voordat ze weggingen een DigiD hebben aangevraagd. Voor hen moet toch een oplossing mogelijk zijn, bijvoorbeeld bij de aanvraag van het paspoort, als men toch naar de ambassade gaat? Men moet tegenwoordig honderden kilometers reizen. Ook mensen die in het buitenland wonen, hebben wel eens een nieuw paspoort nodig. Misschien kunnen ze meteen een DigiD meekrijgen, dan zijn we meteen van het hele gedonder af. Die mensen vinden het geweldig om elektronisch te kunnen communiceren met de Belastingdienst en dat is ook wel eens fijn om te horen.

    Volgens mij vergeet ik nog een motie. Daar kom ik dan wel op terug in tweede termijn of in het plenaire debat.

    De heer Remkes (VVD):

    Voorzitter. Wat betreft de historische vliegtuigen sluit ik gaarne aan bij collega Omtzigt, want die motie is qua bedoeling nog niet goed uitgevoerd. De staatssecretaris mag zich op dit punt niet rijk rekenen.

    Bij fiscale vereenvoudiging zijn wij natuurlijk voorstander van datgene wat maar enigszins mogelijk is. Ik maak daar echter twee kanttekeningen bij. In de eerste plaats loop je in deze discussie al snel aan tegen de vraag: wat is rechtvaardig? Daar kan soms spanning zitten. Ik zal daar straks een voorbeeld van noemen. In de tweede plaats zal bij de vereenvoudigingsoperatie nadrukkelijk het fundament moeten worden gevonden bij de burger of bij het bedrijf. Ik krijg zo af en toe de indruk dat de processen bij de Belastingdienst het uitgangspunt zijn. Als die zaken mooi kunnen samenlopen, is dat prachtig, maar er kan soms enige spanning op zitten.

    Laat ik beginnen bij de werkkostenregeling. Ik heb mij afgevraagd of over het aanvankelijke voorstel van de staatssecretaris voldoende overleg met het bedrijfsleven heeft plaatsgevonden, gegeven de veelheid aan reacties die wij erover hebben ontvangen. De collega's Omtzigt en Van der Vlies hebben al wat vragen gesteld, maar ik sta op het volgende standpunt. Het gaat in 2011 pas in. Wees verstandig en haal het voorstel er nu uit, pleeg snel overleg, probeer tot consensus te komen en kom begin 2010 met een nieuw voorstel bij de Kamer. Een amendement van die strekking is inmiddels ingediend. De brief en de nota van wijziging van de staatssecretaris komen in de geest eigenlijk redelijk dicht bij dat amendement, omdat bedrijven gedurende een periode van drie jaar de keuze krijgen. Ik heb de brief zo gelezen dat het over de brede linie een echte keuzemogelijkheid zal betekenen tussen het bestaande regime en de regeling zoals die in het wetsvoorstel is voorzien. Bij mij leeft echter ook de vraag wat er eigenlijk na die tijd gebeurt.

    Het kan namelijk niet zo zijn dat wij na drie jaar op de automatische piloot terugvallen op het wetsvoorstel. Kan er een zodanige werkwijze gekozen worden dat er ruim voor 2014, bijvoorbeeld in de zomer of het najaar van 2012, een rapportage aan de Tweede Kamer wordt gestuurd? Zo kan de Kamer daar in volle vrijheid over besluiten. Als die toezegging gedaan zou worden, zou ik bereid zijn om dat amendement in te trekken. Ik hecht daar dus zeer aan.

    Dan kom ik op de modernisering van de AWR. Ik heb begrip voor de keuze van de staatssecretaris om dat stapsgewijs te doen in verband met het McKinsey-rapport dat op tafel ligt. Ik zou wel graag van hem vernemen wat precies de ambitie in de tijd is. Wanneer moet dat moderniseringsproces zijn afgerond?

    Dan kom ik op de vereenvoudiging van de inkomstenbelasting. Collega Omtzigt heeft ook al een opmerking gemaakt over de goedkoperwonenregeling. Ook mij bereiken signalen dat er grote vrees bestaat bij mensen die zich geconfronteerd zien met een ingrijpend andere inkomenssituatie en om die reden tot verkoop van hun huis moeten overgaan. Zij hebben hun huis nog niet verkocht, maar hebben al wel een goedkopere woning gekocht. Dit is actueel in de huidige woning- en arbeidsmarkt. Dit voorbeeld illustreert dat vereenvoudiging op zichzelf wel onderschreven kan worden, maar dat de rechtvaardigheid ook altijd als randvoorwaarde aan de orde behoort te zijn. Ik sluit me op dat punt aan bij de vraag van de heer Omtzigt.

