CJIB

Mon 17-Dec-18 - 15:37:46

<=== Naar de Inhoudsopgave

Rechts Inhalen?

Bron: http://www.flitsservice.nl/phpBB/viewtopic.php?t=46888
Samenvatting: Feit mR326: Niet Links Inhalen

Stel je rijdt op de A4, richting Den Haag. Er zijn 4 (of 5) rijstroken beschikbaar en men sukkelt op de linkse 2 (of 3) stroken keurig onder de Vmax. Maar de rechtse strook is helemaal leeg. Wat dan? En waarom doet men daar net of men aan het inhalen is, terwijl er (rechts) geen enkel voertuig rijdt om in te halen?

Het begrip inhalen schijnt nergens (in een wetboek) gedefinieerd te wezen.

Maar ... In een journaal-fragment, over inhaal-verbod voor vrachtwagens heeft onze lieve Koos Spee verteld, wat neerkwam op het volgende:

Inhalen bestaat uit het volgende: Een zijwaartse beweging, gevolgd door het daadwerkelijke passeren, gevolgd door een zijwaartse beweging (naar de oorspronkelijke rijstrook).

Dit was een item dat ging over vrachtwagens op de linkse strook die de doorstroming belemmeren. Maar men kon niet schrijven voor het inhaalverbod. Zolang een vrachtwagen namelijk niet terugkeerde naar de rechtse strook, dan is de inhaal-manouvre niet afgemaakt en kan er (daar ter plaatse) niet beboet worden voor inhalen.

Verder vraag ik mij altijd af ...hoe kan ik nou de wet overtreden wanneer ik me wel aan een (eerdere in de wet voorkomende) wetsartikel houd (namelijk: de plaats op de weg is de meest rechtse), door iemand die dit niet doet en mij dus feitelijk dwing tot een later (genummerde) wetsartikel (namelijk: inhalen geschied links, behalve bij ...).

Hier zit een denkwijze achter, die na lang overdenken de redenatie pas duidelijk wordt ... De clou in deze redenatie zit hem in het volgende. Justitie beweert iets (niet links inhalen) en de hoofd-officier van justitie (van verkeer) geeft keurig aan hoe het wel moet (zijgaand - passeren - zijgaand-terug). En sla daar justitie dan (voor het gevoel althans) gerust mee om zijn oren. De vinger daar leggen waar het pijn doet (al of niet met extra zout erbij).

En dan is de vervolg redenatie: Je gaat iemand rechts voorbij (want er is ruimte zat op de rechter strook). Zolang je niet voor hem gaat rijden, heb je niet ingehaald.

Waarom heeft dit feit nou de omschrijving 'niet links inhalen'?

Dit komt omdat de wet zegt dat "inhalen geschiedt links". Of te wel, alle andere varianten zijn verboden (zoals iemand rechts voorbijgaan, iemand bovenlangs voorbijgaan, iemand onderlangs voorbijgaan, of door iemand heengaan).

Met 'niet-links inhalen' kan men bedoelen dat je anders inhaalt dan hoe de wet het voorschrijft (namelijk links). Een streepje tussen de 'niet' en de 'links' zou de feit-omschrijving duidelijker kunnen maken, maar dat streepje staat er niet. Er zijn nu twee interpretaties mogelijk (zoals onderstaand bezwaarschrift)

De feitomschrijving op de beschikking is inderdaad 'niet links inhalen'. Dit bracht iemand destijds bracht tot dit bezwaarschrift:

Lieve officier van justitie,

Onlangs kreeg ik een beschikking in de bus met nummer 123456789, waarin u mij een boete oplegt van Eu95,-- wegens "niet links inhalen".

Nu is het al enige tijd geleden dat ik mijn rijbewijs heb gehaald, en ik ben mij bewust dat de verkeersregels zo af en toe wijzigen. De wijziging waar deze beschikking op doelt heb ik echter niet gemerkt. Daarom mijn hartelijke dank dat u mij middels deze beschikking herinnert aan deze regelwijziging.

Nu is mijn vraag: sinds wanneer is deze inhaalverplichting opgenomen in de wegenverkeerswet? Ik heb bij mijn weten inderdaad niet links ingehaald, maar helemaal niet ingehaald omdat ik gewoon keurig de maximum snelheid reed op de rechterbaan, zoals geleerd op eerder gememoreerde rijlessen.