    Ik wil met name in de richting van het CDA de opmerking maken dat dit in feite de tweede keer is dat er gemorreld wordt aan het regeerakkoord. Daarin stond helder aangegeven dat de fiscale behandeling van de eigen woning in deze periode ongewijzigd zou blijven. Wij hebben eerst de discussie over de eigenwoningwaarde gehad. Dat was de eerste keer en dit is de tweede keer. Dat vind ik politiek nog wel een pikant punt. Ik zou het kabinet zeer afraden om hieraan een legitimatie te ontlenen om met dat gemorrel door te gaan, mocht de Kamer hiermee onder condities akkoord gaan.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Kan de heer Remkes zich nog herinneren dat bij het vorige Belastingplan met name de VVD-fractie vroeg naar een vereenvoudiging van deze buitengewoon ingewikkelde regeling? Die ligt nu voor met aan de ene kant de verruiming en aan de andere kant een verkrapping. Stemt hij hiermee in of niet?

    De heer Remkes (VVD):

    Dat laat ik op dit ogenblik nog even buiten haken staan. De vraag van de heer Omtzigt of er geen groepen zijn die tussen wal en schip vallen, leeft bij mij ook zeer. Ik ben benieuwd naar het antwoord van de staatssecretaris op dit punt. Dat is voor mij een randvoorwaarde om hiermee te kunnen instemmen. De heer Omtzigt en ik zijn het waarschijnlijk samen wel eens, maar dat lost deze aanpassing niet alleen op. De heer Omtzigt weet natuurlijk ook dat de bijleenregeling ontzettend ingewikkeld is. Dit is misschien een kleine stap, maar dat maakt de bijleenregeling in de kern nog niet tot een voor iedereen begrijpelijke regeling.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Ik ben blij met die laatste opmerking van de heer Remkes. Te meer dat daar waar hij tegenstander is van welke fiscale wijziging dan ook, er ongedekte amendementen liggen, zowel bij de Successiewet als hier -- een stapeltje van een stuk of twintig -- dus ik ben blij dat hij het hier nog even heroverweegt.

    De heer Remkes (VVD):

    Toen zat de heer Omtzigt nog …

    De heer Omtzigt (CDA):

    … in de trein.

    De heer Remkes (VVD):

    Ik heb daar bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Successiewet 1956 ook op gewezen. Bij het Belastingplan ligt een volwaardig amendement van de VVD-fractie. Als er wensen zijn, zijn die gedekt. Ik heb zelfs geld over.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Zo kennen wij de VVD'ers weer: er is geld zat!

    De heer Bashir (SP):

    Voorzitter. In het verlengde hiervan vraag ik aan mijn rechterbuurman -- zowel politiek als letterlijk -- hoe hij aankijkt tegen het op fiscaal terrein stimuleren van mensen om een hypotheek af te lossen.

    De voorzitter:

    Volgens mij is de vraag heel duidelijk. De heer Bashir vraagt wat de heer Remkes ervan vindt.

    De heer Remkes (VVD):

    Volgens mij heeft er onder het vorige kabinet al een aanpassing in die richting plaatsgevonden door een aantal mogelijkheden weg te snijden. Er is dus al een belangrijke stap gezet om aflossingen van hypotheken te stimuleren. Als de heer Bashir mij vraagt of daarmee het denken bij de VVD-fractie stopt, antwoord ik: het denken stopt nooit; daar zijn wij permanent mee bezig.

    De heer Bashir (SP):

    Dat is positief!

    De heer Remkes (VVD):

    Voorzitter. Ik kom op de vereenvoudiging van box 3. Collega Omtzigt heeft gevraagd of 1 juli mogelijk is. In de schriftelijke inbreng was mijn vraag veel meer of 31 december mogelijk is, vanuit de primaire invalshoek dat de jongste waarde natuurlijk het meest aansluit bij de beleving van de belastingplichtige. Op het moment dat je gaat zitten op 1 januari, ziet de belastingplichtige dat er inmiddels, ofwel in positieve, ofwel in negatieve zin, een hele ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Ik geef overigens toe dat de pijn nog wat groter zal zijn als hij meer moet betalen. De staatssecretaris zegt nu dat met name een aantal technische overwegingen, gegevens van banken en verzekeraars, 31 december onmogelijk maken. Ik bedoel dit niet denigrerend, maar dat is toch eigenlijk een kwestie van het maken van nadere afspraken? Ik kan mij niet voorstellen dat er met banken en verzekeraars niet zodanige afspraken te maken zijn dat die gegevens ruim voor 1 april beschikbaar zijn. Ik laat mij graag op basis van nadere argumenten overtuigen, maar zo kijk ik er op dit ogenblik tegenaan.

    Ik ga in op de stroomlijning van het partnerbegrip. Daar heb ik veel meer kanttekeningen bij, omdat dit, wat mij betreft, er eigenlijk een typisch voorbeeld van is dat het voorinvullen van de aangifte het hoofdmotief bij dit voorstel is. De staatssecretaris zegt dat overigens ook en hij zegt tegelijkertijd ook dat wij het ook moeten zien in een bredere context. Ik ben er eigenlijk benieuwd naar wat die "bredere context" is. Een ding is namelijk duidelijk: de gewone mensen in de samenleving, die nu wel de mogelijkheid hebben om te kiezen, wordt die keuzemogelijkheid ontnomen. Dat is enigszins het voorbeeld van: probeer nu in je redeneerlijn aan te sluiten bij de beleving van de burger. Ik vraag mij ten zeerste af of de burger dit wel als een vereenvoudiging zal ervaren. Daar komt de vraag bij of wij, als dit onverhoopt toch zo moet, in aansluiting bij de discussie over de succesiewetgeving, kunnen praten over een fatsoenlijke overgangsregeling.

    Ik heb nog een opmerking over het per 1 januari 2010 afzien van indexatie van het heffingsvrije vermogen in box 3. Die maatregel moet dienen als dekking voor de maatregel op het terrein van de peildatum. Door collega Tang -- hij is net even weggelopen -- wordt regelmatig gesproken over de mensen met kleine vermogens. Je kunt zeer de vraag stellen of deze maatregel juist in die context wel logisch is.

    Met de rendementsontwikkeling is ook het een en ander aan de hand. Het gaat dan vooral vaak om mensen die niet kiezen voor beleggen, maar om mensen die hun geld gewoon op de bank hebben staan, in het perspectief van het percentage van vier. Zij zien ook nog eens dat dit percentage niet wordt geïndexeerd. Dat is voor mij een tamelijk onverteerbaar punt van dit wetsvoorstel.

    Dan kom ik op de vereenvoudiging van de heffingskorting en de integratie met de doorwerkbonus. De VVD was en is geen voorstander van de doorwerkbonus, vooral vanwege de politieke koppeling die gemaakt wordt met de zogenaamde Bos-belasting. Dat is de belasting waarbij de Partij van de Arbeid ouderen met een inkomen van €30.000 al als "rijke" ouderen bestempelt. Tegen een vorm van integratie heb ik technisch niet zo veel bezwaar. Dat wil ik hier wel gezegd hebben. Het komt mij wel voor dat collega Omtzigt daarover nog een paar zinnige suggesties ter overdenking heeft gedaan. Het politieke bezwaar blijft echter recht overeind.

    Ten slotte heb ik nog een vraag die te maken heeft met het gestroomlijnde partnerbegrip dat van toepassing is op de inkomensafhankelijke regelingen. Dat gebeurt, ik citeer: zodra de implementatie van het nieuwe automatiseringssysteem bij de Belastingdienst/Toeslagen is voltooid. Wij weten allemaal welke discussie en welke wereld daaraan ten grondslag liggen. Dat is een onderstreping van het feit dat de systemen maatgevend zijn. De extra pikante vraag is: wanneer is dat?

    De heer Bashir (SP):

    Op dit moment zijn er in de werkkostenregeling 29 verschillende soorten vergoedingen en verstrekkingen in de lonensfeer. Een nieuwe werkkostenregeling biedt de mogelijkheid om flink te snijden in de administratieve lasten die hieraan vast zitten. Het introduceren van een algemeen forfait is een mogelijkheid. Het klinkt logisch dat dit een lastenverlichting is, zoals ik net zei, maar tegelijkertijd zit mijn mailbox helemaal vol met berichten van mensen en bedrijven die dit geen goed idee vinden. Heeft de staatssecretaris hierover goed overlegd met het veld en met de mensen in het land, voordat hij hieraan begon?