Kunt u mij enige duidelijkheid geven sinds wanneer het verplicht is om in te halen, want ik begin het spoor wat bijster te raken op deze manier. Dat ik niet links heb ingehaald zou natuurlijk kunnen duiden op het idee dat ik iemand rechts zou hebben ingehaald, maar dit blijkt niet uit de beschikking. Bovendien weet ik uit ervaring dat ik dat nooit doe, dus ik ga er gemakshalve maar van uit dat dit niet de oorzaak is van deze beschikking.

Vriendelijk verzoek ik u mij duidelijkheid te verschaffen, want op dit moment durf ik niet meer auto te rijden. Telkens als ik op de rechterbaan rijdt vraag ik mij af of ik op dat moment in overtreding ben omdat ik niet links aan het inhalen ben. En hoe moet dat dan als er geen auto's voor je rijden, dan ben ik immers ook niet links aan het inhalen, zou ik dan een boete kunnen verwachten?

Ik hoop dat u mij de gevraagde duidelijkheid kunt verschaffen, ik krijg hier slapeloze nachten van. In mijn vriendenkring heeft nog niemand gehoord van de nieuwe wet die het verplicht om in te halen, en na mijn verhaal is iedereen nu continu, uit angst voor een boete, bezig met inhalen. Ik kan u verzekeren dat de veiligheid daarmee niet gebaat is, als mensen elkaar namelijk blijven inhalen dan moet men steeds sneller rijden. Sommigen reden tot 200 kilometer per uur, om maar te zorgen dat men links bleef inhalen. Het lijkt me niet dat dit de bedoeling is van de wet?

Ik hoop dat dit alles berust op een grap, en dat u mij spoedig duidelijkheid verschaft. Ik neem aan dat u dan meteen de boete vernietigd, omdat blijkbaar niemand op de hoogte is van de nieuwe wet, en ik dus ook niet.

Met vriendelijke groeten,

{afzender}

Bron: http://www.flitsservice.nl/phpBB/viewtopic.php?p=1468794#1468794 (op 16-okt-2008)


Een praktijk voorbeeld:

Op 11 mei heb ik hier gepost om advies te vragen over mijn bezwaar bij de rechter. Het ging hierbij om verkeerd inhalen. (titel: uitstel gekregen)

Op 22 juni moest ik voorkomen.

Als voornaamste argument had ik de definitie van inhalen door Koos Spee gebruikt (bedankt egeltjes!). En dat het voor mij onlogisch was om terug te gaan naar rechts. Bovendien reed ik toen al ter hoogte van een doorgetrokken streep en een gevaarlijke situatie, dus zou de beweging terug naar rechts uiterst dom zijn.

Toen ik de definitie van inhalen volgens Koos Spee gaf, zag ik vertwijfeling op de gezichten. Na wat gestechel over en weer, was het mij niet duidelijk meer wat nou inhalen en passeren was, en vroeg ik hen wat dan de precieze definitie van inhalen volgens hen dan was. Want volgens mij is passeren iets anders dan inhalen.

Alle 3 (de rechter, de officier en de linkerhand van de rechter) grepen tegelijk naar het wetboek!!!! Geweldig! En ze konden 't niet vinden, dus werd ik weggestuurd met de mededeling dat ik na 2 weken bericht zou krijgen.

Het is nu 2 weken later en ik heb nog geen bericht gekregen.

Toch vind ik het al leuk om die verwarring gesticht te hebben. En na meer dan een jaar hebben ze die 95 euro wel zo ongeveer verdiend. Ik wil alleen wel dat ze werken voor hun geld :D

Dus: ook al win ik niet, ik ben tevreden.