    Een ander punt dat mijn fractie aan het hart gaat, is de koppeling van het algemeen forfait aan het loon, als een percentage daarvan. Volgens mij hebben vooral de mensen met de hogere inkomens meer profijt van de omvang van de forfaitruimte. Mijn fractie vreest hierbij toch voor een tweedeling. Deelt de staatssecretaris deze zorgen? Hoe kijkt de staatssecretaris hiernaar?

    In april vorig jaar zei de staatssecretaris in een debat dat het in fiscaal opzicht niet logisch is dat door de bijleenregeling in de loop der tijd een dubbele aftrek ontstaat. De gedachte hierachter is dat de starter op de woningmarkt een extra zetje moet hebben. Alhoewel ik denk dat dit wel een omslachtige manier is om de starter te helpen, kon ik mij toen wel vinden in het argument dat zij een zetje in de rug konden gebruiken. Het verbaast mij dan ook dat deze aftrek nu ineens voor iedereen mogelijk wordt gemaakt. Het kabinet komt met een wetswijziging waardoor alle huizenbezitters erop vooruitgaan, behalve de starters. Als de argumentatie is dat voor iedereen eenzelfde regeling moet gelden, zou het handiger en slimmer zijn om deze regeling af te schaffen. Nu gaat de starter erop achteruit.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Kan de heer Bashir aangeven waarom starters erop achteruitgaan? Steunt de heer Bashir de starters nu zo goed dat hij morgen ook steun zal verlenen aan het amendement van de fracties van het CDA en de ChristenUnie, waardoor ouders de mogelijkheid krijgen om starters een extra steuntje in de rug te geven?

    De heer Bashir (SP):

    Uw vraag gaat over een ander debat.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Het gaat over dezelfde starters, die wij graag een steuntje in de rug geven. Daar wordt morgen over gestemd. Ik neem aan dat u daar een warm voorstander van bent.

    De heer Bashir (SP):

    Dat amendement ligt morgenochtend bij de fractie. Dan gaan wij het erover hebben. U zult ons standpunt morgenmiddag bij de stemmingen zien.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Wat is uw antwoord op de eerste vraag?

    De heer Bashir (SP):

    Wat was uw eerste vraag?

    De heer Omtzigt (CDA):

    Mijn vraag was op welke wijze starters last hebben van het vervallen van de bijleenregeling. Zij zijn volgens mij de enige die er juist geen last van hebben. Ik kon de redenering niet geheel volgen.

    De heer Bashir (SP):

    De bijleenregeling is oorspronkelijk bedacht om starters een zetje in de rug te geven en wordt nu uitgebreid naar iedereen. Daardoor krijg je dezelfde situatie voor iedereen. Mijn idee was om de regeling voor de starters te laten zoals ze was of voor iedereen af te schaffen omdat men dan dezelfde positie krijgt.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Volgens mij is er sprake van een misverstand. Ik denk dat de startersregeling anders in elkaar zit dan de heer Bashir zegt. Ik wil de staatssecretaris verzoeken in de brief helderheid te verschaffen over wat de bijleenregeling is en wat deze precies beoogt.

    De heer Bashir (SP):

    Als er sprake is van een misverstand hoor ik dat graag.

    In het blokje "overige onderwerpen" had ik nog een vraag naar aanleiding van het debat over het dichten van een gat in de pensioenregelingen, doordat de Hoge Raad hierover een uitspraak heeft gedaan. Ik heb begrepen dat mensen die dga zijn, een verboden handeling verrichten als zij hun fiscaal voordelig opgebouwd pensioen uit het bedrijf halen en naar het buitenland verhuizen. Zij krijgen dan een conserverende aanslag die tien jaar geldig is. Volgens mij ontstaat er nu een nieuwe situatie omdat een tweede generatie allochtonen die ook dga zijn, ervoor kiest om het pensioen te genieten in het land van herkomst. Deze mensen gaan wellicht in het land van herkomst van die verboden handeling gebruikmaken. Zij hoeven de conserverende aanslag niet te betalen als zij tien jaar wegblijven. Heeft de staatssecretaris deze risico's gezien en is hij bezig is om hiervoor een oplossing te vinden?

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Voorzitter. Ik heb een aantal opmerkingen over de werkkostenregeling. Ik dank de staatssecretaris voor de extra brief over deze regeling. Deze heeft in ieder geval voor onze fractie een aantal onduidelijkheden weggenomen. De ChristenUnie had gevraagd om de mogelijkheid van een tijdelijk keuzeregime te bezien. Die mogelijkheid is er nu voor de periode van drie jaar gekomen. Daarna zal er geëvalueerd worden. Dan moet duidelijk worden of de nieuwe regeling beter aansluit op de gewenste praktijk en de beoogde lastenverlichting daadwerkelijk gaat opleveren.

    Het is op zichzelf nobel dat de staatssecretaris wil streven naar administratieve lastenverlichting. De uitwerking van de werkkostenregeling is echter heel grofmazig, voor zover wij dat kunnen overzien. De werkgevers wijzen hier zelf ook op. Er zijn zaken die je juist wil stimuleren. Dan wil je niet meer aan het toeval overlaten of zij een plekje in de regeling kunnen krijgen. De ChristenUnie is dan ook blij dat kosten voor outplacement en cursussen in de nota van wijziging onder de gerichte vrijstellingen komen te vallen.

    Er zijn nog een paar zaken die ik onder de aandacht van de staatssecretaris wil brengen. Ten eerste de vergoeding voor gemaakte kilometers. De werkgever mag 19 cent per gereden kilometer vergoeden. Als ik denk aan de vergroening, vraag ik mij af of bij die 19 cent ook een prikkel kan worden ingebouwd. Wat vind de staatssecretaris van het idee om naast een standaardvergoeding de mogelijkheid te creëren om nadere afspraken op bedrijfsniveau te maken waarbij groen gereden kilometers worden afgerekend tegen bijvoorbeeld 23 cent en niet-groene kilometers tegen 15 cent? Daarmee stimuleer je dat ook weer.

    Ten tweede gaat de vergoedingsruimte nu grosso modo €500 per persoon per jaar bedragen. Dat bedrag kan hoger zijn als de loonsom van een bedrijf, waar gemiddeld beter betaalde werknemers werken, groter is. Is de staatssecretaris het net als wij eens met de kritiek dat dit bedrag aan de krappe kant is, helemaal als je kijkt naar vergoedingen die toch wat gewoner zijn geworden, zoals voor een fiets of voor reiskosten. Is er nog ruimte bij die 1,5 of inmiddels 1,4% van de loonsom?

    De heer Omtzigt (CDA):

    Ik hoor een voorstel van de fractie van de ChristenUnie om de kilometervergoeding te verlagen van 19 naar 15 cent en met name voor een beperkte groep die de groene kilometers maakt, uit te breiden naar 23 cent. Wat zijn groene kilometers en hoe is een dergelijk voorstel te handhaven als achteraf moet worden aangetoond of men een groene of een rode kilometer gereden heeft?

    De heer Remkes (VVD):

    Heeft die 15 cent nog enige reële verbinding met de kosten die gemaakt worden in het huidige tijdsgewricht? Vorig jaar werd die 19 cent door de FNV ook al zwaar ter discussie gesteld omdat dat veel te laag zou zijn.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Ik wil eerst even ingaan op de opmerking van de heer Remkes over de vraag of dat bedrag niet te laag is. Het komt voort uit het idee dat je juist ook de prikkel geeft door een wat hoger bedrag te geven voor kilometers die op een milieuvriendelijker manier verreden worden. Dat is ook om tegemoet te komen aan de kosten die je daarmee toch maakt.

    Groene kilometers zijn kilometers die gemaakt worden op de fiets, een elektrische fiets of bromfiets, of een privéauto in de laagste categorie. Het gaat mij nu meer even om het principe -- ik heb daarvoor ook nog geen amendement voorbereid -- of je dat niet zou kunnen gebruiken. Ik denk aan de vrijwilligheid, want ik ben het ermee eens dat de controleerbaarheid ingewikkeld is als je het verplichtend oplegt. Ik kan me voorstellen dat als je afspraken maakt op bedrijfsniveau, je iets extra's zou kunnen betekenen voor de werknemers die groene kilometers rijden.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Ik sla ook een beetje aan op de vrijwilligheid van de maatregel in de fiscale sfeer. Er komt dan weer een keuzeregime bij, net zoals we nu in de werkkostenregeling krijgen. Hoor ik de heer Cramer nu echt voorstellen dat 15 cent per kilometer handhaafbaar is en er onderscheid gemaakt kan worden tussen een rode en een groene kilometer? Is het volgens hem wenselijk dat een grote groep mensen die nu in een wat oudere auto rijdt, niet zo heel veel geld heeft en niet in staat is om een nieuwe a-label Prius te kopen, een fors deel van zijn kilometervergoeding gaat kwijtraken ten koste van de mensen die toch al de fiets van de zaak kregen? Is dat ongeveer wat collega Cramer beoogt?