Mijn dank, {namen-lijstje}

Bron: http://www.flitsservice.nl/phpBB/juridisch/rechter-in-de-war-t15734.html (op 06-jul-2005 23:45.45)


Betreffende Wetsartikelen en definities

  • Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990): Hoofdstuk II. Verkeersregels - § 1. Plaats op de weg - Artikel 3.1 "Bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden."
  • Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990): Hoofdstuk II. Verkeersregels - § 2. Inhalen - Artikel 11.1 "Inhalen geschiedt links."
  • pas·se·ren1 (onov.ww.) - 1) voorvallen, gebeuren
  • pas·se·ren2 (ov.ww.) - 1) voorbijgaan 2) overslaan bij een benoeming 3) [archa.] (tijd) doorbrengen 4) (een contract, testament enz.) bekrachtigen => verlijden [Belg.]
  • in·ha·len (ov.ww.) - 1) (een voortrijdend voertuig) voorbijgaan => voorbijsteken 2) feestelijk ontvangen 3) naar zich toe of binnen iets brengen 4) achternagaan en weer bereiken => achteroplopen 5) achteraf alsnog doen

Jurisprudentie

LJN: BK5528, Gerechtshof Leeuwarden , 200.020.543
Datum uitspraak: 08-10-2009
Datum publicatie: 30-12-2009
Rechtsgebied: Bestuursrecht overig
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: Officiersappel. Sanctie ter zake van rechts inhalen waar dat is verboden. Het verhogen van de snelheid en het daardoor voorbij rijden van een voertuig op de linkerrijstrook is inhalen in de zin van art. 11, lid 1, RVV 1990. Sanctie terecht opgelegd. Vernietiging andersluidende beslissing van de kantonrechter.

Uitspraak
WAHV 200.020.543
8 oktober 2009
CJIB 69112951781

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam
van 31 oktober 2008

betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam genomen beslissing gegrond verklaard en de bestreden beslissing, alsmede de inleidende beschikking vernietigd. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Eu 130,- opgelegd ter zake van "rechts inhalen waar dat is verboden", welke gedraging zou zijn verricht op 23 oktober 2007 om 20.27 uur op de Rijksweg A20 te Rotterdam met het voertuig met het kenteken [AB-00-AB].

2. De kantonrechter heeft het door de betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard en de bestreden beslissing, alsmede de inleidende beschikking vernietigd. Hetgeen de betrokkene heeft gesteld, leidt naar het oordeel van de kantonrechter tot de conclusie dat er gerede twijfel aan de waarneming van de verbalisant is ontstaan. Derhalve heeft de kantonrechter geoordeeld dat onvoldoende is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

3. De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Anders dan de kantonrechter heeft overwogen, is de officier van justitie van mening dat de betrokkene - anders dan de stelling dat de verrichte handeling niet als rechts inhalen kan worden gekwalificeerd - onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangedragen die aanleiding geven te twijfelen aan de ambtsedige verklaring van de verbalisant. Nu de betrokkene niet betwist op de genoemde locatie het voertuig van de verbalisant rechts te zijn gepasseerd en hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat - op grond van het bepaalde in het tweede lid van artikel 13 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) - rechts mocht worden ingehaald en zulks evenmin uit het dossier blijkt, stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat genoegzaam is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Gelet op het voorgaande is de officier van justitie van mening dat de beslissing van de kantonrechter vernietigd dient te worden en het beroep van de betrokkene ongegrond dient te worden verklaard.

4. Allereerst bevreemdt het de betrokkene dat er namens de officier van justitie hoger beroep is ingesteld. Tijdens de zitting van de kantonrechter is de vertegenwoordigster van de CVOM in de gelegenheid gesteld de zaak mondeling toe te lichten. Destijds was zij echter beperkt in haar toelichting en/of onderbouwing. Naar de mening van de betrokkene is het achteraf alsnog terugkomen op de uitspraak van de kantonrechter zeer tegenstrijdig, nu zij de haar gegeven mogelijkheid de zaak mondeling toe te lichten niet gebruikt heeft.

5. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 17 oktober 2008 heeft de vertegenwoordigster van de CVOM ter zitting aangegeven dat zij niet meegaat in het verhaal zoals door de betrokkene naar voren is gebracht. Voorts heeft zij gesteld dat de betrokkene reed met een geschatte snelheid van 120 kilometer per uur. Nu rechts inhalen niet is toegestaan, heeft zij zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de betrokkene zijn snelheid diende aan te passen, zodat hij vervolgens links kon inhalen. Derhalve kan het hof de betrokkene niet volgen in zijn stelling dat de vertegenwoordigster van de CVOM slechts beperkt gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om ter zitting van de kantonrechter een nadere toelichting te geven.