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Dat is wellicht wat zwart-wit gesteld, maar het is wel goed voor de discussie. Het gaat niet alleen om een vergoeding voor auto's maar ook voor andere vervoermiddelen. Dat brengt al de nodige nuancering aan. U had het over de handhaafbaarheid van 15 cent. Ik heb even twee getallen genoemd en geen van beide is wat mij betreft hard. Of begrijp ik u niet goed?.

    De heer Omtzigt (CDA):

    Het gaat niet over de handhaafbaarheid van 15 cent, maar over de vraag welke kilometers met welke auto zijn gereden. In dat laatste zit dus het probleem van de handhaafbaarheid, zeker als een huishouden twee auto's heeft. Dat is niet ongewoon in Nederland.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Daarom ook had ik het over een convenant tussen werkgevers en werknemers. Je kunt als werknemer met je werkgever afspreken dat je alleen maar declareert wat je daadwerkelijk rijdt. Ik erken echter dat nog goed moet worden nagedacht over de kwestie van de handhaafbaarheid. Het gaat mij nu om het principe.

    De heer Remkes (VVD):

    Een losse flodder dus.

    De heer Cramer (ChristenUnie):

    Nee, ik probeer een discussie op gang te brengen over de vraag of je een prikkel kunt inbouwen in de kilometerkostenvergoeding. Ik heb overigens de laatste tijd wel meer losse flodders gehoord. Ik denk aan de bijdrage van collega Remkes bij de Successiewet. Hij presenteerde toen allerlei plannen zonder enige dekking. Ik probeer een serieuze discussie op gang te brengen zonder direct met een amendement te komen en daar hoor ik dan wel de reacties op. Ik erken ruiterlijk dat de handhaafbaarheid een punt van aandacht moet zijn, maar het gaat mij meer om het principe dat ik nu aan de orde wil stellen.

    Als wij dat ook niet meer mogen, omdat dat dan meteen als een losse flodder uit de lucht wordt geknald, dan zijn wij volgens mij erg ver verwijderd van wat in dit land een normale discussie zou moeten zijn.

    Mijn tweede punt gaat over de vergoedingsruimte. Die ruimte is nu volgens mij 1,4% van de loonsom. De vraag is of dat niet aan de krappe kant is. Mijn derde punt is specifiek gericht op de fietsvergoeding. Deze heeft de afgelopen jaren fantastisch gewerkt. Veel mensen hebben daaraan meegedaan. De vraag is nu of dit bedrag, als de trend van de aanschaf van de elektrische fiets doorzet, eigenlijk niet te laag is, zeker gezien de resterende vragen op dat budget. Daarnaast heb ik de vraag of vooruit mag worden gehaald. Kortom, is het strikt €500 per jaar of mag er dit jaar voor twee toekomstige jaren bijgegeven worden? Hoe werkt dat dan, ook in het licht van die andere vergoedingen? Is de staatssecretaris bereid om deze ingewikkelde discussie makkelijker te maken door van de fiets van de zaak een gerichte vrijstelling te maken, zodat deze niet meer uit dat voorgestelde algemene forfait hoeft te komen? Dan heb ik nog de vraag over de kortingen op hypotheken en verzekeringen die werknemers van hypotheekverstrekkers en/of verzekeraars vaak krijgen. Vallen deze ook onder de werkkostenregeling?

    Tot slot heb ik een wat meer gerichte systeemvraag. Er zijn nu regelingen, zoals die betreffende de fiets, de computer of de apparatuur van de zaak, waarbij de werkgever een belastingvrij bedrag mocht geven, maar het ook via een bruto-nettosystematiek kan afrekenen met de werknemer. Dat laatste gebeurt zeer vaak. De redenering was dat de fiets de werknemer dan maar de helft kost en dat de werkgever niets betaalt. Deze heeft waarschijnlijk zelfs nog het voordeel dat over het lagere brutoloon ook minder pensioenpremie hoeft worden afgedragen. Kan deze methode ook onder de nieuwe werkkostenregeling nog worden toegepast?