6. De beslissing van de kantonrechter stemt niet overeen met het standpunt dat de vertegenwoordigster van de CVOM ter zitting naar voren heeft gebracht. Nu op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep voor de officier van justitie openstaat en het hoger beroep binnen de beroepstermijn is ingesteld, kan het hof de betrokkene evenmin volgen in zijn stelling dat de vertegenwoordigster van de CVOM tegenstrijdig heeft gehandeld door achteraf alsnog terug te komen op de uitspraak van de kantonrechter.

7. Voorts ontkent de betrokkene de gedraging te hebben verricht. Hij voert daartoe het volgende aan. Vanaf Hoek van Holland richting Dordrecht wordt op de A20 ter hoogte van hectometerpaal 32,3 het einde van de 80-kilometerzone aangegeven. De daarna geldende maximum toegestane snelheid is 100 kilometer per uur. Uit ervaring van de betrokkene blijkt dat in een 80-kilometerzone veel voertuigen naast elkaar rijden, omdat dezelfde snelheid wordt aangehouden. Dit was naar zijn mening in onderhavige zaak ook het geval. Bij het bereiken van hectometerpaal 32,3 heeft de betrokkene zijn snelheid verhoogd richting de toegestane maximale snelheid van 100 kilometer per uur. Nu hij zijn snelheid eerder heeft verhoogd dan het links naast hem rijdende voertuig is hij van mening dat hier geen sprake is van inhalen. Daarbij merkt hij nog op dat de door de verbalisant genoemde snelheid niet op een juiste wijze is geconstateerd en niet correct is. Gelet op het voorgaande is de betrokkene van mening dat de kantonrechter het beroep terecht gegrond heeft verklaard.

8. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

9. Bij de stukken van het geding bevindt zich een kopie van de aankondiging van beschikking. De daarop vermelde ambtsedige verklaring van de verbalisant houdt - zakelijk weergegeven - in dat hij heeft geconstateerd dat op 23 oktober 2007 om 20.27 uur de bestuurder van een grijze Honda Prelude met het kenteken [AB-00-AB] op de A20 te Rotterdam bij hectometerpaal 32,3 niet links inhaalde. Daarnaast heeft de verbalisant op de aankondiging van beschikking onder meer nog de volgende opmerking geplaatst:

"Op genoemd tijdstip reed ik verbalisant op de A20 rechts, komende uit de richting van Hoek van Holland en gaande richting Dordrecht. Ter hoogte van hmp (het hof leest: hectometerpaal) 32,3 reed ik op de meest linker rijstrook. Op het moment dat ik van rijstrook wilde wisselen en mijn voertuig zijdelings verplaatste werd ik rechts ingehaald, waardoor ik terug moest sturen. Voertuig reed dus op de middelste rijstrook. Geschatte snelheid 120 km/h (?)."

10. De gedraging, zoals onder 1. omschreven, betreft een overtreding van artikel 11, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Artikel 11, eerste lid, RVV 1990 houdt in: "Inhalen geschiedt links."

11. Anders dan de kantonrechter ziet het hof in hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant. Het door de betrokkene aangevoerde stemt immers grotendeels en in essentie overeen met de verklaring van de verbalisant. Nu door de betrokkene niet is bestreden dat hij - rijdend op de middelste rijstrook - naast een op de linkerrijstrook rijdend voertuig heeft gereden en hij zijn snelheid heeft verhoogd waardoor hij het op de linkerrijstrook rijdende voertuig voorbij is gereden, is het hof van oordeel dat er in onderhavige zaak sprake is van 'inhalen' zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, RVV 1990. Derhalve is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. De omstandigheid dat de betrokkene niet met een snelheid van 120 kilometer per uur heeft gereden, maar zich heeft gehouden aan de ter plaatse geldende (verhoogde) maximumsnelheid, leidt niet tot een ander oordeel en brengt evenmin mee dat de opgelegde sanctie gematigd dient te worden.

12. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt het hof tot de slotsom dat de kantonrechter ten onrechte het beroep gegrond heeft verklaard. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie alsnog ongegrond verklaren.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mrs. Beswerda, Sekeris en Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Samplonius als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Link: http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=BK5528


<=== Naar de Inhoudsopgave