    De heer Tang (PvdA):

    Voorzitter. Ik heb al eerder opmerkingen gemaakt over de kilometervergoeding en de differentiatie daarvan. Dat dit geen bizarre mogelijkheid is, bewijst de brief van de leasemaatschappijen die juist deze mogelijkheid nog onder onze aandacht brengen.

    Over de werkkostenregeling is al het nodige gezegd. Ik voeg daaraan niet heel veel toe. De PvdA-fractie ziet op zich graag een vereenvoudiging. Toch is er een golf van kritiek gekomen. Zoals ik al eerder heb gezegd, heb ik zelf afgewacht of die golf zou wegebben. Gelukkig is dat gebeurd. Er ligt een brief van VNO-NCW. Deze staat in schril contrast met een eerdere brief van diezelfde organisatie. Die laatste brief is haast lief. Dat is een fijn einde van zo'n wetgevingsoverleg, toch?

    De golf is weggeëbd, maar toch maak ik een paar opmerkingen. Het is na bestudering van het voorstel wel moeilijk om de logica in de regeling te ontdekken. Wanneer wordt er gebruik gemaakt van een forfait en wanneer is er sprake van een specifieke tegemoetkoming? Ik kan niet aanwijzen wanneer sprake is van het een of het ander. Ik vermoed dat het te maken heeft met verschillen tussen bedrijven. Het is mij ook niet duidelijk wanneer er nu sprake is van een nihil tarief en van een gewoon tarief binnen de forfaitaire regeling. Ik kon niet ontdekken wat nu precies daarvoor het criterium is. Het zou mij wel helpen. Ik hoor graag van de staatssecretaris hoe hij die logica ziet.

    De voorzitter:

    Had de heer Remkes een interruptie? Ik kon het niet goed zien. Nee?

    De heer Remkes (VVD):

    Ik kan het natuurlijk niet helemaal laten. Collega Tang refereert aan de laatste brief van VNO-NCW. Die brief is geschreven nadat bekend was geworden dat de staatssecretaris met een totaal gewijzigd voorstel zou komen.

    De heer Tang (PvdA):

    Ik had het idee dat zij een biertje hadden gedronken, maar hoe dan ook, het is goed dat die brief er is; daarmee bent u het vast eens. Ik ben blij dat de kou weer uit de lucht is en dat wij verder kunnen gaan op het pad van vereenvoudiging. Want als dit het pad van vereenvoudiging is en elke stap in de richting van de vereenvoudiging alweer een obstakel vormt, dan vrees ik dat wij het pad nooit zullen aflopen. Nogmaals, de PvdA-fractie wil graag die vereenvoudiging. Een punt dat ik nog wel wil maken bij de werkkostenregeling is dit. Kunnen wij elke afweging aan de werkgever overlaten? Neen, zou ik zeggen. Natuurlijk kan een werkgever ervoor kiezen om de werknemer een fiets te vergoeden. De werkgever houdt echter geen rekening met het effect van het gebruik van die fiets op de leefomgeving of op de congestie. Is de reden niet primair om de fiets onder de werkkostenregeling te brengen? Moet er niet een extra prikkel worden gegeven om die fiets ook te laten gebruiken? Dat hoor ik graag van de staatssecretaris.

    Dan heb ik nog twee puntjes. Het eerste is de inkeerregeling. De staatssecretaris gaat als een Rambo tekeer tegen zwartspaarders in echte belastingparadijzen zoals Luxemburg en Zwitserland. Ik geef toe dat die beeldspraak nog een keer opgepoetst moet worden en houd mij aanbevolen voor suggesties. Nu hebben wij nog in mei in een amendement voorgesteld om de inkeerregeling niet meer helemaal gratis te laten zijn. Wij hebben het tarief gezet op 15%. In de toelichting op het amendement stond nadrukkelijk de verwijzing dat het tarief van 15% bij inkeer omhoog zou kunnen gaan als zich verdere ontwikkelingen voordoen die het moeilijker zouden maken om zwart te sparen, geld te verbergen enzovoorts. Dat gaat tegenwoordig behoorlijk snel. Is dat moment niet al dichterbij aan het komen? Het tarief gaat per 1 januari van 0% naar 15%. Is het niet nu al tijd om dat tarief verder te verhogen? We zien immers steeds meer dat de belastingparadijzen onder druk staan, dat hun bankgeheim aan het afbrokkelen is en dat tipgevers zich melden. Dat gaat helemaal de goede kant op. Er is uiteindelijk geen reden om mensen gratis te laten inkeren of tegen een laag tarief.

    Tot slot wil ik de staatssecretaris graag horen over de kinderopvang. Ik begrijp dat er discussie is over de vraag of het aantal uren dat van kinderopvang gebruik wordt gemaakt, kan worden betrokken bij de vormgeving van de kinderopvang. Dat zou natuurlijk zeer wenselijk zijn. Dan zouden wij de subsidies rondom kinderopvang beter kunnen richten. Ziet de staatssecretaris ook dergelijke mogelijkheden? Er zou bijvoorbeeld een werkgeversverklaring kunnen komen die de ouders verplicht inleveren bij het gastouderbureau, met steekproefsgewijze controle door de Belastingdienst. Misschien zijn er wel andere mogelijkheden. Ik hoor het graag. Dit zou een belangrijke stap vooruit kunnen zijn.

    De voorzitter:

    Dan tot slot van dit overleg de heer Van Dijck.

    De heer Van Dijck (PVV):

    Voorzitter. Ik heb maar twee punten op dit blok, namelijk de werkkostenregeling en de goedkoperwonenregeling. Allereerst de werkkostenregeling. Op zichzelf lijkt die veelbelovend in het streven van de staatssecretaris naar vereenvoudiging, maar ook de PVV -- het is door anderen al gezegd -- houdt haar hart vast voor de gevolgen voor werknemers en het bedrijfsleven. De staatssecretaris zegt in te zetten op administratieve lastenverlichting, maar de werkkostenregeling is eigenlijk niets meer dan het aftoppen van de huidige mogelijkheid voor het geven van onbelaste vergoedingen. De PVV vraagt zich dan ook af waarom het gehanteerde percentage van 1,4% niet goed is onderzocht en of het überhaupt realistisch is ingeschat. Waarom kiest de staatssecretaris er niet voor om het even in de ijskast te parkeren en eens goed te gaan praten met de sector? Dan zou er een regeling kunnen ontstaan die niet alleen geënt is op aftoppen en dan zou men tot een realistisch percentage kunnen komen, zonder allerlei uitzonderingen en zonder dat er allerlei werknemers op achteruit gaan. Ook in zijn brief van 29 oktober geeft de staatssecretaris aan dat het rentevoordeel van de hypothecaire lening buiten de regeling valt. In de bijlage staat echter vermeld dat dit is omdat de rente anders aftrekbaar is in de IB, in box 1. Heeft de staatssecretaris daarbij wel rekening gehouden met het feit dat bijvoorbeeld dga's de hypotheek kunnen gebruiken voor consumptieve uitgaven? Graag een reactie.

    De PVV is tegen de afschaffing van de goedkoperwonenregeling. De heer Remkes zei het al: dit is alweer de tweede keer in deze kabinetsperiode dat er getornd wordt aan de hypotheekrenteaftrek die zogenaamd heilig was. Ook worden mensen die in de aflossing van hun huis hebben gespaard voor bijvoorbeeld hun pensioen opeens verrast door dit wetsvoorstel.

    Dit is het zoveelste staaltje van deze staatssecretaris om de spelregels te veranderen tijdens het spel. Ik kan dit wel elke week herhalen. De spelregels worden hier wekelijks veranderd. Ik blijf het herhalen: dit draagt alleen bij aan een nog grotere en onbetrouwbare overheid. Het stimuleert ook niet tot aflossen, net zomin als de bijleenregeling, wat ook op zich een heel slechte zaak is. Gaat de staatssecretaris nog een overgangsregeling hanteren voor deze mensen of stelt hij de mensen weer voor een voldongen feit?

    De voorzitter:

    Hiermee zijn wij gekomen aan het eind van de eerste termijn. De schriftelijke antwoorden van de kant van de staatssecretaris zullen donderdag 5 november komen, en het antwoord van de staatssecretaris en de tweede termijn zullen volgende week maandag plaatsvinden. Ik dank de staatssecretaris, de aanwezige ambtenaren en de belangstellenden op de publieke tribune.

    Sluiting 15.55 uur.

    Bron: Tweede kamer


    Petities TEGEN de kilometer heffing (tot april 2007).